202600120/1/R1.
Datum uitspraak: 2 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
1. [appellant sub 1], wonend in Petten, gemeente Schagen,
2. vereniging Het Zijper Landschap (HZL), gevestigd in Schagen,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 december 2025 in zaken nrs. 24/1083 en 24/1084 en in het geding tussen:
1. [appellant sub 1],
2. HZL
en
het college van burgemeester en wethouders van Schagen.
Procesverloop
Bij besluit van 26 juli 2023 heeft het college aan Het Nieuwe Strand Petten B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het renoveren en uitbreiden van Hotel Corfwater aan Korfwaterweg 1 in Petten.
Bij uitspraak van 5 december 2025 heeft de rechtbank de door [appellant sub 1] en HZL daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1] en HZL hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant sub 1] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak behandeld op de zitting van 30 juli 2026, waar [appellant sub 1], HZL, vertegenwoordigd door mr. J.E. Dijk, advocaat te Haarlem, vergezeld door drs. G.J. Cats, deskundige, en het college, vertegenwoordigd door mr. K. Hollenberg, advocaat te Alkmaar, en G. Lukken, zijn verschenen. Verder is op de zitting Het Nieuwe Strand Petten, vertegenwoordigd door mr. M.W. van der Hulst, advocaat te Amsterdam, en [personen], als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 11 november 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. De omgevingsvergunning is onder meer verleend voor de activiteiten "bouwen" en "strijdig gebruik" bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo.
3. Bij besluit van 11 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Schagen het bestemmingsplan "Hotel Corfwater" vastgesteld.
De omgevingsvergunning is samen met het bestemmingsplan "Hotel Corfwater" voorbereid. De besluiten tot verlening van de omgevingsvergunning en vaststelling van het bestemmingsplan zijn echter niet onder de gemeentelijke coördinatieregeling van paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) komen te vallen, omdat een coördinatiebesluit niet op juiste wijze bekendgemaakt is. Daardoor kunnen de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan voor de mogelijkheid van beroep niet als één besluit worden aangemerkt en is de rechtbank bevoegd om in eerste aanleg uitspraak te doen op de beroepen gericht tegen de omgevingsvergunning.
4. Appellanten kunnen zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank over het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Volgens hen bevat het bestemmingsplan "Hotel Corfwater", waarop de omgevingsvergunning gebaseerd is, verschillende gebreken.
5. Appellanten hebben eveneens beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hotel Corfwater". Die beroepen zijn, samen met andere tegen dat besluit ingestelde beroepen, onder zaaknummer 202305735/1/R1 ook op de zitting van 30 juli 2026 behandeld. Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2026:4966, heeft de Afdeling het besluit van de raad van 11 juli 2023 vernietigd.
Toetsingskader
6. Omdat de coördinatieregeling niet van toepassing is, geldt niet artikel 3.30, derde lid, van de Wro, waarin is geregeld dat een aanvraag om een omgevingsvergunning moet worden getoetst aan het bestemmingsplan waarmee de omgevingsvergunning gecoördineerd wordt voorbereid.
7. De rechtbank heeft overwogen dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat een aanvraag moet worden getoetst aan een vastgesteld bestemmingsplan, ook als dat nog niet onherroepelijk is. Dit is onjuist. Bij een niet gecoördineerde voorbereiding moet in beginsel het geldende recht worden toegepast en moet dus worden getoetst aan een bestemmingsplan dat in werking is getreden.
8. Ten tijde van het besluit van 26 juli 2023 gold het bestemmingsplan "Hotel Corfwater" niet. Dat bestemmingsplan is op grond van artikel 8.4 van de Wro pas na de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:698, in werking getreden. Op 26 juli 2023 gold voor de locatie van het hotel nog het bestemmingsplan "Petten, ’t Zand, Callantsoog, Groote Keeten", dat de raad van de voormalige gemeente Zijpe op 28 september 2010 heeft vastgesteld. Door het besluit tot vergunningverlening te toetsen aan het bestemmingsplan "Hotel Corfwater" heeft de rechtbank een onjuist toetsingskader gehanteerd.
Omgevingsvergunning
9. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan "Petten, ’t Zand, Callantsoog, Groote Keeten". Het bouwplan heeft onder meer betrekking op bouwen buiten het in dat bestemmingsplan opgenomen bouwvlak en bouwen ten behoeve van in dat bestemmingsplan niet toegestane horeca- en congresfuncties. Het college heeft het strijdige gebruik ten onrechte niet meegewogen in zijn besluitvorming. Het heeft de aanvraag getoetst aan het op dat moment nog niet geldende bestemmingsplan "Hotel Corfwater". Het besluit van 26 juli 2023 is gelet hierop in strijd met artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo.
Conclusie
10. De hoger beroepen zijn gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de beroepen van [appellant sub 1] en HZL tegen het besluit van het college van 23 juli 2023 alsnog gegrond verklaren en dat besluit vernietigen.
Aan bespreking van andere gronden van beroep en hoger beroep komt de Afdeling niet toe.
11. Dit betekent dat het college een nieuwe beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning moet nemen. Daarbij is de Wabo, en niet de Omgevingswet, van toepassing. Uit artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo volgt dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden toegepast, aangezien het bestemmingsplan "Hotel Corfwater" bij uitspraak van heden vernietigd is. Omdat Het Nieuwe Strand Petten op 31 oktober 2025 een omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit bij gedeputeerde staten van Noord-Holland heeft aangevraagd, is de natuurtoestemming voor het project losgekoppeld en hoeft het college daarover in deze procedure geen beslissing meer te nemen.
12. Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld.
Proceskosten
13. Het college moet de proceskosten van [appellant sub 1] en HZL vergoeden. Daarbij merkt de Afdeling op dat zij de door [appellant sub 1] gemaakte kosten voor het hoger beroep, bestaande uit reiskosten, niet bij de kostenveroordeling heeft betrokken, omdat die kosten zijn meegenomen in de kostenveroordeling in de uitspraak over het bestemmingsplan "Hotel Corfwater". Datzelfde geldt voor de kosten van HZL voor het bijwonen van de zitting door haar gemachtigde, het meebrengen van een deskundige en het opstellen van een deskundigenrapport.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart de hoger beroepen gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 december 2025 in zaken nrs. 24/1083, 24/1084 en 24/1086;
III. verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroepen van [appellant sub 1] en vereniging Het Zijper Landschap alsnog gegrond;
IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schagen van 26 juli 2023, kenmerk O-21-0563;
V. bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;
VI. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Schagen tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van de beroepen en hoger beroepen opgekomen proceskosten tot een bedrag van:
a. € 6,41 aan [appellant sub 1];
b. € 2.802,00 aan vereniging Het Zijper Landschap, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
VII. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:
c. € 481,00 aan [appellant sub 1];
d. € 961,00 aan vereniging Het Zijper Landschap.
Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzitter, en mr. B.P.M. van Ravels en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier.
w.g. Ten Veen
voorzitter
w.g. Visser
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026
148