202405926/1/A3.
Datum uitspraak: 21 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 augustus 2024 in zaak nr. 24/453 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister voor Rechtsbescherming (thans: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid).
Openbare zitting gehouden op 21 januari 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. W. den Ouden, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. A.E. Kamperman
Verschenen:
[appellant], bijgestaan door mr. M. de Boorder, advocaat in Den Haag;
de minister, vertegenwoordigd door mr. E. Spekreijse en mr. I.M. Touwen.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 augustus 2024, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 6 december 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister de bezwaren tegen het besluit van 2 augustus 2023, waarbij een aanvraag van [appellant] om een Verklaring Omtrent het Gedrag met politiegegevens (hierna: VOG P) is afgewezen, ongegrond verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Motivering:
1. [appellant] heeft een VOG P aangevraagd voor de functie van inrichtingsbeveiliger bij de Dienst Justitiƫle Inrichtingen (hierna: DJI). De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] binnen de terugkijktermijn van dertig jaar twee keer is veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt, in 2012 en 2007. Ook is hij in 1994 veroordeeld voor verduistering en het overtreden van de Wegenverkeerswet. Buiten de terugkijktermijn zijn strafbare feiten gevonden voor vermogensdelicten in 1988 en 1989. Volgens de minister vormen de strafbare feiten, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering voor de uitoefening van de functie van inrichtingsbeveiliger (het objectieve criterium). Daarnaast vindt de minister de bescherming van de samenleving zwaarder wegen dan het persoonlijke belang van [appellant] (het subjectieve criterium).
2. [appellant] voert aan dat hij sinds zijn laatste veroordeling zijn leven heeft veranderd. Hij heeft verschillende opleidingen gevolgd en werkt inmiddels al jaren als particulier rechercheur en beveiliger. Daarvoor beschikt hij ook over een politiepas en werkt hij vaak samen met de politie. In die functies heeft hij laten zien betrouwbaar en integer te zijn.
3. De Afdeling is, net als de rechtbank, van oordeel dat de minister zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat aan het objectieve criterium is voldaan en dat de minister voor functies bij de DJI een terugkijktermijn van dertig jaar mag hanteren. Binnen die termijn is [appellant] veroordeeld voor strafbare feiten die, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie van inrichtingsbeveiliger bij de DJI.
4. Over het subjectieve criterium overweegt de Afdeling als volgt. Dat de afwijzing van de VOG P voor [appellant] voelt als een afwijzing van zijn inspanningen is invoelbaar. Tegelijkertijd is de Afdeling van oordeel dat voor deze specifieke VOG, de VOG P voor de functie van inrichtingsbeveiliger bij de DJI, de hoogste integriteitseisen mogen worden gesteld. [appellant] is veroordeeld voor, in brede zin, een drugsdelict, en dat is een delict dat juist in het kader van deze VOG zwaar telt. De minister heeft ook aangegeven dat sprake is van recidive. [appellant] is voor het laatst veroordeeld in 2012. Dat is lang geleden, maar in het licht van de terugkijktermijn van dertig jaar nog niet lang genoeg. Op de zitting heeft de minister verder toegelicht dat in de belangenafweging ook is meegewogen dat [appellant] wel werkzaam kan zijn als particulier rechercheur en beveiliger. De Afdeling is, net als de rechtbank, van oordeel dat, alles afwegende, het belang van bescherming van de samenleving mag prevaleren.
5. Het hoger beroep is ongegrond.
6. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Den Ouden
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kamperman
griffier
1000