ECLI:NL:RVS:2026:5007

ECLI:NL:RVS:2026:5007

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer 202401279/1/R1
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan voor de realisatie van drie woningen en een berging aan de [locatie 1] in Heerhugowaard. Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend, voor de bouw van een losstaande woning, twee aaneengesloten woningen, en een berging met een oppervlakte van ongeveer 40 m2 op het perceel aan de [locatie 1]. In het bouwplan is ervan uitgegaan dat de bestaande op het perceel aanwezige woning en schuur behouden blijven en dat het bestaande bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 360 m2 zal worden gesloopt. [appellanten] wonen aan het [locatie 2] in Heerhugowaard. Dit perceel grenst aan het perceel waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft. De rechtbank heeft het door hen tegen het besluit van 13 mei 2022 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak hebben zij hoger beroep ingesteld.

Uitspraak

202401279/1/R1.

Datum uitspraak: 26 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend in Heerhugowaard, gemeente Dijk en waard,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Holland van 17 januari 2024 in zaak nr. 22/3151 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard.

Procesverloop

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan voor de realisatie van drie woningen en een berging aan de [locatie 1] in Heerhugowaard.

Bij uitspraak van 17 januari 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 3 augustus 2026, waar [appellant A], bijgestaan door mr. M.J. Smaling, rechtsbijstandverlener in Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door drs. R.W.J. Sterenborg, bijgestaan door mr. D.W.V. Zijlstra, advocaat in Alkmaar, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij], vergezeld door [persoon], gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 21 januari 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend, voor de bouw van een losstaande woning, twee aaneengesloten woningen, en een berging met een oppervlakte van ongeveer 40 m2 op het perceel aan de [locatie 1]. In het bouwplan is ervan uitgegaan dat de bestaande op het perceel aanwezige woning en schuur behouden blijven en dat het bestaande bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 360 m2 zal worden gesloopt.

Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan "ZuidOosthoek" doordat de voorziene woningen buiten het bouwvlak zijn gesitueerd. Voor deze strijdigheid heeft het college de omgevingsvergunning ook verleend voor het handelen in strijd met de regels van een bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo. Het oprichten van maximaal 15 woningen binnen bestaand bebouwd gebied is bij besluit van 20 december 2016 met kenmerk RB2016103 van de raad van de gemeente Heerhugowaard aangewezen als categorie van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen, als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, is vereist.

[appellanten] wonen aan het [locatie 2] in Heerhugowaard. Dit perceel grenst aan het perceel waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft. De rechtbank heeft het door hen tegen het besluit van 13 mei 2022 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak hebben zij hoger beroep ingesteld.

Procesbelang

3. Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Dijk en Waard het bestemmingsplan "Veegplan Heerhugowaard 2023" (veegplan) vastgesteld. In dit bestemmingsplan is het bouwplan dat is vergund bij het besluit van 13 mei 2022 ruimtelijk ingepast. [appellanten] hebben in hun hoger beroep alleen gronden aangevoerd die betrekking hebben op de omgevingsvergunning voor zover die is verleend voor de activiteit het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan. De omstandigheid dat het bouwplan inmiddels is ingepast in een bestemmingsplan waarbij de termijn om beroep in te stellen is verlopen, geeft aanleiding om te twijfelen over de vraag of nog procesbelang bestaat bij een procedure over de omgevingsververgunning voor het bouwplan voor het afwijken van een eerder bestemmingsplan.

Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

Bij brief van 7 augustus 2026 hebben [appellanten] alsnog beroep ingesteld tegen het veegplan. Zij hebben daarbij aangegeven dat zij voor het eerst op de zitting bij de Afdeling kennis hebben genomen van het bestaan van het veegplan en zij hebben zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is. Alleen al omdat op dit moment, ten tijde van de uitspraak in het geschil over de omgevingsvergunning, niet uitgesloten is dat het door [appellanten] tegen het veegplan ingestelde beroep ontvankelijk zal zijn, overweegt de Afdeling dat zij procesbelang hebben bij hun hoger beroep over de omgevingsvergunning.

Het hoger beroep

4. [appellanten] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het bouwplan een onevenredige inbreuk maakt op hun uitzicht en privacy, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met de lintenvisie van de gemeente, en dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de door hen aangedragen alternatieven voor het bouwplan zodanig geschikter zijn dan het aangevraagde bouwplan, dat het college de aangevraagde omgevingsvergunning had moeten weigeren.

Deze hogerberoepsgronden zijn zo goed als een herhaling van wat [appellanten] in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en op de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd. Hieraan voegt de Afdeling nog het volgende toe.

De stelling van [appellanten] dat de rechtbank ten onrechte heeft verondersteld dat de bouwlocatie ligt in een woonwijk binnen stedelijk gebied en dat daarom een zekere mate van inbreuk op privacy moet worden geduld, kan evenmin leiden tot vernietiging van de uitspraak. Weliswaar ligt de Jan Glijnisweg aan de rand van de bebouwde kom, maar de directe omgeving van de bouwlocatie kenmerkt zich door woonbebouwing in relatief hoge dichtheden. De afstanden tussen de bestaande woningen zijn vergelijkbaar met de afstand van de vergunde woningen tot de woning van [appellanten]. De door [appellanten] opgeworpen vraag of rechtbank in het kader van het beoordelen van hun beroepsgrond over privacy en uitzicht terecht heeft betrokken, de toezeggingen die de toenmalig vergunninghouder ter zitting bij de rechtbank heeft gedaan, kan onbeantwoord blijven. Ook als die omstandigheid buiten beschouwing wordt gelaten is de Afdeling namelijk van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college de gevolgen voor de privacy en uitzicht van [appellanten] aanvaardbaar heeft mogen achten. Voor het oordeel dat het besluit van 13 mei 2022 op dit punt een gebrek zou bevatten heeft de rechtbank daarom terecht geen aanleiding gezien.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Proceskosten

6. Het college hoeft de proceskosten niet te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.I. van der Schoot, griffier.

w.g. Besselink

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van der Schoot

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2026

1082

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.I. van der Schoot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand