ECLI:NL:RVS:2026:5660

ECLI:NL:RVS:2026:5660

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer 202401062/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij brief van 17 maart 2021 heeft de korpschef een reactie gegeven op een verzoek van [appellant] om toezending van een document. Op 18 februari 2021 heeft [appellant] het volgende aan de korpschef verzocht: "In de zomer van 2017 heeft de politie mij in een besluit een zogeheten CTER-code toegekend. Een CTER04-code, die toegekend wordt aan linkse extremisten. Ik verzoek u mij dit besluit binnen 2 weken toe te sturen." Een CTER-code is een politiecode die staat voor Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering.

Uitspraak

202401062/1/A3.

Datum uitspraak: 23 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], verblijvend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 januari 2024 in zaak nr. 23/3081 in het geding tussen:

[appellant]

en

de korpschef van politie.

Procesverloop

Bij brief van 17 maart 2021 heeft de korpschef een reactie gegeven op een verzoek van [appellant] om toezending van een document.

Bij besluit van 18 april 2023 heeft de korpschef het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 4 januari 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De korpschef heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 mei 2026, waar

[appellant] en de korpschef, vertegenwoordigd door mr. S. Filali, bijgestaan door mr. P.M.L. van der Schot, advocaat in Loosdrecht, zijn verschenen.

Overwegingen

Waar gaat deze uitspraak over?

1. Op 18 februari 2021 heeft [appellant] het volgende aan de korpschef verzocht: "In de zomer van 2017 heeft de politie mij in een besluit een zogeheten CTER-code toegekend. Een CTER04-code, die toegekend wordt aan linkse extremisten. Ik verzoek u mij dit besluit binnen 2 weken toe te sturen." Een CTER-code is een politiecode die staat voor Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering.

2. Bij brief van 17 maart 2021 heeft de korpschef aan [appellant] laten weten dat het gevraagde besluit niet bestaat. Aan de toekenning van de CTER-code ligt volgens de korpschef geen afzonderlijk op [appellant] gericht besluit ten grondslag. De korpschef heeft daarbij het volgende toegelicht: "Wanneer een politieambtenaar naar aanleiding van een contact of incident of informatie van anderen wenst dat de informatieorganisatie van de politie (in dit geval) een persoon nader bekijkt en op basis van een totaalbeeld qua informatie duidt op CTER-vlak, kan die collega dat activeren door aan de mutatie een CTER-code te verbinden. Dat geeft de informatieorganisatie een automatisch signaal die persoon nader te beschouwen. In uw geval is dat in de zomer van 2017 zo gegaan en heeft de informatieorganisatie u op dat moment vervolgens als "niet-CTER-waardig" geduid. Op een later moment bent u door de gemeente Amsterdam ingebracht in het zogeheten integraal persoonsgericht aanpak-radicalisering overleg (hierna IPGA-R). Het advies voor opname in de iPGA-R is in een integraal overleg met de kernpartners van de iPGA-R besproken. Dit advies is aan de burgemeester voorgelegd en deze heeft uiteindelijk het besluit tot opname in de iPGA-R genomen. Om te zien of daarna bij de politie nieuwe/andere informatie ontstaat, wordt in dat geval de CTER-code (vanwege die IPGA-R-aanpak) gekoppeld. Dit om bij een verschuivend beeld en duiding door de politie dat in de IPGA-R te kunnen delen. Aan het toekennen van de CTER-code ligt vanuit de politie geen afzonderlijk op u gericht genomen besluit ten grondslag. De CTER-code hangt dus samen met de IPGA-R aanpak van de gemeente."

3. Bij besluit van 18 april 2023 heeft de korpschef het door

[appellant] daartegen maakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De brief van 17 maart 2021 is een feitelijke mededeling. Daarom is er volgens de korpschef geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

Wat heeft de rechtbank overwogen?

4. De rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde beroep

niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] eerder op grond van de

Wet politiegegevens heeft verzocht om de CTER-code te verwijderen. De rechtbank heeft hem hierin gelijk gegeven. Op basis van die uitspraak kan hij verzoeken om schadevergoeding. Daarvoor is het voeren van de onderhavige procedure niet noodzakelijk.

De rechtbank heeft verder overwogen dat [appellant] op de zitting desgevraagd heeft aangegeven dat zijn bezwaar en beroep zich richten tegen de brief van 17 maart 2021. Dit betekent dat hij zich op het standpunt stelt dat in deze zaak niet de rechtmatigheid van de toekenning van de CTER-code aan de orde is. Ook in die zin heeft [appellant] geen procesbelang bij een oordeel over de toekenning van de CTER-code in 2017.

5. [appellant] is het niet eens met deze uitspraak en heeft hoger beroep ingesteld.

Hoger beroep

6. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij geen procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep. Hij bestrijdt de juistheid van de overweging van de rechtbank dat hij ter zitting desgevraagd heeft aangegeven dat zijn bezwaar en beroep zich richten tegen de brief van 17 maart 2021 en dat hij zich op het standpunt stelt dat de toekenning van de CTER-code in 2017 niet aan de orde is. Hij heeft juist gezegd dat zijn beroep zich niet richt tegen de brief van

17 maart 2021, maar tegen de toekenning van de CTER-code in 2017. De rechtbank heeft in een uitspraak van 8 april 2021 in zaak nr. 19/2518 over een door hem ingediend verzoek om rectificatie van gegevens geen oordeel gegeven over de rechtmatigheid van de toegekende CTER-code. Daarom heeft hij nu belang bij een oordeel daarover.

6.1. [appellant] heeft, gelet op een proces-verbaal van de rechtbank van 22 februari 2024, terecht aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij ter zitting heeft verklaard dat zijn bezwaar en beroep zich richten tegen de brief van 17 maart 2021. Maar dat niet neemt niet weg dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Daartoe is het volgende van belang.

6.2. Procesbelang is een belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. Het gaat daarbij niet om de vraag of appellant gelijk heeft, maar om de vraag of, als appellant gelijk heeft, hij daarbij een reëel en actueel belang heeft. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) is, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoordt naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Alleen de eventueel principiële betekenis van een uitspraak is geen reden om toch inhoudelijk uitspraak te doen.

6.3. [appellant] wil met zijn beroep een oordeel verkrijgen over de rechtmatigheid van de toekenning van de CTER-code in 2017. Maar dat doel kan hij niet met dit rechtsmiddel bereiken. Zijn aanvraag strekte namelijk alleen maar tot de feitelijke toezending van een document. Op die aanvraag heeft de korpschef op 17 maart 2021 beslist. Op 18 maart 2023 heeft de korpschef beslist op het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar. Op 30 mei 2023 heeft [appellant] daartegen beroep ingesteld. Het geschil bij de rechtbank kon dus alleen maar gaan over de rechtmatigheid van het besluit van 18 maart 2023. Omdat [appellant] ter zitting bij de rechtbank heeft gesteld dat hij zich niet langer richt tegen het besluit van

18 maart 2023, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat hij geen procesbelang heeft bij zijn beroep. Dat wat [appellant] over de rechtmatigheid van de toekenning van de CTER-code heeft aangevoerd, valt buiten de reikwijdte van het geschil.

6.4. Als een appellant stelt schade te hebben geleden kan belang bestaan bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor het aannemen van procesbelang moet tot op zekere hoogte aannemelijk zijn dat schade is geleden als gevolg van het besluit. De door [appellant] gestelde schade in een procedure over een verzoek om rectificatie is echter geen gevolg van de besluitvorming in deze procedure.

6.5. Het vorenstaande betekent dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

6.6. Het betoog slaagt niet.

7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Redelijke termijn

8. [appellant] heeft verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

8.1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is de redelijke termijn in beginsel overschreden als in een zaak als deze, met een bezwaar, beroep en hoger beroep, de totale procedure meer dan vier jaar heeft geduurd (zie onder meer de uitspraak van 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188).

8.2. De redelijke termijn is aangevangen met de ontvangst van het bezwaarschrift op 22 februari 2023 en geëindigd met deze uitspraak van de Afdeling. Dit betekent dat de procedure niet langer dan vier jaar heeft geduurd. De redelijke termijn is niet overschreden.

8.3. Het verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.E. Larsson-van Reijsen, griffier.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Larsson-van Reijsen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026

978

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.E. Larsson-van Reijsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand