ECLI:NL:RVS:2026:3427

ECLI:NL:RVS:2026:3427

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-06-2026
Datum publicatie 15-06-2026
Zaaknummer BRS.25.002581
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2025:22000

Samenvatting

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.002581

ECLI:NL:RVS:2026:3427

Datum uitspraak: 18 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de betrokkene],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 21 november 2025 in zaak nr. NL24.35493 in het geding tussen:

[de betrokkene]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 21 augustus 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. V.L. van Wieringen, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De eerste grief draait er in de kern om of appellant zich wel of niet in een stabiele en bestendige situatie op de arbeidsmarkt bevond, zodat hij wel of geen onbetwist verblijfsrecht had.

1.1 De Afdeling heeft in haar uitspraak van 13 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1453, onder 5.4, geoordeeld dat een verblijfsrecht onder de Richtlijn tijdelijke bescherming een onbetwist verblijfsrecht is. Omdat partijen het erover eens zijn dat appellant in de periode dat hij tijdelijk werd beschermd, minimaal een jaar bij dezelfde Nederlandse werkgever reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht, heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellant geen legale arbeid heeft verricht in de zin van artikel 6, eerste lid, aanhef en eerste streepje, van het Besluit nr. 1/80. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

De grief slaagt.

1.1 Uit de hiervoor genoemde uitspraak volgt dat de opgeworpen vraag kan worden beantwoord aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie. Gelet op de arresten van het Hof van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 13 en 14, 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 36, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 36, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag.

2. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het is niet nodig wat appellant verder aanvoert te bespreken. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 21 augustus 2024. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 21 november 2025 in zaak nr. NL24.35493;

III. verklaart het beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van 21 augustus 2024, V-291.786.5818;

V. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2802,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de minister van Asiel en Migratie aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 476,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.

w.g. Verburg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van den Oosterkamp

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026

941-1162

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.S. van den Oosterkamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand