ECLI:NL:RVS:2026:3776

ECLI:NL:RVS:2026:3776

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-06-2026
Datum publicatie 30-06-2026
Zaaknummer 202503173/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

[appellante] woont aan de Wilgenoord, een doodlopende zijstraat van de Straatweg in Rotterdam-Hillegersberg. Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten dat parkeren op de Wilgenoord half op het trottoir wordt toegestaan.

Uitspraak

202503173/1/A2.

Datum uitspraak: 18 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Rotterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025 in zaak nr. 24/2434 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Openbare zitting gehouden op 18 juni 2026 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad: mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: mr. O. van Loon

Jurist: mr. A. Wolda

Verschenen:

[appellante];

het college, vertegenwoordigd door mr. drs. M.A.C. Kooij en J. Seinen-Klaasse.

====================================

[appellante] woont aan de Wilgenoord, een doodlopende zijstraat van de Straatweg in Rotterdam-Hillegersberg. Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2023 heeft het college besloten dat parkeren op de Wilgenoord half op het trottoir wordt toegestaan.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 26 mei 2025, waarin het beroep tegen het besluit van 19 januari 2024 niet-ontvankelijk is verklaard.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Gronden

De termijn om beroep in te stellen tegen het besluit van 19 januari 2024 eindigde op 1 maart 2024. [appellante] heeft het beroepschrift niet per post verzonden maar in de brievenbus van de rechtbank gedeponeerd. Dan is voor het antwoord op de vraag of het beroepschrift tijdig is ingediend het tijdstip bepalend waarop het beroepschrift door de rechtbank is ontvangen. De rechtbank heeft als datum van ontvangst van het beroepschrift de stempeldatum van 4 maart 2024 gehanteerd. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat het beroepschrift buiten de termijn voor het instellen van beroep is ontvangen.

Volgens vaste rechtspraak is het dan aan [appellante] om aannemelijk te maken dat het beroepschrift eerder dan de datum dat het stempel aangeeft door de rechtbank is ontvangen. De Afdeling is, met de rechtbank, van oordeel dat [appellante] hierin niet is geslaagd. [appellante] heeft naar voren gebracht dat zij voor het aflopen van de beroepstermijn op 1 maart 2024 het beroepschrift in de brievenbus van de rechtbank heeft gedeponeerd in het bijzijn van haar echtgenoot. Zij heeft voor haar stelling geen aanvullend bewijs overgelegd, anders dan haar verklaring en die van haar echtgenoot. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de verklaring van [appellante] dat zij het beroepschrift op tijd heeft ingediend niet genoeg is om daar van uit te gaan en heeft de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht. Ook in hoger beroep heeft [appellante] geen ondersteunend bewijs voor haar stelling overgelegd.

De Afdeling wijst het bewijsaanbod van de echtgenoot van [appellante] om onder ede te verklaren af. Door de relatie tussen beide personen en de samenvallende belangen vormt een dergelijke verklaring geen objectief bewijs en is daarmee niet noodzakelijk voor de beoordeling van het geschil.

Voor zover [appellante] betoogt dat zij een gerechtvaardigde verwachting mocht ontlenen aan de handelingen van de rechtbank dat haar beroep wel ontvankelijk zou zijn, volgt de Afdeling [appellante] niet. De rechtbank heeft nimmer een toezegging gedaan dat de ontvankelijkheid van het beroep geen probleem zou zijn. De voorzieningenrechter heeft juist in de uitspraak van 10 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8772, overwogen dat hij het aan de rechter in de beroepsprocedure overlaat om te beoordelen of [appellante] op tijd beroep heeft ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loon

Griffier

284-1112

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand