202501096/1/R3.
Datum uitspraak: 24 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Rotterdam,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 januari 2025 in zaak nr. 23/7320 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Openbare zitting gehouden op 24 augustus 2026 om 13:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter
griffier: mr. J. Buskermolen
Verschenen:
[appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. S.B.H. Fijneman;
====================================
Bij besluit van 10 mei 2022 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen jongeren die buiten schooltijden gebruik maken van het schoolplein van het Schreuder College aan De Villeneuvestraat 24 in Rotterdam afgewezen. In het besluit van 17 mei 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en het handhavingsverzoek opnieuw in behandeling genomen. Het college heeft het verzoek in het besluit van 30 oktober 2023 alsnog afgewezen. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat er 23 controles hebben plaatsgevonden en dat bij geen van deze controles personen op het schoolplein zijn waargenomen. Bij uitspraak van 8 januari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank zijn de controles gelet op het aantal, de tijdstippen en de periode waarin de controles zijn gedaan voldoende representatief. Ook kan uit de door [appellant] overgelegde foto’s niet worden afgeleid op welke datum deze zijn gemaakt en op welk tijdstip, waardoor deze niet ten grondslag kunnen liggen aan de vaststelling dat er een overtreding was ten tijde van de beslissing op bezwaar.
Beslissing
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak;
Gronden:
Uit het dossier blijkt niet dat een overtreding heeft plaatsgevonden. Als er geen overtreding is die deugdelijk is aangetoond, kan en mag het college niet handhaven. Het college heeft voldoende gecontroleerd, dus het college kan niet anders dan het verzoek om handhaving afwijzen. Dit betekent niet dat tegen onrechtmatig gebruik van het schoolplein in de toekomst niet meer handhavend kan worden opgetreden, omdat er een nieuw verzoek om handhaving kan worden ingediend wanneer er nieuwe feiten en omstandigheden zijn. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Buskermolen
griffier
896-1176