ECLI:NL:RVS:2026:5070

ECLI:NL:RVS:2026:5070

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 202504947/2/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht

Samenvatting

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 28 juli 2025 in zaak nr. 24/4763. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verklaring van geen bezwaar, die [appellante] nodig heeft voor haar baan, mocht intrekken. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Die gewichtige redenen zijn volgens de minister dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn wettelijke taken uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief kan uitvoeren.

Uitspraak

202504947/2/A3.

Datum beslissing: 27 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 28 juli 2025 in zaak nr. 24/4763 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Procesverloop

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 28 juli 2025 in zaak nr. 24/4763. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister de verklaring van geen bezwaar, die [appellante] nodig heeft voor haar baan, mocht intrekken.

De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft de stukken die de minister aan zijn besluit om de verklaring van geen bezwaar in te trekken ten grondslag heeft gelegd, genaamd bijlagen 1 tot en met 5.

Overwegingen

1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Die gewichtige redenen zijn volgens de minister dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn wettelijke taken uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief kan uitvoeren. De minister heeft daarbij verwezen naar artikel 23 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017, die het hoofd van de AIVD verplicht tot geheimhouding van daarvoor in aanmerking komende gegevens en bronnen waaruit die gegevens afkomstig zijn. Als deze gegevens worden vrijgegeven kunnen lopende als ook toekomstige onderzoeken worden gefrustreerd en daarmee de nationale veiligheid in gevaar worden gebracht. Bijlage 1 van de stukken bevat volgens de minister op documentniveau een meer gedetailleerde onderbouwing waarom beperkte kennisneming vereist is.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. De Afdeling heeft kennis genomen van de stukken.

3.1. De Afdeling stelt wat betreft bijlage 1 vast dat op pagina 1 en 2 wordt verwezen naar uitspraken van een gerechtshof en een rechtbank en worden er onderdelen uit deze uitspraken aangehaald. De geanonimiseerde versie van deze uitspraken zijn openbaar. Ook heeft [appellante] daarvan al kennis genomen omdat de minister in beroep al een geschoonde versie van bijlage 1 met de desbetreffende passages heeft overlegd naar aanleiding van de geheimhoudingsbeslissing van de rechtbank. Om die reden acht de Afdeling voor deze passages dat er geen gewichtige reden is dat alleen de Afdeling daarvan kennis mag nemen. Voor de overige passages in bijlage 1 is die gewichtige reden er wel.

3.2. Wat betreft bijlage 2 stelt de Afdeling vast dat de eerste alinea van dit stuk inzicht biedt in de onderzoeksmethode van de AIVD. De Afdeling acht daarom dat er voor die passage gewichtige reden is dat alleen de Afdeling daarvan kennis mag nemen. Voor het overige bestaat dit stuk uit informatie die al bij [appellante] bekend is. Van dit stuk heeft de minister in beroep ook een geschoonde versie overgelegd naar aanleiding van de geheimhoudingsbeslissing van de rechtbank, waarin de eerste alinea onleesbaar is gemaakt. Voor de overige passages bestaat er dan ook geen gewichtige reden dat alleen de Afdeling daarvan kennis mag nemen.

3.3. Bijlagen 3, 4 en 5 geven inzicht in de werkwijze van de AIVD met betrekking tot het achterhalen van informatie. Ook staat er informatie in over het actuele kennisniveau van de AIVD. Het belang van de nationale veiligheid zou in gevaar kunnen worden gebracht als de gegevens uit die stukken bekend worden bij [appellante]. Mede gelet op wat hiervoor is overwogen omtrent het althans deels ontbreken van gewichtige redenen ten aanzien van bepaalde (passages van) stukken, weegt naar het oordeel van de Afdeling in dit geval het belang van de minister zwaarder dan het belang dat [appellante] kennis neemt van de stukken, c.q. passages daaruit, ten aanzien waarvan de Afdeling wel de aanwezigheid van gewichtige redenen heeft vastgesteld.

3.4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gedeeltelijk gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek af wat betreft de in overwegingen 3.1 genoemde passages van bijlage 1 inzake rechtspraak, en de in overweging 3.2 genoemde passages in bijlage 2, behalve de eerste alinea;

II. wijst het verzoek toe wat betreft het overige.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. M. van Wezep, griffier.

w.g. Kuijer

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer

w.g. Van Wezep

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026

844

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. van Wezep

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand