202406270/1/R3.
Datum uitspraak: 16 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant] en anderen, gevestigd respectievelijk wonend in Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Lansingerland,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] en anderen hebben een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 31 juli 2026, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd respectievelijk bijgestaan door mr. J. Geelhoed, advocaat in Honselersdijk, en de raad, vertegenwoordigd door B. Klaver, bijgestaan door mr. M. van Moorsel, advocaat in Nijmegen, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 7 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het plan voorziet onder meer in de herontwikkeling van woonzorglocatie Hergerborch ten behoeve van de bouw van maximaal 80 woningen. Daarnaast maakt het plan de aanleg van een nieuwe wegverbinding tussen de bestaande Raadhuishof en de Raadhuislaan mogelijk. De raad beoogt met deze ontwikkeling de verkeersdruk rondom het centrum van Berkel en Rodenrijs te verminderen.
3. De nieuwe wegverbinding is voorzien aan de noordwestzijde van het perceel van [appellant] en anderen aan de [locatie] in Bergschenhoek. Zij verzetten zich niet tegen de herontwikkeling van de Hergerborch, maar wel tegen de aanleg van de nieuwe wegverbinding. Deze is voorzien op zo'n 14 m afstand van hun perceel. Zij vrezen hiervan vooral geluidhinder en trillingsschade te zullen ondervinden.
Toetsingskader
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
5. De relevante planregels zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Beoordeling van het beroep
Alternatieven
6. De raad heeft in de plantoelichting en het verweerschrift uiteengezet op welke wijze de keuze voor de nieuwe wegverbinding tussen de Raadhuishof en de Raadhuislaan tot stand is gekomen. Voor een verkeersveilige en toekomstbestendige ontsluiting van het centrum van Berkel en Rodenrijs zijn vijf ontsluitingsvarianten onderzocht. Voor elk van de varianten is de toe- of afname aan verkeersbewegingen op verschillende wegvakken in beeld gebracht. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een bij het verweerschrift gevoegde memo van 3 juli 2019. Uit de memo blijkt dat de wegverbinding tussen de Raadhuishof en de Raadhuislaan de verkeersdruk op andere wegen rondom het centrum vermindert. Daarnaast verbetert de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid aan de oostzijde van het centrum.
6.1. De haalbaarheid van de verbinding tussen de Raadhuishof en de Raadhuislaan, variant E, is vervolgens nader onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Variantenstudie parkeeropgave Lansingerland" van 28 september 2020. Uit dit rapport volgt dat variant E nader is geoptimaliseerd tot variant V3, een variant met een ruime bochtstraal van de weg die één vloeiende beweging maakt zonder knikken en waarbij de breedte van het wegprofiel zo smal mogelijk is.
6.2. De raad heeft vervolgens het masterplan "Berkel centrum Oost" vastgesteld op 3 maart 2022. Hierin is de verbetering van de bereikbaarheid van het centrum van Berkel en Rodenrijs door de aanleg van de nieuwe wegverbinding tussen de Raadhuishof en de Raadhuislaan als doel opgenomen.
6.3. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de gekozen variant E. Zij betogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is gekozen voor variant E in plaats van voor varianten A of D. Zij wijzen erop dat variant E tot een verkeersintensiteit van 8.100 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) op de nieuw aan te leggen weg voor hun woning leidt, terwijl varianten A en D maar tot 6.300 mvt/etmaal leiden.
6.4. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.
De raad heeft zijn afweging over de wegcapaciteit van de nieuwe wegverbinding tussen de Raadhuishof en de Raadhuislaan gebaseerd op de memo van 3 juli 2019. Hierin is aan de hand van de visie "Lansingerland beweegt" en de principes van Duurzaam Veilig Wegverkeer beoordeeld of de verkeersintensiteit op de nieuwe wegverbinding aanvaardbaar is. Uit paragraaf 3.3.5 van de memo van 3 juli 2019 blijkt dat de grootste intensiteit in variant E op wegvak 22 van de Raadhuislaan 8.100 mvt/etmaal is. Dit deel van de Raadhuislaan is in de memo van 3 juli 2019 aangemerkt als een gebiedsontsluitingsweg waarvoor een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur geldt. Het fietsverkeer wordt afgewikkeld op een vrijliggend fietspad. De memo concludeert dat dit deel van de Raadhuislaan het aantal vervoersbewegingen in de toekomst goed kan verwerken. Op basis van de memo van 3 juli 2019 heeft de raad gekozen voor variant E omdat daarmee de verkeersdruk op andere wegen rondom het centrum vermindert. Daarnaast verbetert de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid aan de oostzijde van het centrum.
6.5. Voor zover gesteld wordt dat variant A onvoldoende bij de afweging is betrokken, overweegt de Afdeling als volgt. Variant A houdt in dat de parkeervoorzieningen in het centrumgebied worden ontsloten via de Raadhuislaan en niet meer direct bereikbaar zijn via de Molenwerfstraat. In de memo van 3 juli 2019 staat dat deze variant de verkeersdruk op de Molenwerfstraat vermindert, maar op de Herenstraat en de Noordeindseweg juist tot een hogere verkeersdruk leidt. Daarnaast wordt de bereikbaarheid van de parkeervoorzieningen bij de supermarkten aan de oostzijde van het centrumgebied verminderd.
6.6. Variant D gaat uit van een verbinding tussen de Wilhelminastraat en de Berkelseweg door de Coorwinderlaan door te trekken. Uit de memo van 3 juli 2019 komt naar voren dat de belangrijkste argumenten voor de keuze voor variant E ten opzichte van variant D waren dat de verkeersdruk toeneemt op de noord-zuid-as langs de vaart en dat in de Coorwinderlaan te weinig openbare ruimte is om een wegprofiel te realiseren waarbinnen alle verkeers- en parkeerfuncties zijn in te passen.
6.7. Gelet op het voorgaande bestaat naar het oordeel van de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de varianten onvoldoende heeft afgewogen en dat de raad niet voor variant E heeft mogen kiezen.
Het betoog slaagt niet.
6.8. De vraag of de raad de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de voorziene wegverbinding in het plangebied voldoende heeft onderbouwd, zal de Afdeling in het vervolg van deze uitspraak aan de hand van de beroepsgronden beoordelen.
Bereikbaarheid van het perceel
7. [appellant] en anderen betogen dat er bij de vaststelling van het plan onvoldoende rekening is gehouden met de bereikbaarheid van hun perceel. Zij vrezen dat hun perceel slechter bereikbaar wordt voor leveranciers. Zij hebben op de zitting toegelicht dat op het perceel een wijnhandel is gevestigd en dat vijf maal per week een vrachtwagen het perceel op en afrijdt. Zij hebben gesteld dat vrachtwagens de draai naar het perceel niet kunnen maken en alleen het perceel achteruit kunnen oprijden. Zij hebben verder op de zitting gesteld dat de raad een in- en uitrit aan de zuidoostkant van hun perceel mogelijk had moeten maken.
7.1. In de huidige situatie loopt de Raadhuislaan ter hoogte van het perceel van appellanten in een bocht richting het noordwesten. Dit deel van de Raadhuislaan heeft een maximumsnelheid van 30 km/u. Het perceel wordt aan de noordoostzijde van deze bocht van de Raadhuislaan ontsloten. In de nieuwe situatie, waarin het plan voorziet, sluit de Raadhuislaan ook aan op de ten noorden gelegen Raadhuishof. Uit bijlage 7 van de memo van 3 juli 2019 en het verweerschrift blijkt dat de Raadhuislaan vanaf de rotonde tot aan de bestaande in- en uitrit van het perceel van appellanten een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u wordt. Ter hoogte van het perceel van appellanten gaat de Raadhuislaan over in een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u. De raad heeft in het verweerschrift toegelicht dat het de bedoeling is het perceel aan de noordwestzijde, dus op de voorziene erftoegangsweg die een maximumsnelheid van 30 km/u toelaat, te ontsluiten.
7.2. Partijen zijn het erover eens dat de bestaande ontsluiting aan de zuidwestzijde van het perceel vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid geen goede ontsluiting is. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de raad in zijn besluit voldoende in kaart heeft gebracht wat de gevolgen van de ontsluiting aan de noordwestzijde zijn voor de bereikbaarheid van het perceel en de verkeersveiligheid, mede als gevolg van het verkeer dat zij aangeven te zullen genereren op de voorziene erftoegangsweg.
7.3. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich op het standpunt mocht stellen dat het plan geen onaanvaardbare negatieve invloed heeft op de bereikbaarheid van het perceel. De vormgeving en inrichting van de ontsluiting is een uitvoeringskwestie die niet in het plan geregeld wordt. Over die voorziene ontsluiting aan de noordwestzijde is op de zitting besproken dat er overleg met [appellant] en anderen zal plaatsvinden om een nieuwe, verkeersveilige ontsluiting van het perceel te realiseren. Door deze aan de noordwestzijde van het perceel te realiseren komt het verkeer uit op een erftoegangsweg die een maximumsnelheid van 30 km/u toelaat. Verder kan en mag over de gehele lengte van de strook grond van 14 m breed tussen de voorziene weg en het perceel van [appellant] en anderen een in- en uitrit worden gerealiseerd. De Afdeling acht daarom niet aannemelijk dat de manoeuvreerruimte bij het in- en uitrijden van het perceel te krap is en daarbij zal zorgen voor verkeersonveilige situaties. De Afdeling ziet in het betoog van [appellant] en anderen geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat een ontsluiting kan worden gerealiseerd aan de noordwestzijde van het perceel en die aanvaardbaar is uit het oogpunt van verkeersveiligheid.
Het betoog slaagt in zoverre niet.
7.4. Ook de enkele op de zitting ingenomen stelling dat de raad een in- en uitrit aan de zuidoostkant van het perceel mogelijk had moeten maken, slaagt niet, alleen al niet omdat de raad hiermee, vanwege het stadium waarin dit voor het eerst naar voren is gebracht, bij de vaststelling van het plan geen rekening heeft kunnen en hoeven houden.
Geluid
Geluidbelasting vanwege wegverkeer
8. [appellant] en anderen vrezen voor geluidhinder vanwege wegverkeer op de aan te leggen weg. Zij voeren aan dat uit het "Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Berkel Centrum Oost, gemeente Lansingerland" van Kuiper Compagnons van 3 mei 2023 (akoestisch onderzoek) blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de voorziene weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel van hun woning met 3 dB overschrijdt. Als de weg met asfalt of stille elementenverharding wordt uitgevoerd leidt dat tot een reductie van hooguit 2 dB. Volgens hen had de raad moeten onderzoeken of een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde met 1 dB aanvaardbaar is.
8.1. De raad heeft het akoestisch onderzoek aan het plan ten grondslag gelegd. Daarin is uitgegaan van een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op basis van het door Sweco uitgevoerde variantenonderzoek van 3 juli 2019, is Kuiper Compagnons voor de plansituatie uitgegaan van een intensiteit van 4.400 mvt/etmaal per dag op de nieuwe weg. Op basis daarvan is de geluidbelasting op de al aanwezige woning van [appellant] en anderen in de situatie na de realisatie van het plan berekend. Voor de woning is voor de toekomstige situatie een geluidbelasting berekend van ongeveer 51 dB. Beoordeeld is of maatregelen kunnen worden genomen om de geluidbelasting terug te brengen naar de voorkeursgrenswaarde. Uit paragraaf 4.2 van het akoestisch onderzoek volgt dat bij toepassing van asfalt of stille elementverharding de geluidbelasting op de woning ongeveer 48 dB bedraagt. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het geluid vanwege de voorziene weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De raad hoefde daarom geen aanvullend akoestisch onderzoek te laten uitvoeren.
Het betoog slaagt in zoverre niet.
8.2. Wel vraagt de raad de Afdeling om zelf voorziend artikel 4.3 aan de planregels toe te voegen omdat de toepassing van asfalt bij de aanleg van de weg niet planologisch is geborgd, terwijl hij dit noodzakelijk acht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft daarvoor een tekstvoorstel gedaan waar [appellant] en anderen desgevraagd op de zitting, geen opmerkingen over hebben gemaakt. Omdat de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiervoor aanleiding hebben gegeven, is het bestreden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
Het betoog slaagt in zoverre.
Cumulatieve geluidbelasting
9. [appellant] en anderen betogen dat een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting optreedt. Volgens hen blijkt uit het akoestisch onderzoek dat de gecumuleerde geluidbelasting toeneemt met 9 dB. Hoewel uit het akoestisch onderzoek blijkt dat uitvoering van de weg met asfalt of stille elementenverharding tot een reductie van de geluidbelasting leidt, blijft er nog steeds sprake van significante toename van de geluidbelasting. Daar had de raad nader onderzoek naar moeten doen, zo stellen [appellant] en anderen.
9.1. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting optreedt bij de woning van [appellant] en anderen. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de gecumuleerde geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening is beoordeeld. Anders dan appellanten kennelijk veronderstellen, volgt uit bijlage 5 van het akoestisch onderzoek dat de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel van hun woning met ongeveer 2 dB toeneemt, namelijk van 55 dB naar 57 dB. De toename met 9 dB, waarnaar wordt verwezen, ziet op een gevel van het appartementencomplex aan het Raadhuishof 90-120. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad op basis van de uitkomsten van het akoestisch onderzoek deugdelijk gemotiveerd waarom hij deze berekende gecumuleerde geluidbelasting van 57 dB aanvaardbaar vindt. De raad heeft daarover gemotiveerd aangevoerd dat een berekende toename van 2 dB ten opzichte van de bestaande situatie geen sterke verslechtering is van het akoestisch woon- en leefklimaat. Daarom acht de raad het niet noodzakelijk om geluidreducerende maatregelen in het plan op te nemen.
Overigens heeft de raad op de zitting toegezegd dat hij, om aan de bezwaren van [appellant] en anderen tegemoet te komen, onverplicht bereid is om op kosten van de gemeente een grondwal gecombineerd met een kokosscherm te realiseren waarmee een reductie van 0,57 dB wordt behaald. Op de zitting is besproken dat de concrete vormgeving en de locatie van de grondwal en het kokosscherm met hen zullen worden afgestemd.
Het betoog slaagt niet.
Schade door trilling
10. [appellant] en anderen vrezen voor schade door trilling vanwege de toename van het verkeer, omdat de woning op korte afstand van de voorziene weg is gesitueerd. Zij wijzen voor de onderbouwing van dit standpunt op een nader rapport van QuattroExpertise van 2026.
10.1. De raad is voor de beoordeling van mogelijke schade door trillingen vanwege de nieuwe wegverbinding uitgegaan van de SBR Trillingsrichtlijn A: schade aan bouwwerken uit 2017. Deze richtlijn geeft een procedure voor het meten van trillingen, het verwerken van de meetresultaten en voor de beoordeling van deze resultaten. In deze richtlijn zijn grenswaarden opgenomen. In de toelichting bij de richtlijn staat dat, zo lang de grenswaarden niet worden overschreden, de kans op het ontstaan van schade of het verergeren van bestaande schade aanvaardbaar klein is. Dat is het geval bij een ordegrootte van 1% of minder.
10.2. In het rapport "Onderzoek naar geluid en trillingen bij en in de woning [locatie] ten gevolge van aanleg van de nieuwe weg te Bergschenhoek" van Peutz 23 juli 2024 staat dat zich bij de woning geen overschrijding van de grenswaarden voor schade voordoet. Bij de berekening is ervan uitgegaan dat de woning trillingsgevoelig is, waardoor overeenkomstig de richtlijn een veiligheidsfactor van 1,7% is toegepast. Deze veiligheidsfactor wordt gebruikt voor panden met een gevoelige bouwkundige staat en voor monumenten.
10.3. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat schade door trilling als gevolg van het gebruik van de weg ter plaatse van de woning van [appellant] en anderen niet te verwachten is. Het door hen overgelegde rapport geeft geen aanleiding voor een andere conclusie, omdat dit rapport geen betrekking heeft op eventuele schade als gevolg van toekomstig te verwachten trillingen, maar op verzakking van de woning in de huidige situatie. In het rapport van Peutz van 23 juli 2024 is al rekening gehouden met de bouwkundige staat van de woning door toepassing van de veiligheidsfactor van 1,7%.
Het betoog slaagt niet.
Schade door trilling tijdens realisatie
11. [appellant] en anderen hebben verder aangevoerd dat de aanleg van de weg mogelijk schade aan hun woning zal veroorzaken. Volgens hen is niet uitgesloten dat door de trillingen scheuren in de woning zullen ontstaan omdat bij de aanleg van het Annie M.G. Schmidtpark ook scheuren in de woning zijn ontstaan. Volgens hen is hier ten onrechte geen onderzoek naar gedaan. Dit betoog gaat niet over het plan zelf maar over de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. De Afdeling bespreekt deze beroepsgrond daarom niet inhoudelijk.
Waardedaling
12. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van de [appellant] en anderen betreft, bestaat geen aanleiding voor de verwachting dat die waardevermindering zo groot zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
13. Het beroep is gegrond. Het besluit van 11 juli 2024 moet worden vernietigd, voor zover in de planregels niet is geborgd dat de weg tussen de Raadhuishof en de Raadhuislaan met asfaltverharding wordt aangelegd.
14. Omdat partijen op de zitting hebben ingestemd met de door de raad voorgestelde toevoeging van artikel 4.3 aan de planregels en niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden daardoor in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien, namelijk door artikel 4.3 aan de planregels toe te voegen op de wijze zoals door de raad is voorgesteld, en door te bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 11 juli 2024.
15. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.
Proceskosten
16. De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Lansingerland van 11 juli 2024 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost" gegrond;
II. vernietigt het onder I genoemde besluit, voor zover in de planregels niet is geregeld dat de nieuwe weg tussen de Raadhuislaan en het Raadhuishof met asfaltverharding wordt uitgevoerd;
III. bepaalt dat Artikel 4 van de planregels als volgt wordt aangevuld:
"Artikel 4.3 voorwaardelijke verplichting geluid
Het gebruik als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder a, is ter plaatse van de nieuwe ontsluitingsweg tussen de Raadhuislaan en het Raadhuishof, uitsluitend toegestaan indien de nieuwe ontsluitingsweg tussen de Raadhuislaan en het Raadhuishof voorzien is van een asfaltverharding."
IV. bepaalt dat deze uitspraak wat onderdeel III betreft in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 11 juli 2024;
V. draagt de raad van de gemeente Lansingerland op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen II en III, worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;
VI. veroordeelt de raad van de gemeente Lansingerland tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
VII. gelast dat de raad van de gemeente Lansingerland aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 371,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzitter, en mr. P.H.A. Knol en mr. B. Meijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.R. Mosterd, griffier.
w.g. Besselink
voorzitter
w.g. Mosterd
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026
1091
BIJLAGE
Bestemmingsplan "Berkel Centrum Oost"
Artikel 3 Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
[…]
h. in- en uitritten;
[…]
Bestemmingsplan "Annie M.G. Schmidtpark"
Artikel 5 Groen
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor:
[…]
b. parkeervoorzieningen en toegangswegen uitsluitend ten behoeve van functies in het plangebied;
[…]