202505736/1/A3.
Datum uitspraak: 19 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
de burgemeester van Landgraaf,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 8 oktober 2025 in zaak nr. 24/3468 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend in Geleen, gemeente Sittard-Geleen,
en
de burgemeester.
Openbare zitting gehouden op 19 augustus 2026 om 12:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter
Staatsraad mr. C.C.W. Lange, lid
Staatsraad mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid
griffier: mr. Y. Soffner
jurist: mr. R.A. Nieuwenhuijzen
Verschenen:
de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M. Costongs-Muris en mr. T.J.M. Triepels-Huijten;
[wederpartij], bijgestaan door mr. G.L.M. Teeuwen, advocaat in Amsterdam;
====================================
Bij besluit van 15 november 2023 heeft de burgemeester de door [wederpartij] aangevraagde exploitatievergunning geweigerd.
Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de burgemeester het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank voor zover van belang het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 4 juli 2024 vernietigd, het besluit van 15 november 2023 herroepen, de door [wederpartij] op 10 juli 2023 aangevraagde exploitatievergunning geweigerd en bepaald dat die uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Het hoger beroep van de burgemeester richt zich tegen die uitspraak.
Beslissing:
I. bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen;
II. veroordeelt de burgemeester van Landgraaf tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. bepaalt dat van de burgemeester van Landgraaf een griffierecht van € 579,00 wordt geheven.
Gronden:
-De Afdeling onderschrijft de overwegingen 13.1 tot en met 14 van de rechtbank.
-Het betoog van de burgemeester dat onder ‘directe consumptie’ ook moet worden verstaan ‘geschikt voor directe consumptie’ volgt de Afdeling dus niet, omdat dit niet in artikel 2:27, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Landgraaf 2023 (APV Landgraaf) vermeld staat. Dat wordt niet anders als het woord ‘direct’ als bijvoeglijk naamwoord wordt gelezen.
De verwijzingen naar de model APV en de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 augustus 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:4293, kunnen de burgemeester niet baten, alleen al omdat het gaat om anders geformuleerde verordeningen. Ook de verwijzing naar de genoemde uitzondering van artikel 2.8, tiende lid, van de APV Landgraaf, kan de burgemeester niet baten. Die uitzondering maakt niet duidelijk wanneer een bedrijf een horecabedrijf is.
-Het voorgaande betekent dat de Afdeling met de rechtbank van oordeel is dat de New York Pizza-vestiging van [wederpartij] geen horecabedrijf is in de zin van artikel 2:27, eerste lid, van de APV Landgraaf, zodat in dit geval voor het afhalen van pizza’s geen exploitatievergunning nodig is.
-Het hoger beroep van [wederpartij] is ingesteld onder de voorwaarde dat het hoger beroep van de burgemeester tegen de uitspraak van de rechtbank gegrond wordt verklaard. Omdat het hoger beroep van de burgemeester, gelet op het voorgaande, ongegrond is, is deze voorwaarde niet vervuld en is het incidenteel hoger beroep van [wederpartij] vervallen. Aan een inhoudelijke bespreking daarvan wordt daarom niet toegekomen.
-Het hoger beroep van de burgemeester is ongegrond. Het voorwaardelijk ingestelde hoger beroep van [wederpartij] is vervallen. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen.
-De burgemeester moet de in hoger beroep door [wederpartij] gemaakte proceskosten vergoeden.
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. Soffner
griffier
818-1158