ECLI:NL:RVS:2026:5153

ECLI:NL:RVS:2026:5153

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 202502772/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 3 juni 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) deels ingewilligd en voor het overige afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wht. Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen uitgevoerd. Dat gebeurt nu door de minister. In de uitspraak wordt het bestuursorgaan verder aangeduid met minister. [appellante] is aangemerkt als een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft bij de minister een schuldenlijst ingediend met verschillende schulden.

Uitspraak

202502772/1/A2.

Datum uitspraak: 2 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 8 april 2025 in zaak nr. 23/5884 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Financiën.

Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) deels ingewilligd en voor het overige afgewezen.

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister het besluit van 19 oktober 2023 ingetrokken, het bezwaar deels gegrond verklaard, de schuld aan een advocatenkantoor alsnog overgenomen en zijn standpunt over het niet overnemen van de overige schulden ongewijzigd gelaten.

Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 10 juli 2026, waar de minister, vertegenwoordigd [gemachtigden], is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wht. Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen uitgevoerd. Dat gebeurt nu door de minister. In de uitspraak wordt het bestuursorgaan verder aangeduid met minister. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

2. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. Artikel 4.1 van de Wht bepaalt welke private schulden op grond van de Wht worden overgenomen. Aan deze voorwaarden moet dus ook zijn voldaan. Deze bepaling houdt kort gezegd in dat private schulden worden overgenomen als zij zijn ontstaan na 31 december 2005, vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren en niet zijn voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan. In artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht is bepaald dat een informele private schuld in aanmerking kan komen voor overname, indien die is vastgelegd in een notariële akte, of waarvan blijkt uit een rechterlijke uitspraak, indien de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of het daaraan voorafgaande verzoekschrift dateert van voor 1 juni 2021.

3. In de Wht is in artikel 9.1, tweede lid, aanhef en onder a, een hardheidsclausule opgenomen, op grond waarvan de minister kan afwijken van artikel 4.1, voor zover de toepassing daarvan, gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Besluitvorming

4. [appellante] is aangemerkt als een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft bij de minister een schuldenlijst ingediend met verschillende schulden.

5. In het besluit van 3 juni 2022 is onder meer een schuld aan Incasso Federatie Nederland (IFN) van € 623,60 op grond van de Wht overgenomen.

6. [appellante] heeft de minister in bezwaar verzocht om ook haar schuld van € 2 300,00 bij [persoon] over te nemen op basis van de Wht. [appellante] heeft daaraan ten grondslag gelegd dat deze schuld samenhangt met de schuld aan IFN, omdat [persoon], namens [appellante], een bedrag van € 2.300,00 heeft betaald aan IFN voor de verleende incassowerkzaamheden.

7. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de minister geweigerd om de schuld van € 2.300,00 aan [persoon] over te nemen. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de schuld aan [persoon] een private lening is die niet is vastgelegd in een notariële akte. Bovendien was de schuld ook niet opeisbaar vóór 1 juni 2021, omdat niet is gebleken dat [persoon] het volledige bedrag heeft opgeëist. Daarmee voldoet de schuld niet aan de vereisten van artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, en tweede lid, van de Wht, aldus de minister.

Uitspraak van de rechtbank

8. De rechtbank heeft overwogen dat partijen het erover eens zijn dat de schuld van €2.300,00 aan [persoon] niet is vastgelegd in een notariële akte, als bedoeld in de Wht, en ook niet blijkt uit een rechterlijke uitspraak. Deze schuld kan daarom in beginsel niet worden overgenomen. De minister hoefde de schuld naar het oordeel van de rechtbank ook niet met toepassing van de hardheidsclausule over te nemen. Volgens de rechtbank doet zich namelijk geen situatie voor waarin aan het bestaan van een informele schuld en de gemaakte betalingsafspraken op grond van andere authentieke documenten redelijkerwijs niet valt te twijfelen. [appellante] heeft een e-mailwisseling overgelegd, maar dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om het bestaan van deze informele schuld aan te nemen. Zoals uit de uitspraak van de Afdeling van 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5100, onder 7.2, volgt, mag van [appellante] worden verlangd dat zij met controleerbare en voldoende objectieve documenten en informatie komt ter staving van de schuld, waar zij overneming van verzoekt. [appellante] heeft een bewijsaanbod gedaan om bankafschriften en schriftelijke ingebrekestellingen over te leggen, maar de rechtbank heeft dat verzoek afgewezen, omdat [appellante] onvoldoende heeft onderbouwd waarom daarmee kan worden gestaafd dat redelijkerwijs niet valt te twijfelen aan het bestaan van de schuld.

Beoordeling van het hoger beroep

9. [appellante] heeft in hoger beroep een overeenkomst van lening van 6 januari 2017, een bankafschrift van 11 maart 2016 en de e-mailcorrespondentie tussen haar, [persoon] en IFN overgelegd. Zij betoogt dat zij daarmee het bestaan van de informele schuld aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep op de hardheidsclausule slaagt daarom. [appellante] voert verder aan dat uit de overeenkomst blijkt dat de lening voor 6 januari 2018 moest worden terugbetaald. Omdat dat niet is gebeurd, is de schuld op die datum opeisbaar geworden, aldus [appellante].

9.1. In hoger beroep heeft [appellante] volstaan met het toezenden van de overeenkomst van lening van 6 januari 2017, zonder nadere toelichting. Hoewel uit het bankafschrift van 11 maart 2016 en de e-mailcorrespondentie tussen [appellante], [persoon] en IFN kan volgen dat [persoon] € 2.300,00 heeft betaald aan IFN en dat dat een lening was aan [appellante], is onduidelijk gebleven wat er daarna is gebeurd. De minister heeft er op de zitting op gewezen dat de overeenkomst niet de afspraken weerspiegelt die [persoon] en IFN in de e-mailwisseling zijn overeengekomen. De minister werpt hiermee terecht de vraag op of in de overeenkomst de juiste afspraken zijn opgenomen of dat er later andere afspraken, waaronder over de opeisbaarheid van de schuld, zijn gemaakt. [appellante] is niet op de zitting verschenen om dit op te helderen. Verder heeft zij ook geen stukken overgelegd van na 2017 waaruit dit kan worden opgemaakt. Het voorgaande leidt daarom, anders dan [appellante] betoogt, niet tot de conclusie dat op basis van deze stukken aan het bestaan van de informele schuld en de gemaakte betalingsafspraken redelijkerwijs niet kan worden getwijfeld. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de minister de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen.

Conclusie

10. Het hoger beroep is ongegrond

11. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van den Oosterkamp

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026

941-1180

BIJLAGE

Wettelijk kader

Wet hersteloperatie toeslagen

Artikel 4.1 Overneming of betaling privaatrechtelijke geldschulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

1 Onze Minister neemt op aanvraag de geldschulden en kosten over op grond van artikel 155 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, tenzij op die aanvrager, die partner of die ex-partner artikel 4.6 of 4.7 van toepassing is.

2 De geldschulden die worden overgenomen:

a. zijn ontstaan na 31 december 2005;

b. waren voor 1 juni 2021 opeisbaar; en

c. zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan.

3 Geldschulden en kosten die worden overgenomen, zijn:

a. een geldschuld die is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser;

b. een geldschuld die niet is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser indien deze is vastgelegd in een notariële akte die is verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 of blijkt uit een rechterlijke uitspraak indien de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of dagvaarding of het daaraan voorafgaande verzoekschrift dateert van voor 1 juni 2021, waarbij geldt dat de zaak bij de rechtbank binnen een redelijke termijn na de dagtekening van de ingebrekestelling aanhangig moet zijn gemaakt;

c. een geldschuld die voortvloeit uit alimentatieverplichtingen;

d. de bij een overgenomen of over te nemen opeisbare geldschuld bijkomende kosten;

e. een geldschuld bij een krachtens publiekrecht ingesteld orgaan van een rechtspersoon in het buitenland; en

f. bestuursrechtelijke geldschulden die niet voor kwijtschelding in aanmerking komen op grond van hoofdstuk 3.

4 Geldschulden en kosten die niet worden overgenomen zijn:

a. de resterende hoofdsom van een hypothecaire lening, ook als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden, tenzij het een restschuld betreft na verkoop van of verhaal op de verhypothekeerde zaak;

b. de resterende hoofdsommen van andere leningen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden;

c. een geldschuld die voortvloeit uit een onrechtmatige daad;

d. een percentage van de geldschuld aan een rechtspersoon, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap waarin de aanvrager van de schuldoverneming een belang heeft, dat gelijk is aan het percentage van dat belang van de aanvrager van de schuldoverneming;

e. een geldschuld waarvoor aan de aanvrager van de schuldoverneming reeds compensatie of aanvullende compensatie als bedoeld in artikel 2.1 of een andere niet-forfaitaire vergoeding is toegekend; of

f. een geldschuld die al is overgenomen van een aanvrager of diens partner of van een ex-partner.

5 Indien een schuldeiser geen toestemming geeft tot overneming van een geldschuld, voldoet Onze Minister de geldschuld en is de betreffende verbintenis nagekomen als bedoeld in artikel 30 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 9.1 Hardheidsclausules

1 De Dienst Toeslagen kan bij een besluit over toekenning van compensatie, een tegemoetkoming of vergoeding, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of betaling van bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke schulden afwijken van 2.1, 2.6, 2.7, 2.10, 2.11, 2.11a, 2.11b, 2.14, 2.14a, 2.16, 2.17, 3.1, 4.6, 4.7 of 6.1 voor zover toepassing van het desbetreffende artikel gelet op doel of strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor degene die aanspraak wil maken op de toekenning.

2 Voor zover toepassing gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard kan:

a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 2.15a, 2.15b, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;

b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.6;

c. de Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.7;

d. het college van burgemeester en wethouders afwijken van artikel 3.8 of 2.21;

e. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afwijken van artikel 3.9;

f. het CAK, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, van artikel 3.10 afwijken;

g. de Wlz-uitvoerder, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, van artikel 3.11 afwijken; en

h. het college, bedoeld in de artikelen 1.1 van de Jeugdwet en 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, van artikel 3.12 afwijken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand