ECLI:NL:RVS:2026:465

ECLI:NL:RVS:2026:465

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 202404429/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de kosten van spoedeisende bestuursdwang van € 1.386,90 op [appellant] verhaald. Op 20 mei 2022 is in de kelder van het pand aan de [locatie] in Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen. Vanwege de gevaren voor de omgeving en omwonenden is spoedeisende bestuursdwang toegepast en is de hennepkwekerij direct ontmanteld. Volgens de rechtbank heeft het college [appellant] terecht aangemerkt als overtreder, als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, van het bepaalde in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, zoals die bepaling ten tijde van de besluitvorming luidde. [appellant] had ten tijde van de overtreding een huurovereenkomst en een overeenkomst voor de levering van energie voor de woning afgesloten en was, ondanks dat hij destijds al geruime tijd in detentie zat, in de basisregistratie personen nog steeds op dat adres ingeschreven.

Uitspraak

202404429/1/A2.

Datum uitspraak: 28 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Rotterdam,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 mei 2024 in zaak nr. 23/4514 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Procesverloop

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college de kosten van spoedeisende bestuursdwang van € 1.386,90 op [appellant] verhaald.

Bij besluit van 22 mei 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting aan de orde gesteld op 8 december 2025.

Overwegingen

1. Op 20 mei 2022 is in de kelder van het pand aan de [locatie] in Rotterdam (hierna: de woning) een hennepkwekerij aangetroffen. Vanwege de gevaren voor de omgeving en omwonenden is spoedeisende bestuursdwang toegepast en is de hennepkwekerij direct ontmanteld.

2. Volgens de rechtbank heeft het college [appellant] terecht aangemerkt als overtreder, als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, van het bepaalde in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, zoals die bepaling ten tijde van de besluitvorming luidde. [appellant] had ten tijde van de overtreding een huurovereenkomst en een overeenkomst voor de levering van energie voor de woning afgesloten en was, ondanks dat hij destijds al geruime tijd in detentie zat, in de basisregistratie personen nog steeds op dat adres ingeschreven. Het college heeft, ondanks die detentie en de eventuele onderverhuur van de woning, [appellant] verantwoordelijk kunnen houden voor de hennepkwekerij. Het college mocht ervan uitgaan dat hij beschikkingsmacht over de woning had. [appellant] had een zorgplicht om zich over het goede gebruik van de woning te informeren. Ook als hij de woning onderverhuurde aan een goede vriend, bleef dit zijn verantwoordelijkheid. Misschien zou hem geen verwijt kunnen worden gemaakt als hij aantoonbaar toezicht had gehouden op het gebruik van de woning door deze vriend, door contact te houden met hem en de woning regelmatig te (laten) inspecteren. Dit heeft hij echter niet gedaan. [appellant] heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat het college een uitzondering had moeten maken op de hoofdregel dat de kosten van de bestuursdwang voor zijn rekening moeten komen als overtreder.

3. De gronden die [appellant] in hoger beroep aanvoert, zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 3.4, 3.5 en 3.10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog toe dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning daadwerkelijk heeft onderverhuurd.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. J. Schipper-Spanninga en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.

w.g. Sevenster

voorzitter

w.g. Hazen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026

452-1177

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?