ECLI:NL:RVS:2026:5182

ECLI:NL:RVS:2026:5182

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 202404202/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een aanbouw op het perceel [locatie A] in Groningen. De omgevingsvergunning is ter legalisatie van de al gerealiseerde aanbouw verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. [appellante] woont op het naastgelegen adres aan de [locatie B] en is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, omdat volgens haar de afwijkingen van het bestemmingsplan onvoldoende zijn gemotiveerd en haar woon- en leefklimaat door de aanbouw onevenredig wordt aangetast.

Uitspraak

202404202/1/R3.

Datum uitspraak: 2 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Groningen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 29 mei 2024 in zaak nr. 23/2266 in het geding tussen:

[appellante],

en

het college van burgemeester en wethouders van Groningen.

Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een aanbouw op het perceel [locatie A] in Groningen.

Bij besluit van 18 april 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 29 juni 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. M.T. Hoen, advocaat in Wijnjewoude, en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. I. Simonides, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 24 oktober 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. De omgevingsvergunning is ter legalisatie van de al gerealiseerde aanbouw verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo.

[appellante] woont op het naastgelegen adres aan de [locatie B] en is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, omdat volgens haar de afwijkingen van het bestemmingsplan onvoldoende zijn gemotiveerd en haar woon- en leefklimaat door de aanbouw onevenredig wordt aangetast.

De relevante wettelijke bepalingen en planregels zijn opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.

Hoger beroepsgronden

Goede ruimtelijke ordening

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat het college bij de verlening van de omgevingsvergunning geen deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Daarover voert [appellante] aan dat de gelegaliseerde aanbouw op meerdere punten in strijd is met het bestemmingsplan "Oosterparkwijk" (het bestemmingsplan), onder meer wat betreft de hoogte, lengte, bebouwingspercentage en situering op de achtererfgrens. Zij vindt dat de rechtbank deze afwijkingen van artikel 14.2.3, onder a, sub 2, 3 en 4 en onder c, van de planregels ten onrechte niet in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. Volgens [appellante] heeft de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom de afwijkingen van het bestemmingsplan als beperkt kunnen worden aangemerkt, terwijl volgens haar sprake is van aanzienlijke afwijkingen, onder meer doordat de toegestane bebouwingsoppervlakte ruim wordt verdubbeld en de aanbouw langer en hoger is dan toegestaan. Ook acht zij de verwijzing van de rechtbank naar andere, al dan niet toegestane bebouwing in de omgeving niet relevant en onvoldoende gemotiveerd. [appellante] betoogt dat de aanbouw, gelet op de hoogte, omvang en situering tot een aanzienlijke aantasting van haar woon- en leefklimaat leidt. Daarbij wijst zij erop dat sprake is van een vrijwel massief bouwwerk dat een groot deel van het licht en de lucht op haar perceel wegneemt, waardoor haar tuin en woning donkerder en kouder zijn geworden, wat ook leidt tot extra energiekosten. [appellante] vindt dat met deze gevolgen in de belangenafweging onvoldoende rekening is gehouden en dat de rechtbank ten onrechte heeft volstaan met een beknopte beoordeling van die gevolgen.

Op de zitting heeft [appellante], desgevraagd en bij herhaling, bevestigd dat haar bezwaren met betrekking tot een beperking van haar zon- en lichtinval en een beperking van haar uitzicht, zich alleen richten tegen het deel van de aanbouw dat, grenzend aan haar onbebouwde achtererfgebied, boven de erfafscheiding uitsteekt. Die aanbouw is 3,08 m hoog, terwijl de garage die er voorheen stond 2,25 m hoog was. Volgens haar leidt die hoogte in combinatie met de diepte van de aanbouw tot een aantasting van haar woon- en leefklimaat. De Afdeling zal dit betoog in het licht van de gegeven uitleg over haar bezwaren beoordelen.

3.1. Niet in geschil zijn de volgende feiten en strijdigheden met het bestemmingsplan:

- de aanbouw is 9,74 m diep, in plaats van de toegestane 4 m;

- de aanbouw is gebouwd op de achtererfgrens die grenst aan een straat, in plaats van 1 m van de achtererfgrens;

- met de aanbouw is het achtererfgebied met 72% bebouwd, in plaats van 50%;

- de aanbouw is 3,08 m hoog, in plaats van de toegestane 3 m.

3.2. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

3.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in een uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1134, onder 8.1, mag het college bij de afweging van de bij de besluitvorming betrokken belangen meewegen dat negatieve gevolgen van een bouwplan kunnen worden veroorzaakt door de fictieve realisering van een bouwplan dat in overeenstemming is met het bestemmingsplan.

3.4. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat het bouwplan slechts in beperkte mate afwijkt van wat op grond van de planregels is toegestaan. Daarbij heeft de rechtbank, in navolging van het college, betekenis mogen toekennen aan wat op grond van het bestemmingsplan op het perceel zelf en in de achtertuinen in de buurt al mogelijk is. De Afdeling oordeelt met de rechtbank dat het college de omvang van de afwijkingen van het bestemmingsplan in zijn beoordeling heeft mogen betrekken, en deze afzonderlijk en in onderlinge samenhang gezien, niet zodanig groot heeft hoeven achten dat daarom sprake is van een onaanvaardbare ruimtelijke situatie. Daarbij heeft het college de overschrijding van de maximale bouwhoogte met 8 cm, de grotere bouwdiepte en de overschrijding van de toegestane bebouwingsoppervlakte, redelijkerwijs als beperkte afwijkingen kunnen aanmerken, gelet ook op de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

De Afdeling betrekt hierbij dat artikel 14.2.3 van de planregels het mogelijk maakt om op het achtererf een vrijstaand bijbehorend bouwwerk te bouwen met een bouwhoogte van 3 m. Dit betekent dat het deel van de aanbouw dat boven de erfafscheiding uitsteekt en waar [appellante] volgens haar nadeel van ondervindt, ook op grond van het plan bij recht mogelijk was als dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk was geweest, maar dan tot een hoogte van 3 m. Deze bouwmogelijkheid is [appellante] op de zitting voorgehouden en zij heeft die niet weersproken.

3.5. De Afdeling overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van [appellante] voldoende in de belangenafweging heeft betrokken. De rechtbank heeft daarbij mogen betrekken dat de woning en achtertuin van [appellante] zijn gelegen in een stedelijke omgeving met al beperkte lichttoetreding, deels vanwege haar eigen aanbouw en carport in de achtertuin, en dat de schaduwhinder als gevolg van de vergunde aanbouw, mede gelet op de beperkte overschrijding van de toegestane bouwhoogte en de bestaande bebouwing in de omgeving, niet zodanig is dat sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellante].

3.6. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college de belangen in deze zaak goed heeft afgewogen. De rechtbank heeft om die reden terecht overwogen dat het college de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen.

Het betoog slaagt niet.

Onjuiste aanvraag

4. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de omgevingsvergunning is verleend op basis van een onjuiste aanvraag. De bij de aanvraag gevoegde tekeningen tonen volgens haar een kleinere aanbouw dan feitelijk is gerealiseerd, zodat de aanvraag de bestaande situatie onjuist weergeeft. Nu het een legalisering betreft, wist het college volgens [appellante], of had het moeten weten, dat de aanvraag niet overeenkwam met de feitelijke situatie.

4.1. De Afdeling stelt voorop dat het college als regel behoort te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals deze is ingediend. Dat betekent in dit geval dat het college op basis van de aanvraag moest beoordelen of het bouwplan voor de aanbouw in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

4.2. De Afdeling overweegt dat de vraag of de aanbouw overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning en de daarbij behorende tekeningen is gerealiseerd, in deze procedure niet ter beoordeling voorligt. Zoals overwogen door de rechtbank gaat deze procedure alleen over de vergunning zelf en of het college die vergunning mocht verlenen. Eventuele afwijkingen tussen de gerealiseerde situatie en de vergunde situatie zouden aan de orde kunnen worden gesteld in het kader van een te entameren handhavingsprocedure. Dat de aanbouw op een bij de aanvraag gevoegde "ingetekende foto" even hoog is weergegeven als de carport van [appellante], terwijl de gerealiseerde aanbouw hoger blijkt te zijn, leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij is van belang dat het college de aanvraag heeft beoordeeld aan de hand van de daarbij behorende bouwtekeningen en de daarop vermelde afmetingen. Zoals het college heeft toegelicht op de zitting, zijn deze stukken bepalend geweest voor de beoordeling van de aanvraag.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J.M.A Wolvers-Poppelaars, griffier.

w.g. Hoekstra

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Wolvers-Poppelaars

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026

780-1195

BIJLAGE

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.12

"1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:

a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening:

1°. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking,

2°. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of

3°. In overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;

[…]"

Bestemmingsplan "Oosterparkwijk"

Artikel 14.2.3

"Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

a. Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend aan de achtergevel van de hoofdmassa van de bebouwing worden gebouwd, met dien verstande dat:

1. de maximale bouwhoogte 4 meter bedraagt;

2. de maximale bouwhoogte niet hoger is dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw;

3. de maximale diepte, gemeten vanuit (het verlengde van) de achtergevel van de hoofdmassa van de bebouwing, 4 meter bedraagt;

4. de afstand tot de zij- en achtererfgrens, indien deze grenst aan het openbaar toegankelijk gebied, minimaal 1 meter bedraagt.

[…]"

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.J.M.A Wolvers-Poppelaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand