ECLI:NL:RVS:2026:5300

ECLI:NL:RVS:2026:5300

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer BRS.26.003680
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.003680

ECLI:NL:RVS:2026:5300

Datum uitspraak: 11 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant] mede voor een minderjarig kind [betrokkene],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 8 juli 2026 in zaak nr. NL25.47719 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 4 september 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. G.J. Dijkman, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.Gelet op de toetsing die de rechtbank en de Afdeling verrichten naar het recht dat gold ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar, betrekt de Afdeling bij deze zaak niet de met ingang van 12 juni 2026 gewijzigde regelgeving op het gebied van nareis.

2.Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5 tot en met 6 van de uitspraak van de rechtbank over.

2.1.Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Ook roept het hogerberoepschrift geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 24).

3.Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2026

1028

Verzonden: 11 september 2026

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.E. Pronk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand