BRS.26.003841
ECLI:NL:RVS:2026:4976
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 26 juni 2026 in zaak nr. NL25.19571 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 21 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.
Bij besluit van 16 december 2024 heeft de staatssecretaris het verzoek van verzoeker om zijn geboortedatum aan te passen, afgewezen.
Bij besluit van 28 maart 2025 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 26 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het verzoek geen spoedeisend belang blijkt voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat verzoeker in afwachting van de beslissing op zijn asielaanvraag rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, onderdeel 2, van de Vw 2000.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026
915-1163