202503670/1/A2.
Datum uitspraak: 9 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Elspeet, gemeente Nunspeet,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 mei 2025 in zaak nr. 24/5170 in het geding tussen:
[appellant]
en
de raad van de gemeente Nunspeet.
Procesverloop
Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad een Lijst Monumentale Bomen (Lijst) vastgesteld.
Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 8 mei 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 1 juli 2024 vernietigd en de rechtsgevolgen van dit besluit in stand gelaten.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] en de raad hebben elk een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 25 augustus 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. G.P. van Malkenhorst, rechtsbijstandverlener in Mheer, en de raad, vertegenwoordigd door mr. L.E. Janszen en R.E. van den Hoorn, zijn verschenen.
Overwegingen
1. In artikel 2, eerste lid, van de Bomenverordening van de gemeente Nunspeet 2021 (de Bomenverordening) is bepaald dat de raad een Lijst vaststelt en dat deze Lijst elke vijf jaar wordt herzien en een samenhangend geheel bevat van monumentale bomen in gemeentelijk en particulier eigendom.
2. De raad heeft beoordelingsruimte bij de toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Bomenverordening. De raad heeft hieraan invulling gegeven in de Criteria monumentale bomen (de Criteria). Volgens de Criteria is voor plaatsing op de Lijst vereist dat in ieder geval wordt voldaan aan vier dwingende criteria, waaronder dat de desbetreffende boom een minimale toekomstwaarde van tien jaar heeft, en dat bovendien wordt voldaan aan één van vijf andere criteria, waaronder dat de desbetreffende boom beeldbepalend voor de omgeving is.
3. In het besluit van 21 december 2023 heeft de raad, voor zover hier van belang, geweigerd om een boom op het perceel Jonkvrouw van Eysingahof 6 in Elspeet (boom 5) in de Lijst op te nemen. Aan dat besluit is, onder verwijzing naar een rapport van bureau Tree-O-Logic van 5 september 2022, ten grondslag gelegd dat boom 5 een boomboeket vormt met een andere boom op het perceel (boom 4), dat het noodzakelijk is om boom 4 te kappen en dat de veiligheid van boom 5 daardoor niet langer is gewaarborgd.
Uitspraak van de rechtbank
4. De rechtbank heeft overwogen dat de raad het besluit van 21 december 2023 met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure heeft voorbereid, maar daarin een onjuiste rechtsmiddelenclausule heeft opgenomen, omdat is vermeld dat tegen dat besluit bezwaar openstaat. Volgens de rechtbank kan echter in het midden blijven of de raad het bezwaarschrift van [appellant] had moeten doorsturen als beroepschrift. Het is immers niet aan [appellant] te wijten dat de bezwaarschriftprocedure is gevolgd en hij is hierdoor ook niet benadeeld.
Hoger beroep
5. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat in het midden kan blijven of de raad het bezwaarschrift aan haar had moeten doorsturen als beroepschrift. De rechtbank had niet de bevoegdheid om artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) te negeren. Zij had het beroep moeten beschouwen als gericht tegen het besluit van 21 december 2023 en niet tegen het besluit van 27 juni 2024.
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is het voor uitsluiting van de mogelijkheid om bezwaar te maken voldoende dat het bestreden besluit feitelijk met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure is voorbereid. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 25 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:585), onder 3.10.
5.2. Niet in geschil is dat de raad de uniforme openbare voorbereidingsprocedure heeft toegepast op de vaststelling van de Lijst. Daarom stond ingevolge artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 8:1 van deze wet, tegen dat besluit geen bezwaar open, maar direct beroep bij de bestuursrechter. Dit betekent dat het besluit op bezwaar van 1 juli 2024, waarbij het besluit van 21 december 2023 met een nadere motivering in stand is gelaten, onbevoegd is genomen. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Het betoog slaagt.
6. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellant] tegen het besluit van 1 juli 2024 ingestelde beroep gegrond verklaren en dat besluit wegens strijd met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb vernietigen.
Beroep
7. Gelet op het bepaalde in artikel 6:15, eerste lid, van de Awb merkt de Afdeling het bezwaarschrift van 31 januari 2024 aan als beroepschrift tegen het besluit van 21 december 2023. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, eerste lid, van de Awb een beslissing op het beroep te nemen.
8. [appellant] betoogt dat de raad in het besluit van 21 december 2023 onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de veiligheid van boom 5 niet kan worden gewaarborgd en hoe dit volgt uit het wegvallen van boom 4. Die motivering is zelfs niet aangevuld nadat [appellant] hierover een zienswijze heeft ingediend.
8.1. De bij de Lijst gevoegde motivering, in de vorm van een zienswijzennota, is dusdanig summier, dat hieruit onvoldoende volgt waarom boom 5 geen minimale toekomstwaarde van tien jaar heeft, zoals bedoeld in de Criteria. Het besluit van 21 december 2023 is daardoor onvoldoende gemotiveerd.
Het betoog slaagt.
9. Het beroep is gegrond. De Afdeling zal het besluit van 21 december 2023, voor zover dat betrekking heeft op boom 5, wegens schending van artikel 3:46 van de Awb vernietigen.
Definitieve beslechting van het geschil
10. De Afdeling ziet aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het besluit van 21 december 2023 geheel in stand blijven, omdat de raad vasthoudt aan zijn besluit en dat besluit alsnog voldoende heeft gemotiveerd, de andere partijen zich daarover in voldoende mate hebben kunnen uitlaten en de inhoud van het vernietigde gedeelte van het besluit na de alsnog kenbaar gemaakte motivering de rechterlijke toets kan doorstaan.
11. Op grond van de Criteria is voor plaatsing op de Lijst vereist dat boom 5 ook nog aan ten minste één van de vijf facultatieve criteria voldoet. [appellant] en de raad zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of de boom beeldbepalend is voor de omgeving. Niet in geschil is dat de boom niet voldoet aan de overige vier facultatieve criteria. In zijn nader stuk van 5 augustus 2026 heeft de raad immers gemotiveerd waarom de boom niet aan die overige criteria voldoet. [appellant] heeft dit verder niet betwist.
12. De raad heeft onder andere in het aanvullend verweerschrift van 8 oktober 2024 gemotiveerd waarom boom 5 na de kap van boom 4 niet langer beeldbepalend is voor de omgeving. Door het wegvallen van boom 4, waarmee boom 5 een boomkroon deelde, is slechts een klein deel van de kroon overgebleven, waardoor de visuele kwaliteit is verminderd. Ook in het rapport van Boomadviesbureau Duifhuizen van 9 december 2021, dat in opdracht van [appellant] is opgesteld, is al de vraag opgeworpen of boom 5 nog beeldbepalend zal zijn na de kap van boom 4, omdat boom 5 een scheefgegroeide kroonvorm heeft. Al met al heeft de raad, rekening houdend met de beoordelingsruimte die hij daarbij heeft, zich op het standpunt mogen stellen dat boom 5 aan geen van de vijf facultatieve criteria voldoet, zodat deze boom niet in aanmerking komt voor een monumentale status.
Proceskosten
13. De raad moet de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 mei 2025 in zaak nr. 24/5170;
III. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Nunspeet van 1 juli 2024 gegrond;
IV. vernietigt dat besluit;
V. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Nunspeet van 21 december 2023, voor zover dat besluit ziet op de boom op het perceel Jonkvrouw van Eysingahof 6 in Elspeet, gegrond;
VI. vernietigt dat besluit in zoverre;
VII. bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het besluit van de raad van de gemeente Nunspeet van 21 december 2023 in stand blijven;
VIII. veroordeelt de raad van de gemeente Nunspeet tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 5.068,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
IX. gelast dat de raad van de gemeente Nunspeet aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 476,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hazen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026
452-1197