ECLI:NL:RVS:2026:5162

ECLI:NL:RVS:2026:5162

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 202505386/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester van Almelo aan [partij A] en [partij B] een exploitatie- en alcoholvergunning verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf met de naam "Heinde & Ver Almelo". De burgemeester heeft het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, omdat er geen sprake is van een van de weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 (Apv) of de Alcoholwet. Daarom moet de vergunning worden verleend. De rechtbank is de burgemeester hierin gevolgd en heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Wat betreft de door [appellant] aangevoerde procedurele gronden heeft de rechtbank geoordeeld dat de bezwaarcommissie zich mag beperken tot wat relevant is voor de beoordeling van het bezwaarschrift.

Uitspraak

202505386/1/A3.

Datum uitspraak: 2 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Almelo,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 2 september 2025 in zaak nr. 24/4459 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Almelo.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester aan [partij A] en [partij B] een exploitatie- en alcoholvergunning verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf met de naam "Heinde & Ver Almelo".

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 14 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en de burgemeester opgedragen een nieuw besluit te nemen. Bij besluit van 2 december 2024 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5403, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

[partijen] en de burgemeester hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 20 juli 2026, waar [appellant], bijgestaan door J.P.E. Baakman, rechtsbijstandverlener in Haaksbergen, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. K. van der Hoeven, advocaat in Almelo, zijn verschenen. Verder zijn [partijen], als derde-belanghebbenden gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1. De burgemeester heeft aan [partijen] een exploitatie- en alcoholvergunning verleend voor het restaurant "Heinde & Ver Almelo" aan de Haven Noordzijde 19 in Almelo. De burgemeester heeft het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, omdat er geen sprake is van een van de weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 (Apv) of de Alcoholwet. Daarom moet de vergunning worden verleend.

1.1. De rechtbank is de burgemeester hierin gevolgd en heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Wat betreft de door [appellant] aangevoerde procedurele gronden heeft de rechtbank geoordeeld dat de bezwaarcommissie zich mag beperken tot wat relevant is voor de beoordeling van het bezwaarschrift. Verder heeft de rechtbank de vraag of mr. Van Zutphen ten onrechte lid is van de bezwaarcommissie van de gemeente Almelo buiten beschouwing gelaten, omdat hij het bezwaarschrift van [appellant] niet als lid of als voorzitter heeft behandeld. Verder is het de rechtbank niet gebleken dat de stukken waar [appellant] op doelt met betrekking tot de bedreigingen, relevant zijn voor de beoordeling van de verlening van de exploitatie- en alcoholvergunning. [appellant] heeft ook geen inhoudelijke gronden gericht tegen de verlening van de exploitatie- en alcoholvergunning. Er doen zich dan ook geen weigeringsgronden voor, aldus de rechtbank.

Beoordeling van het hoger beroep

2. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4.1 tot en met 4.4 en 5.1 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

2.1. De Afdeling ziet aanleiding om het volgende te overwegen. Ter zitting is aan de orde geweest dat [appellant] al ruim 20 jaren een conflict heeft met (bestuursorganen van) de gemeente. Dit conflict gaat over het eigendom van de steeg tussen de woning van [appellant] en het naastgelegen pand waarin nu de horeca-inrichting is gevestigd. Gedurende deze 20 jaren heeft [appellant] meer dan 10 procedures gestart en meerdere handhavingsverzoeken gedaan bij de gemeente, steeds gerelateerd aan de betreffende steeg. Nu [appellant] in deze procedure geen gronden heeft aangevoerd die gaan over het oordeel van de rechtbank, maar slechts standpunten herhaalt over geschillen tussen hem en de gemeente die in eerdere procedures al zijn afgedaan en waarvan hij geacht moet worden te weten dat die in deze procedure evident geen kans van slagen hebben, acht de Afdeling het niet onaannemelijk dat [appellant] inmiddels rechtsmiddelen aanwendt zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij gegeven zijn. In het vervolg zal de Afdeling bij behandeling van een hoger beroep van [appellant] daarom eerst bezien of er sprake is van misbruik van recht. Als de Afdeling in volgende zaken van [appellant] misbruik van recht aanneemt zal zijn hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard en kan [appellant] worden veroordeeld in de proceskosten van het bestuursorgaan (vgl. ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447).

Slotsom

3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

4. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.

w.g. Den Ouden

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Soffner

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026

818-1166

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Y. Soffner

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand