ECLI:NL:RVS:2026:5058

ECLI:NL:RVS:2026:5058

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 202404490/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit).

Uitspraak

202404490/1/V3.

Datum uitspraak: 27 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 juni 2024 in zaak nr. NL23.28601 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit).

Bij brief van 31 maart 2023 heeft de staatssecretaris appellant meegedeeld dat hij per 7 maart 2023 vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het door appellant gemaakte bezwaar tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning, het terugkeerbesluit en de SIS-signalering ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.J.A. Bakker, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. Appellant klaagt in zijn hogerberoepschrift uitsluitend over het oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van de SIS-signalering inzake terugkeer. Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister hangende het hoger beroep aan appellant meegedeeld dat de SIS-signalering is gewist, omdat het onderliggende terugkeerbesluit is opgeheven nadat appellant een kopie van zijn paspoort heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij het grondgebied van de Europese Unie op 11 september 2025 heeft verlaten. Wat appellant met zijn hoger beroep nastreeft, de verwijdering van zijn signalering uit het SIS, heeft hij daarom bereikt. Appellant heeft als gevolg daarvan onvoldoende belang bij de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

1.1. De vraag of de minister moet worden veroordeeld tot vergoeding van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten, geeft onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1423. Ook is de bestuursrechter niet gehouden uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan. Zie de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4404. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.

1.2. Vervolgens moet worden bezien of de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder de reden voor het vervallen van het procesbelang, reden zijn om de minister de proceskosten te laten vergoeden. Daarvoor kan aanleiding bestaan als hij aan appellant tegemoet is gekomen of als het procesbelang anderszins door zijn toedoen is vervallen. Zie de uitspraak van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855. Omdat de minister de SIS-signalering heeft gewist vanwege de terugkeer van appellant en niet omdat deze onrechtmatig is, ziet de Afdeling geen grond om te spreken van een tegemoetkoming. Daarom bestaat geen aanleiding om de minister tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026

347-1111

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J. van de Kolk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand