ECLI:NL:RVS:2026:442

ECLI:NL:RVS:2026:442

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer BRS.25.001721
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.001721

ECLI:NL:RVS:2026:442

Datum uitspraak: 29 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 2 oktober 2025 in zaak nr. NL24.1775 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 2 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.W. IJland, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Appellant heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Mek’ele, een stad in de regio Tigray in Ethiopië. In de uitspraak van 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6058, heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat in Mek’ele in Tigray geen sprake is van een situatie die valt onder artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Uit de overgelegde landeninformatie blijkt dat Mek’ele valt onder het beheer van de Tigrayan Interim Regional Administration (TIRA), en dat de veiligheidssituatie sinds de staakt-het-vurenovereenkomst is verbeterd. Dit uit zich in een aanzienlijke daling van gewapende confrontaties, mensenrechtenschendingen en het aantal burgerdoden.

1.1. De vierde en vijfde grief slagen niet.

2. Wat appellant aanvoert in de eerste, tweede, derde en zesde grief over zijn individuele situatie leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat deze grieven geen vragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.

w.g. Den Heyer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Toonen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026

979

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?