202502956/1/R3.
Datum uitspraak: 2 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats], en anderen,
appellanten,
en
de raad van de gemeente De Wolden,
verweerder.
Procesverloop
In het besluit van 24 april 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, deelplan Nolderwoud" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] en anderen en Bungalowpark Het Nolderwoud V.O.F. hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 5 augustus 2026, waar [appellant] en anderen, van wie [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door mr. R.D.V. Molenaar, zijn verschenen. Verder is op de zitting Bungalowpark Het Nolderwoud V.O.F., vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. A.A. Bouman, rechtsbijstandverlener in Amsterdam, gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 28 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het bestemmingsplan maakt de transformatie van het recreatiepark Het Nolderwoud in Zuidwolde mogelijk. De beoogde ontwikkeling voorziet aan de zuidkant van het recreatiepark in het toevoegen van een aantal nieuwe lodges rondom de visvijver, de bouw van nieuwe groepsaccommodaties en de realisatie van een kantine en winkel ten behoeve van vissers die gebruik maken van de visvijver. [appellant] en anderen zijn het niet eens met dit besluit. Zij zijn allen eigenaar van recreatiewoningen aan de noordzijde van het recreatiepark. Zij vrezen als gevolg van dit plan in hun gebruiksrechten te worden geschaad.
3. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Toetsingskader
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Het beroep
Onzorgvuldige besluitvorming en participatie
5. [appellant] en anderen betogen dat het besluitvormingsproces onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. Zij vinden dat zij als particuliere eigenaren van de recreatiewoningen aan de noordzijde van het plangebied onvoldoende zijn betrokken bij de plannen. Ook vinden zij dat zij als direct belanghebbenden ten onrechte niet op de hoogte zijn gebracht van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan.
Daarnaast betogen [appellant] en anderen dat de raad ten onrechte Bungalowpark Het Nolderwoud verantwoordelijk heeft gemaakt voor het informeren van belanghebbenden.
5.1. De Afdeling stelt vast dat het ontwerpplan ter inzage heeft gelegen van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024. Gedurende deze periode bestond voor eenieder de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen. Er is voldaan aan de wettelijke vereisten voor de kennisgeving van de terinzagelegging. In de Wro of in een ander wettelijk voorschrift valt geen bepaling aan te wijzen op grond waarvan het gemeentebestuur in een geval als hier aan de orde verplicht is eventuele belanghebbenden persoonlijk in kennis te stellen van de terinzagelegging van een ontwerpplan.
Daar voegt de Afdeling aan toe dat uit de Wro geen verplichting volgt voor de raad om in de fase voorafgaand aan de procedure in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betrokkenen actief bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan te betrekken. Dat de initiatiefneemster [appellant] en anderen in de fase voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpplan niet zou hebben geïnformeerd over haar plannen, kan dan ook niet tot de conclusie leiden dat de raad in strijd met een wettelijke bepaling heeft gehandeld. De raad had in die fase namelijk geen verplichting om [appellant] en anderen te informeren. Daarom kan er ook geen sprake zijn van het overdragen van een verantwoordelijkheid door de raad aan initiatiefneemster om [appellant] en anderen te informeren. In wat [appellant] en anderen aanvoeren ziet de Afdeling dan ook geen reden om te oordelen dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen.
Het betoog slaagt niet.
Strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe
6. [appellant] en anderen betogen dat het plan niet voldoet aan artikel 2.21 van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (Omgevingsverordening). Volgens hen gaat de raad er ten onrechte vanuit dat op het gehele recreatiepark sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. Zij zijn als eigenaren van de recreatiewoningen aan de noordzijde van het recreatiepark namelijk niet verbonden met het op het recreatiepark aanwezige bedrijf, Het Nolderwoud.
6.1. Ingevolge artikel 2.21 van de Omgevingsverordening kan een ruimtelijk plan alleen voorzien in een nieuw park of uitbreiding van een park indien het ruimtelijk plan regels stelt ter waarborging van levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie van het park, zodat permanente bewoning van recreatiewoningen wordt voorkomen. De Afdeling overweegt dat met artikel 4.1, onder a, en artikel 4.5.1, onder a, van de planregels wordt voorzien in regels ter waarborging van de levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie van het park. Artikel 4.1, onder a, van de planregels schrijft namelijk voor dat de voor "Recreatie" aangewezen gronden zijn bestemd voor één recreatiebedrijf en artikel 4.5.1, onder a, van de planregels schrijft voor dat de bedrijfsmatige exploitatie van de recreatieverblijven plaatsvindt via één centrale voorziening. Artikel 4.5.4, aanhef en onder a, bepaalt daarbij dat het gebruik van recreatieverblijven voor permanente bewoning strijdig is met de bestemming "Recreatie". Op die manier wordt met dit bestemmingsplan voorzien in een waarborg om permanente bewoning van recreatiewoningen te voorkomen.
De Afdeling overweegt dat, anders dan [appellant] en anderen betogen, artikel 2.21 van de Omgevingsverordening niet voorschrijft dat alle op het recreatiepark aanwezige recreatiewoningen bedrijfsmatig worden geëxploiteerd via een centrale voorziening. Het is niet in strijd met dit artikel dat een plan, zoals hier ook het geval is, het mogelijk maakt dat particuliere eigenaren van recreatieverblijven die verblijven uitsluitend zelf recreatief gebruiken en ervoor kiezen niet over te gaan tot de verhuur daarvan. Wel schrijven de planregels in dit geval voor dat wanneer een eigenaar van een recreatiewoning op het Nolderwoud wel tot verhuur wil overgaan, dit via de centrale voorziening gebeurt.
Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat dit plan in strijd met artikel 2.21 van de Omgevingsverordening is vastgesteld.
Het betoog slaagt niet.
Strijd met het Actieprogramma vitale Vakantieparken
7. [appellant] en anderen betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met het Actieprogramma Vitale vakantieparken Drenthe. Het actieprogramma schrijft namelijk voor dat er een Vereniging van Eigenaren (VvE) aanwezig is op het vakantiepark om het actieprogramma uit te voeren. Dat is hier niet het geval.
7.1. Anders dan [appellant] en anderen betogen, stelt de Afdeling vast dat het Actieprogramma vitale Vakantieparken niet voorschrijft dat er een VvE aanwezig is op het vakantiepark.
Het betoog slaagt reeds om die reden al niet.
Onjuistheden in de plantoelichting
8. Voor zover [appellant] en anderen wijzen op onjuistheden in de plantoelichting, wat daar ook van zij, overweegt de Afdeling dat de plantoelichting geen juridisch bindend onderdeel van het bestemmingsplan is, zodat wat zij daarover hebben aangevoerd reeds om die reden niet kan leiden tot een gegrond beroep.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond.
10. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.
w.g. Knol
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Lap
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026
288-1205
BIJLAGE
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe
Artikel 2.21 luidt:
Een ruimtelijk plan kan alleen voorzien in een nieuw park of uitbreiding van een park indien het ruimtelijk plan regels stelt ter waarborging van levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie van het park, zodat permanente bewoning van recreatiewoningen wordt voorkomen.
Bestemmingsplan "Buitengebied, deelplan Nolderwoud"
Artikel 4.1 luidt:
De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. één recreatiebedrijf, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'recreatie uitgesloten' geen recreatie is toegestaan behalve visrecreatie;
[…]
c. recreatieverblijven (niet zijnde lodges) uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieverblijven';
[…]
Artikel 4.5.1 luidt:
a. de bedrijfsmatige exploitatie van de recreatieverblijven vindt plaats via één centrale voorziening.
Artikel 4.5.4, aanhef en onder a, luidt:
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen:
a. het gebruik van recreatieverblijven en groepsaccommodaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens voor permanente bewoning;