ECLI:NL:RVS:2026:4994

ECLI:NL:RVS:2026:4994

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer 202405549/1/R1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 5 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen aan stichting ZOWonen, gevestigd in Sittard, een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het gebouw aan Haagsittard 25 in Sittard. ZOWonen is eigenaar van het perceel aan Haagsittard 25 in Sittard. Op dit perceel staat het wooncomplex Hoeve Sittard. ZOWonen verhuurt het wooncomplex aan de Stichting LEVANTOGroep (Levanto). Levanto exploiteert het wooncomplex door hierin woonruimte aan te bieden aan volwassenen met psychiatrische problemen en/of meervoudige problematiek. Ten tijde van de aanvraag was het wooncomplex voorzien van 28 kamers voor individuele bewoning en drie gemeenschappelijke woonkamers met keukens. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Sittard op ongeveer 15 meter afstand tot het wooncomplex. [appellanten] betogen dat de rechtbank hun beroepsgrond waarin zij stellen dat met het bouwplan een met de bestemming "Wonen" strijdig gebruik is beoogd, ten onrechte niet heeft besproken.

Uitspraak

202405549/1/R1.

Datum uitspraak: 26 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend in Sittard,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 23 juli 2024 in zaak nr. 22/2530 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen.

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2022 heeft het college aan stichting ZOWonen, gevestigd in Sittard, een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het gebouw aan Haagsittard 25 in Sittard.

Bij besluit van 14 september 2022 heeft het college onder meer het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, het besluit van 5 januari 2022 herroepen en de omgevingsvergunning opnieuw aan ZOWonen verleend onder een aanvullende motivering.

[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen dat besluit.

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft het college besloten het besluit van 14 september 2022 te vervangen, het bezwaar van onder meer [appellanten] ongegrond te verklaren en het besluit van 5 januari 2022 in stand te laten.

[appellanten] hebben bij de rechtbank gronden ingediend tegen dat besluit en hun beroep tegen het besluit van 14 september 2022 ingetrokken.

Bij uitspraak van 23 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 14 februari 2023 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen om met inachtneming van die uitspraak binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft ZOWonen hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 4 september 2024 heeft het college de bezwaren opnieuw ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning opnieuw verleend, ditmaal ook voor de activiteit het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan.

[appellanten] hebben incidenteel hoger beroep ingesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven, en gronden ingediend tegen het besluit van 4 september 2024.

ZOWonen heeft haar hoger beroep ingetrokken. Vervolgens heeft ZOWonen een zienswijze gegeven over het incidenteel hoger beroep van [appellanten] en over het beroep tegen het besluit van 4 september 2024.

Het college, [appellanten], en ZOWonen hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 28 juli 2026, waar [appellanten], bijgestaan door mr. F.K. van den Akker, advocaat in Eindhoven, en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Helgers en D. Limpens, zijn verschenen. Voorts is ter zitting ZOWonen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. J.L.G. Niederer, advocaat in Maastricht, gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 28 september 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. ZOWonen is eigenaar van het perceel aan Haagsittard 25 in Sittard. Op dit perceel staat het wooncomplex Hoeve Sittard. ZOWonen verhuurt het wooncomplex aan de Stichting LEVANTOGroep (Levanto). Levanto exploiteert het wooncomplex door hierin woonruimte aan te bieden aan volwassenen met psychiatrische problemen en/of meervoudige problematiek. Ten tijde van de aanvraag was het wooncomplex voorzien van 28 kamers voor individuele bewoning en drie gemeenschappelijke woonkamers met keukens.

Bij besluit van 5 januari 2022 heeft het college aan ZOWonen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het wooncomplex. In het bouwplan wordt het gebouw opnieuw ingedeeld en wordt het aantal kamers voor individuele bewoners uitgebreid naar 34. Daarnaast worden die kamers voorzien van een eigen badkamer en keuken.

[appellanten] wonen aan de [locatie] in Sittard op ongeveer 15 meter afstand tot het wooncomplex. Bij besluit van 14 februari 2023, dat ter vervanging dient van het besluit van 14 september 2022, heeft het college het bezwaar van onder meer [appellanten] tegen de verlening van de omgevingsvergunning ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 juli 2024 heeft de rechtbank het onder meer door [appellanten] tegen het besluit van 14 februari 2023 ingestelde beroep gegrond verklaard en heeft dat besluit vernietigd. ZOWonen heeft tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld. [appellanten] hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. ZOWonen heeft haar hoger beroep vervolgens ingetrokken.

Hoger beroep [appellanten]

3. [appellanten] betogen dat de rechtbank hun beroepsgrond waarin zij stellen dat met het bouwplan een met de bestemming "Wonen" strijdig gebruik is beoogd, ten onrechte niet heeft besproken.

3.1. De rechtbank heeft in haar uitspraak beknopt weergegeven overwogen dat het besluit van 14 februari 2023 in strijd met artikel 3:2 van de Awb is genomen, en heeft dat besluit om die reden vernietigd. De rechtbank heeft daarbij over de overige beroepsgronden van [appellanten] overwogen dat deze daarom geen bespreking meer behoefde.

3.2. De Afdeling overweegt dat het de rechtbank onder de voornoemde omstandigheden vrij stond om niet alle door [appellanten] aangevoerd beroepsgronden te bespreken. De omstandigheid dat de rechtbank een beroepsgrond onbesproken heeft gelaten, betekent niet dat daarmee in rechte is komen vast te staan dat deze beroepsgrond niet slaagt als [appellanten] niet tegen de uitspraak van de rechtbank zouden zijn opgekomen. Als de uitspraak van de rechtbank in verband met een daartegen ingesteld hoger beroep zou worden vernietigd - een omstandigheid waar [appellanten] ten tijde van het instellen van hun incidenteel hoger beroep rekening mee diende te houden - zouden de door de rechtbank onbesproken gelaten beroepsgronden zo nodig namelijk alsnog door de Afdeling worden beoordeeld. Verder kunnen [appellanten] de inhoud van hun onbesproken beroepsgrond aanwenden tegen het nieuwe besluit op hun bezwaar dat het college naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank dient te nemen, wat zij ook hebben gedaan. Zie ter vergelijking de uitspraken van de Afdeling van 19 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2501, onder 5, en van 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:308, onder 9.1. Gelet hierop bestaat geen aanleiding om de uitspraak te vernietigen, voor zover daarin niet op iedere beroepsgrond is ingegaan.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie hoger beroep [appellanten]

4. Het hoger beroep is ongegrond.

Beroep tegen het besluit van 4 september 2024

5. Bij besluit van 4 september 2024 heeft het college het bezwaar van [appellanten] opnieuw ongegrond verklaard en heeft de omgevingsvergunning ook verleend voor het gebruiken van grond in strijd met het bestemmingsplan. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 van de Awb gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.

Ter zitting ingetrokken beroepsgrond

6. [appellanten] hebben hun beroepsgrond waarin zij stellen dat de omgevingsvergunning is verleend met toepassing van het verkeerde onderdeel in artikel 4, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, op de zitting ingetrokken.

Toetsing aan de planregels voor de bestemming "Wonen"

7. [appellanten] betogen dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met de op het perceel van kracht zijnde bestemmingsplannen. In de eerste plaats voeren zij aan dat met het bouwplan kamerverhuur is beoogd terwijl dit niet is toegestaan. In de tweede plaats voeren zij aan dat de aanvraag is gericht op het gebruik "woonfunctie met zorg" terwijl een zorgfunctie niet is toegestaan op het perceel.

7.1. In het bestemmingsplan "Sittard-Oost" heeft het perceel voor zover van belang de bestemming "Wonen". Op grond van artikel 17.1, aanhef en onder a, van de planregels van dat bestemmingsplan is wonen binnen die bestemming toegestaan.

In het bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan begripsbepalingen" is in artikel 2 in samenhang met artikel 3 van de planregels bepaald dat onder meer in het bestemmingsplan "Sittard-Oost" de volgende begripsbepalingen gelden:

"woning:

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden."

"wonen:

bewonen van een woning uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden."

"huishouden:

De bewoning van een woning door:

een persoon;

meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur."

"Kamerverhuur

de bedrijfsmatige verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw niet bestemd voor recreatieve bewoning."

7.2. Voor het antwoord op de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming(en) en aanduiding(en) en de daarbij behorende regels bepalend. Vanwege de rechtszekerheid moet een planregel letterlijk worden uitgelegd. Als die op zichzelf niet duidelijk is en ook niet in samenhang met de andere planregels (systematiek), dan komt betekenis toe aan de niet bindende plantoelichting. Die plantoelichting kan namelijk meer inzicht geven in de bedoeling van de planwetgever.

7.3. De Afdeling stelt aan de hand van de bouwtekeningen bij de aanvraag vast dat het bouwplan 34 ruimtes omvat die zelfstandig afsluitbaar zijn en beschikken over een eigen keukenblok en badkamer. De bewoners van die ruimtes zijn dus niet afhankelijk van buiten die ruimte gelegen voorzieningen. Verder is het niet zo dat de toegang van de ruimtes zich bevinden in de privéruimte van een derde. De Afdeling is gelet op het voorgaande van oordeel dat de ruimtes in het bouwplan niet zijn aan te merken als "onzelfstandige woonruimte". Dat in het gebouw drie gemeenschappelijke ruimtes aanwezig zijn die in de bouwtekeningen als "woonkamer" zijn aangeduid en over een keukenblok beschikken doet hier niet aan af, omdat de ruimtes ook zonder die gemeenschappelijke ruimtes zelfstandig kunnen worden gebruikt. De planregels zijn in zoverre op zichzelf genomen duidelijk.

Alleen al omdat er hier geen sprake is van "onzelfstandige woonruimten" is er ook geen sprake van "kamerverhuur" in de zin van de planregels.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

7.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 29 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ3261) verdragen, naast zelfstandige bewoning door een gezin, ook minder traditionele woonvormen zich met een woonbestemming, indien daarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 18 augustus 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1851) moet bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een woonsituatie met nagenoeg zelfstandige bewoning of van een situatie van wonen met zorg betekenis worden toegekend aan de mate van zorg (toezicht en begeleiding) die aan de bewoners van de betrokken woning wordt verleend.

7.5. De Afdeling is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Daarbij zijn de volgende in het besluit van 4 september 2024 genoemde omstandigheden van belang. In het wooncomplex is weliswaar 24 uur per dag toezicht aanwezig, maar er wordt niet 24 uur per dag zorg aangeboden, er wordt geen dagbesteding aangeboden, bewoners zijn vrij om te gaan waar zij willen en sommige hebben overdag bijvoorbeeld een baan, de bewoners wonen permanent in het wooncomplex, en er vindt geen begeleiding plaats met het doel om de bewoners te leren geheel zelfstandig te wonen. Gelet op deze omstandigheden is de mate van zorg niet zo groot dat niet langer sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie over het beroep tegen het besluit van 4 september 2024

8. Het beroep tegen het besluit van 4 september 2024 is ongegrond.

Proceskosten

9. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep ongegrond;

II. verklaart het beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen van 4 september 2024 kenmerk BZW.1.22.0024.002 ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.I. van der Schoot, griffier.

w.g. Besselink

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van der Schoot

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2026

1082

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.I. van der Schoot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand