202600197/1/A2.
Datum uitspraak: 23 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
ORDA, gevestigd in Nijmegen,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 23 januari 2026 om 15:13 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
Staatsraad mr. W. den Ouden, lid
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid
griffier: mr. A.S. Rietveld
Verschenen:
het centraal stembureau, vertegenwoordigd door E.H. Giacomo Schmitz;
de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. dr. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 29 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam op 18 maart 2026.
Beslissing
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden
ORDA is op grond van artikel 8:41 van de Awb voor het door haar ingestelde beroep griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In artikel G 5, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel D 8, tweede lid, van de Kieswet, is in afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb bepaald dat de termijn, binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag moet plaatsvinden, twee weken bedraagt. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een kortere termijn stellen.
ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
1064