ECLI:NL:RVS:2026:463

ECLI:NL:RVS:2026:463

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 202303801/1/R1
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard het verzoek om handhaving van [appellante] afgewezen met betrekking tot, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1] in Gendt. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Gendt. Haar perceel grenst aan dat van [partij] aan de [locatie 1]. [appellante] heeft het college verzocht handhavend op te treden wegens, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1]. Het college heeft het verzoek van [appellante] opgevat als een verzoek om handhavend op te treden wegens het storten van grond in strijd met het Bbk en wegens gebruik van gronden in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan de in het besluit van 22 februari 2022 neergelegde afwijzing ten grondslag gelegd dat het aanvoeren van grond op 31 december 2021 is gemeld bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem. De hoeveelheid gestorte grond is in overeenstemming met deze melding.

Uitspraak

202303801/1/R1.

Datum uitspraak: 28 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in Gendt, gemeente Lingewaard,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college het verzoek om handhaving van [appellante] afgewezen met betrekking tot, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1] in Gendt.

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft het college het bezwaar van [appellante] daartegen ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 december 2025, waar het college, vertegenwoordigd door T.J.E. Lodders, is verschenen. Voorts is ter zitting [partij] als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet, de Invoeringswet Omgevingswet en de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het beroep tegen het besluit van 22 februari 2022 is het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van dat besluit bepalend.

Inleiding

2. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Gendt. Haar perceel grenst aan dat van [partij] aan de [locatie 1]. [appellante] heeft het college verzocht handhavend op te treden wegens, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1] (hierna: het perceel).

Het college heeft het verzoek van [appellante] opgevat als een verzoek om handhavend op te treden wegens het storten van grond in strijd met het Bbk en wegens gebruik van gronden in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Het college heeft aan de in het besluit van 22 februari 2022 neergelegde afwijzing ten grondslag gelegd dat het aanvoeren van grond op 31 december 2021 is gemeld bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem. De hoeveelheid gestorte grond is in overeenstemming met deze melding. Volgens het college is daarom geen sprake van strijd met het Bbk. Evenmin is er volgens het college gehandeld in strijd met de planologische gebruiksvoorschriften die op het perceel rustten. Het college concludeert dat het daarom niet bevoegd is om handhavend op te treden. Bij het besluit van 12 juli 2022 heeft het college het besluit van 22 februari 2022 in stand gelaten.

[appellante] is het niet eens met het besluit van 12 juli 2022 en heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank.

3. De rechtbank heeft het beroepschrift van [appellante] naar de Afdeling doorgezonden omdat de Afdeling bevoegd is voor zover het beroep van [appellante] zich richt tegen het standpunt van het college dat er geen overtreding is van het Bbk. De rechtbank Gelderland heeft bij uitspraak van 8 februari 2024 (zaak nr. 22/4141) een oordeel gegeven over het besluit van 12 juli 2022 voor zover dat gaat over het standpunt van het college dat er geen overtreding is van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. [appellante] heeft tegen deze uitspraak op 19 maart 2024 hoger beroep ingesteld bij de Afdeling en vervolgens op 12 april 2024 het hoger beroep ingetrokken.

Gelet op het bovenstaande zal de Afdeling in deze uitspraak alleen de door [appellante] aangevoerde beroepsgronden tegen het besluit van 12 juli 2022 bespreken voor zover de Afdeling daartoe in eerste en enige aanleg bevoegd is.

Het storten van grond

4. [appellante] betoogt dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het niet bevoegd was op te treden tegen het storten van grond op het perceel. [partij] heeft namelijk veel meer grond gestort dan de gemelde 70 kubieke meter. Dit betekent volgens [appellante] dat [partij] heeft gehandeld in strijd met het Bbk.

4.1. Het college heeft aan de afwijzing van het verzoek ten grondslag gelegd dat [partij] op 31 december 2021 een melding heeft gedaan voor het toepassen van een partij grond Klasse AW 2000 van ongeveer 70 kubieke meter. Op 18 januari 2022 heeft de toezichthouder van de Omgevingsdienst Regio Arnhem namens het college geconstateerd dat 70 kubieke meter grond is aangevoerd in overeenstemming met de door [partij] gedane melding op 31 december 2021. Verder is de grond glooiend toegepast en heeft het storten van grond als oogmerk het verbeteren van de kwaliteit van de bodem. Volgens het college is daarmee sprake van een nuttige toepassing in de zin van het Bbk. De enkele stelling van [appellante] dat er meer dan 70 kubieke meter grond is gestort op het perceel, maakt niet dat aan de constatering van het college op 18 januari 2022 moet worden getwijfeld. Ook anderszins is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de constatering van 18 januari 2022.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het storten van grond in dit geval niet strijd is met het Bbk. Daarom heeft het college terecht aan het besluit van 22 februari 2022 ten grondslag gelegd dat het niet bevoegd was daartegen handhavend op te treden.

Het betoog slaagt niet.

De omvang van het verzoek

5. [appellante] betoogt dat het college het verzoek om handhaving te beperkt heeft opgevat. Daartoe voert zij aan dat het college ten onrechte haar aanvullingen in haar bezwaarschrift op het verzoek om handhaving niet in aanmerking genomen. Verder heeft het college in het geheel geen acht geslagen op haar verzoek om op te treden tegen de aanwezigheid van vervuild bouwafval op het perceel. Daarbij gaat het volgens [appellante] met name om vervuild bouwafval onder de voormalige loods.

5.1. Voor zover [appellante] betoogt dat haar aanvullingen in haar bezwaarschrift door het college niet zijn beoordeeld, overweegt de Afdeling het volgende. De Afdeling stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak de reikwijdte van een handhandhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer kan worden uitgebreid (zie bijvoorbeeld uitspraak van de Afdeling van 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1529, onder 3.1). Het betoog dat het college ten onrechte geen acht heeft geslagen op de uitbreiding van het verzoek in het bezwaarschrift, treft daarom in zoverre geen doel. De inhoud van het verzoek is bepalend voor de omvang van het geding.

5.2. Voor zover [appellante] stelt dat het college niet is ingegaan op haar verzoek om handhavend op te treden tegen het vervuilde bouwafval op het perceel, overweegt de Afdeling het volgende. In het handhavingsverzoek van 17 januari 2022 staat dat op het perceel nog steeds vervuild bouwafval ligt, waaronder asbest en glas. [appellante] wijst daarbij specifiek naar het gedeelte van het perceel waar de voormalige loods stond. Zij verzoekt het college daarbij direct in te grijpen.

In het besluit van 22 februari 2022 wordt niet op dit verzoek gereageerd. Het besluit van 12 juli 2022 en het daaraan ten grondslag liggende advies van de commissie van advies voor de bezwaarschriften, geven evenmin blijk van een reactie. Op de zitting heeft het college desgevraagd verklaard dat er op het perceel weliswaar meerdere keren is gecontroleerd op vervuild bouwafval, maar dat dat niet in de besluiten is opgenomen.

Gelet op het bovenstaande is de Afdeling van oordeel dat het college het verzoek om handhaving van 17 januari 2022 te beperkt heeft opgevat en ten onrechte geen besluit heeft genomen over de aanwezigheid van vervuild bouwafval. Het college heeft dit in het besluit op bezwaar van 12 juli 2022 niet onderkend. Dit betekent dat dat besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is genomen en dat het in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Het betoog slaagt in zoverre.

Conclusie

6. Het beroep is gegrond. De Afdeling ziet aanleiding het besluit van 12 juli 2022 te vernietigen voor zover het college niet heeft beslist op het verzoek om handhaving wat betreft de aanwezigheid van vervuild bouwafval in de bodem van het perceel aan de [locatie 1]. Het college moet in zoverre een nieuw besluit op het bezwaar van [appellante] nemen.

7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden, omdat niet is gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard van 12 juli 2022, kenmerk 444014, voor zover het daarin niet heeft beslist op het verzoek om handhaving wat betreft de aanwezigheid van vervuild bouwafval in de grond op het perceel aan de [locatie 1];

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrag van € 184,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Denters, griffier.

w.g. Besselink

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Denters

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026

195-1124

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?