ECLI:NL:RVS:2026:5667

ECLI:NL:RVS:2026:5667

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer 202504680/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de burgemeester aan Insight een exploitatievergunning verleend voor het verrichten van horeca-activiteiten op de eerste etage van het hoofdgebouw van Chi Chi en daaraan een aantal voorschriften verbonden. De burgemeester heeft geweigerd om een exploitatievergunning te verlenen voor het verrichten van horeca-activiteiten op de begane grond.

Uitspraak

202504680/1/A2.

Datum uitspraak: 23 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. de burgemeester van de gemeente De Bilt,

2. Insight B.V., gevestigd in Maarssen, gemeente Stichtse Vecht (Insight) en Chi Chi the Golf Venue B.V., gevestigd in Groenekan, gemeente De Bilt (Chi Chi),

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 10 juli 2025 in zaken nrs. 23/4414 en 23/4526 in het geding tussen:

1. Insight en Chi Chi

2. [partij A] en 22 anderen, vermeld in de bijlage (omwonenden), allen wonend in Groenekan,

en

de burgemeester.

Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de burgemeester aan Insight een exploitatievergunning verleend voor het verrichten van horeca-activiteiten op de eerste etage van het hoofdgebouw van Chi Chi en daaraan een aantal voorschriften verbonden. De burgemeester heeft geweigerd om een exploitatievergunning te verlenen voor het verrichten van horeca-activiteiten op de begane grond.

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de burgemeester de door Insight en Chi Chi en de omwonenden daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard, het besluit van 13 oktober 2022 gedeeltelijk herroepen, de gevraagde exploitatievergunning geheel aan Insight verleend en daaraan gewijzigde voorschriften verbonden.

Bij uitspraak van 10 juli 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier relevant, de door Insight en Chi Chi en de door de omwonenden daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 3 augustus 2023 vernietigd en de burgemeester opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Tegen deze uitspraak hebben Insight en Chi Chi en de burgemeester hoger beroepen ingesteld.

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de burgemeester de bezwaren van Insight en Chi Chi en van de omwonenden deels gegrond verklaard, het besluit van 13 oktober 2022 deels herroepen, de gevraagde exploitatievergunning aan Insight verleend, enkele voorschriften gewijzigd en aan de vergunning een nieuw voorschrift verbonden.

De omwonenden en Insight en Chi Chi hebben gronden ingediend tegen het besluit van 21 augustus 2025.

Insight en Chi Chi en de burgemeester hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De omwonenden en Insight en Chi Chi hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 april 2026, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. E.A. Wentink-Quelle, advocaat in Bilthoven, en mr. M. de Jong, en Insight en Chi Chi, vertegenwoordigd door mr. R. Ridder, advocaat in Amsterdam, en [gemachtigde], zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [partij A] en [partij B], namens de omwonenden, als partij gehoord.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Inleiding en besluitvorming

2. Chi Chi is de exploitant van het golfcentrum, gevestigd op het adres Ruigenhoeksedijk 53A in Groenekan, in het recreatiegebied Noorderpark Ruigenhoek. Insight is de bestuurder van Chi Chi. Op 15 juni 2022 heeft Insight een aanvraag gedaan voor een exploitatievergunning in het hoofdgebouw van Chi Chi. Deze aanvraag ziet op een horecabedrijf met een totale oppervlakte van 400 m2 op de begane grond en 750 m2 op de eerste etage.

3. De burgemeester heeft aan zijn besluit van 3 augustus 2023 ten grondslag gelegd dat alle omwonenden die bezwaar hebben gemaakt belanghebbende zijn. De burgemeester heeft zich verder, anders dan in het besluit van 13 oktober 2022, op het standpunt gesteld dat de aanvraag niet in strijd is met het bestemmingsplan en heeft de vergunning geheel verleend. Hij heeft verder aan het besluit ten grondslag gelegd dat een gehele of gedeeltelijke weigering op grond van artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening De Bilt 2021 (APV) mogelijk is als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester heeft, met het oog op de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het milieu, voorschrift 2 toegevoegd, inhoudende dat het niet is toegestaan om horeca-activiteiten uit te oefenen op de begane grond. Het uitoefenen van het horecabedrijf is alleen toegestaan op de eerste etage van het hoofdgebouw.

De aangevallen uitspraak

4. De rechtbank heeft ambtshalve geoordeeld dat de omwonenden belanghebbenden zijn. Zij heeft daartoe overwogen dat uit de door partijen overgelegde geluidsrapporten blijkt dat er bij de woningen van de omwonenden geluid wordt waargenomen en dat zij dus feitelijke gevolgen (zullen) ondervinden van de horeca-inrichting. De rechtbank acht niet uitgesloten dat omwonenden overlast zullen ondervinden. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij twijfel over de vraag of de gevolgen van een vergunde activiteit voor de betrokkene van enige betekenis zijn, de betrokkene het voordeel van de twijfel moet krijgen (uitspraak van de Afdeling van 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:499). Omdat deze situatie zich hier voordoet, zijn de omwonenden volgens de rechtbank belanghebbende.

5. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de besluitvorming niet inzichtelijk is en dat de burgemeester het besluit van 3 augustus 2023 onvoldoende heeft gemotiveerd. Zij heeft daartoe het volgende overwogen.

5.1. Op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de APV moet de burgemeester een vergunning weigeren als de exploitatie van een openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Op grond van het derde lid van deze bepaling kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Als sprake is van strijd met het bestemmingsplan, moet de burgemeester op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de APV de vergunning in zijn geheel weigeren. Artikel 2:28 van de APV geeft de burgemeester niet de bevoegdheid om de vergunning bij strijd met het bestemmingsplan gedeeltelijk te weigeren of om voorschriften aan de vergunning te verbinden ter voorkoming van strijd met het bestemmingsplan. Uit de toelichting op de besluitvorming in het besluit van 3 augustus 2023, het verweerschrift en het op de zitting ingenomen standpunt volgt evenwel dat de burgemeester dit wel heeft gedaan. De burgemeester had de vergunning in dat geval op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de APV in haar geheel moeten weigeren.

5.2. Als de burgemeester van mening is dat een weigering van de vergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de APV niet aan de orde is, kan hij de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren op grond van artikel 2:28, derde lid, van de APV. Hij moet dan wel goed motiveren waarom naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Hij heeft daarbij ook de bevoegdheid om op grond van artikel 1:4, eerste lid, van de APV voorschriften aan de vergunning te verbinden indien en voor zover geen sprake is van een weigering als bedoeld in artikel 2:28, derde lid, van de APV. Die voorschriften moeten dan strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de exploitatievergunning is vereist.

Inleiding op de hoger beroepen

6. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan uitsluitend een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken. De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of de burgemeester zich in het besluit van 3 augustus 2023 terecht op het standpunt heeft gesteld dat alle omwonenden die bezwaar hebben gemaakt belanghebbende zijn. Hieraan wordt in hoger beroep toegekomen.

De hoger beroepen

7. Insight en Chi Chi betogen dat geen van de omwonenden belanghebbende is. De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen verschillende omwonenden en hun situatie. Een deel van de omwonenden heeft geen of zeer beperkt zicht op het hoofdgebouw van Chi Chi. Deze omwonenden wonen allen bovendien op een afstand van meer dan 435 meter. De bewoners met zicht wonen op een afstand van meer dan 400 meter, met uitzondering van [partij C], de bewoonster van de woning aan de [locatie]. Deze bewoonster heeft zicht op het hoofdgebouw van Chi Chi en woont op een afstand van 280 meter. Alleen deze bewoonster is volgens de burgemeester belanghebbende.

7.1. De Afdeling beoordeelt in deze uitspraak de belanghebbendheid van de omwonenden in het kader van de gevolgen van de exploitatievergunning op de aanvraag die in dit geding centraal staat. Het besluit van de burgemeester gaat dus alleen over de toestemming om horeca-activiteiten uit te oefenen in het hoofdgebouw. Dat betekent dat de beoordeling van de belanghebbendheid van omwonenden in het kader van andere activiteiten dan die de exploitatievergunning toestaat - bijvoorbeeld de gevolgen van de beoefening van sport- en golfactiviteiten - anders kan zijn.

7.2. In het algemeen heeft het volgende te gelden. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de Afdeling naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn (uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3193).

7.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2109, moet voor het zijn van belanghebbende aannemelijk zijn dat ter plaatse van de woning of het perceel van de betrokkene gevolgen van enige betekenis kunnen worden ondervonden. De Afdeling acht aannemelijk dat de bewoonster van de woning aan de [locatie] gevolgen van enige betekenis ondervindt. Zij is daarom belanghebbende.

Hoewel niet is uitgesloten dat ook de andere omwonenden feitelijke gevolgen ondervinden van de horeca-activiteiten, zijn deze gevolgen niet van enige betekenis. Daarvoor zijn de afstand van het hoofdgebouw tot de woningen en de omvang van de horeca-activiteiten die met de exploitatievergunning zijn toegestaan van belang. De andere omwonenden wonen allen op een afstand van meer dan 400 meter van de locatie. Daarbij komt voor een deel van hen dat geldt dat bebouwing is gelegen tussen hun percelen en het hoofdgebouw van Chi Chi, waardoor geluid die percelen in mindere mate kan bereiken.

7.4. De hoger beroepen van Insight en Chi Chi en van de burgemeester zijn gegrond.

8. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank had moeten oordelen dat de burgemeester het bezwaar, voor zover gemaakt door anderen dan [partij C], niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De omwonenden zijn, behalve [partij C], immers geen belanghebbende bij het besluit van 13 oktober 2022. In zoverre moet de aangevallen uitspraak worden vernietigd. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het bezwaar, voor zover gemaakt door anderen dan [partij C], tegen het besluit van 13 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaren en het beroep van deze omwonenden gegrond verklaren. In zoverre treedt deze uitspraak in de plaats van het vernietigde gedeelte van het besluit van 3 augustus 2023.

Nader besluit van 21 augustus 2025

9. Bij besluit van 21 augustus 2025 (nader besluit) heeft de burgemeester, gevolg gevend aan de aangevallen uitspraak, opnieuw beslist op de bezwaren van Insight en Chi Chi en van de omwonenden. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van die wet, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.

10. De burgemeester heeft zich in het nader besluit op het standpunt gesteld dat de aanvraag binnen het bestemmingsplan past. De planregels staan volgens de burgemeester horeca toe op het hele terrein. De planregels zijn duidelijk en daarom komt geen betekenis toe aan de plantoelichting. In de bestemmingsbeschrijving staat niet dat de horeca ondergeschikt moet zijn aan de andere functies. Horeca is daarom toegestaan in het hoofdgebouw en is niet beperkt tot een bepaalde oppervlakte of mate. Verder volgt uit geen van de overgelegde geluidsrapporten dat sprake is van ontoelaatbare beïnvloeding van de woon- en leefsituatie van omwonenden, aldus de burgemeester.

11. De burgemeester heeft, op grond van artikel 1:4, gelezen in samenhang met artikel 2:28 van de APV een nieuw voorschrift aan de vergunning verbonden, inhoudende dat een alcoholverbod geldt op en bij de afslagplaatsen (voorschrift 1). Hij heeft dit gedaan ter waarborging van de openbare orde en veiligheid en ter voorkoming van ongevallen en overlast. Dit verbod is in werking getreden op 6 oktober 2025.

Beroepsgronden van [partij C]

12. De Afdeling zal, gelet op wat zij hiervoor, onder 7.4 en 8 heeft overwogen, de aangevallen uitspraak vernietigen, voor zover de rechtbank het bezwaar, voor zover ingesteld door anderen dan [partij C], niet niet-ontvankelijk heeft verklaard. Omdat de Afdeling, gelet op wat zij hiervoor, onder 8 heeft overwogen, het bezwaar, voor zover gemaakt door anderen dan [partij C], niet-ontvankelijk zal verklaren, is in zoverre de grondslag van het nader besluit komen te vervallen. De Afdeling zal het nader besluit dan ook in zoverre vernietigen. Gelet daarop ligt alleen het beroep van [partij C] ter beoordeling voor.

13. [partij C] betoogt dat de burgemeester zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag binnen het bestemmingsplan past. Zij voert daartoe aan dat het aangevraagde geen horeca ten behoeve van sport betreft en daarom in strijd is met artikel 4.1 van het bestemmingsplan. Horeca beslaat een te groot deel van de bedrijfsvoering van Chi Chi. De burgemeester heeft de aanvraag dan ook in haar geheel moeten afwijzen, zodat het in het gehele gebouw niet is toegestaan horeca te exploiteren.

13.1. In artikel 2:28, tweede lid, van de APV is bepaald dat de burgemeester de vergunning weigert als de exploitatie in strijd is met onder meer een geldend bestemmingsplan. Aan de relevante gronden is de bestemming "Sport" met de aanduiding "golfbaan" toegekend. Uit artikel 4.1, aanhef en onder c, van de planregels volgt dat deze gronden (onder meer) bestemd zijn voor horeca ten behoeve van de bestemming "Sport" en naastgelegen recreatieterrein. Uit een letterlijke lezing van artikel 4.1, aanhef en onder c, van het bestemmingsplan volgt dat de horeca moet horen bij de bestemming "Sport" en het naastgelegen recreatieterrein. Uit de planregels volgt dat zelfstandige horeca niet is toegestaan, maar niet dat de horeca in enig opzicht in omvang ondergeschikt moet zijn aan de sport- en golfactiviteiten.

Het betoog slaagt niet.

14. [partij C] betoogt verder dat de burgemeester de aanvraag met toepassing van artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, van de APV heeft moeten afwijzen, omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het hoofdgebouw van Chi Chi op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Zij voert daartoe aan dat uit de door haar in beroep overgelegde geluidsrapporten blijkt dat met name in de avonduren sprake is van duidelijk hoorbaar stem- en muziekgeluid en dat het geluidsniveau daalt na sluiting van de afslagplaatsen.

14.1. De Afdeling merkt op dat aan de andere geluidsrapporten dan de rapporten van de ODRU niet de betekenis toekomt die [partij C] daaraan hecht. In die andere rapporten wordt namelijk onvoldoende onderscheid gemaakt tussen geluid ten gevolge van de activiteiten die de exploitatievergunning toestaat en andere geluiden, zoals omgevingsgeluid en geluid ten gevolge van andere activiteiten van Chi Chi. Verder kan uit het rapport van de ODRU worden opgemaakt dat de geluidhinder die wordt veroorzaakt door de horeca-activiteiten niet van een zodanig niveau is, dat dit leidt tot een ontoelaatbare beïnvloeding van de woon- en leefsituatie die de APV als voorwaarde stelt voor weigering van de exploitatievergunning. De Afdeling komt tot de conclusie dat [partij C] onvoldoende heeft aangevoerd om tot de conclusie te komen dat aan die hoge drempel wordt voldaan.

Het betoog slaagt niet.

15. [partij C] betoogt tot slot dat de burgemeester de aanvraag met toepassing van artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder b, van de APV heeft moeten afwijzen, omdat de leidinggevende van Chi Chi van slecht levensgedrag is.

15.1. In een beroep tegen een nieuw besluit dat genomen wordt nadat een eerder besluit is vernietigd, kunnen geen gronden worden aangevoerd als die gronden al tegen het oorspronkelijke besluit aangevoerd hadden kunnen worden (uitspraak van de Afdeling van 17 juli 2024, onder 12). Die situatie doet zich hier voor. De Afdeling zal daarom niet inhoudelijk ingaan op deze grond.

Het betoog slaagt niet.

Beroepsgronden van Insight en Chi Chi

16. Voor zover Insight en Chi Chi betogen dat de burgemeester ten onrechte in het nader besluit alle omwonenden als belanghebbende heeft aangemerkt, verwijst de Afdeling naar overweging 12.

17. Insight en Chi Chi betogen dat de burgemeester voorschrift 1 niet heeft mogen verbinden aan de vergunning. Zij voeren daartoe aan dat een exploitatievergunning niet bedoeld is om met het oog op alcoholconsumptie de veiligheid van personen te bevorderen. Zij voeren verder aan dat de burgemeester ten onrechte het belang van de openbare orde heeft laten meewegen. De afslagplaatsen, waar het voorschrift geldt, vallen namelijk niet onder openbare ruimte. Het voorschrift is daarmee in strijd met artikel 1:4, eerste lid, van de APV. Bovendien is voorschrift 1 in strijd met het gesloten stelsel van de Alcoholwet, omdat deze wet limitatief regelt onder welke omstandigheden het schenken van alcohol verboden is. Geen van die situaties doet zich hier voor. Tot slot heeft de burgemeester het nader besluit onvoldoende gemotiveerd, omdat hij onvoldoende onderzoek ter plaatse heeft gedaan. Hoewel de door hem aan het voorschrift ten grondslag gelegde onderzoeken aantonen dat alcohol schadelijk is voor de gezondheid, zijn deze onderzoeken op zichzelf onvoldoende om voorschrift 1 aan de exploitatievergunning te verbinden.

17.1. Uit artikel 1:4, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, van de APV vloeit voort dat de burgemeester voorschriften aan de exploitatievergunning kan verbinden die strekken tot bescherming van de openbare orde. De Afdeling ziet in het betoog van Insight en Chi Chi geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het begrip openbare orde niet ziet op de afslagplaatsen van het hoofdgebouw van Chi Chi. Naar het oordeel van de Afdeling horen de overdekte afslagplaatsen, nog daargelaten of zij als binnenruimte kwalificeren, tot de openbare ruimte, omdat zij voor het publiek toegankelijk zijn. De Afdeling ziet in het betoog van Insight en Chi Chi dan ook geen grond voor het oordeel dat de aan de vergunning verbonden voorschriften geen betrekking kunnen hebben op de afslagplaatsen. Verder ziet de Afdeling, mede gelet op artikel 25a van de Alcoholwet en op het opschrift van die wet, geen aanknopingspunten voor het oordeel dat een exploitatievergunning niet bij APV aan beperkingen kan worden onderworpen. Het doel van de Alcoholwet en dat van artikel 1:4, eerste lid, van de APV, gelezen in combinatie met artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, van de APV is niet hetzelfde. De Alcoholwet beoogt problematisch drankgebruik tegen te gaan ter bescherming van kwetsbare groepen of individuen. Artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, van de APV is opgenomen met het oog op handhaving van de openbare orde.

De bevoegdheid die artikel 25a van de Alcoholwet aan gemeenten toekent om regels te stellen om de verkoop van alcohol te beperken of te reguleren, is dus om andere redenen gegeven dan de bevoegdheid die de APV toekent aan de burgemeester om voorschriften te verbinden aan een exploitatievergunning. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit artikel 25a van de Alcoholwet niet blijkt dat alleen op die grondslag regels over alcoholgebruik gesteld mogen worden. Tot slot is de Afdeling niet gebleken dat de burgemeester het nader besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De burgemeester heeft in het nader besluit en op de zitting aangegeven dat voorschrift 1, dat een beperking stelt aan de plaats waar alcohol mag worden genuttigd, dient ter voorkoming van overlast en daarmee ter waarborging van de openbare orde. De Afdeling volgt de burgemeester in deze uitleg. De burgmeester heeft het voorschrift opgenomen, niet omdat alcohol schadelijk is voor de volksgezondheid, maar, zo begrijpt de Afdeling de burgemeester, omdat alcoholgebruik tijdens het afslaan bij golfen tot gevaarlijke situaties kan leiden en tot conflicten tussen verschillende groepen die gebruik maken van de faciliteiten die Insight en Chi Chi aanbieden.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

18. Gelet op wat de Afdeling onder 8 heeft overwogen, zal zij de aangevallen uitspraak vernietigen, voor zover de rechtbank het bezwaar van alle omwonenden gegrond heeft verklaard. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het bezwaar, voor zover gemaakt door anderen dan [partij C], tegen het besluit van 13 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaren. In zoverre treedt deze uitspraak in de plaats van het vernietigde gedeelte van het besluit van 3 augustus 2023. De rechtbank heeft daarom ook ten onrechte de burgemeester opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar, voor zover dat is gemaakt door anderen dan [partij C]. De Afdeling zal de aangevallen uitspraak voor het overige bevestigen. Dat betekent dat de rechtbank het besluit van 3 augustus 2023 terecht heeft vernietigd. De beroepen van [partij C] en Insight en Chi Chi tegen het besluit van 21 augustus 2025 zijn ongegrond. De Afdeling zal dat besluit vernietigen, voor zover de burgemeester daarin heeft beslist op het bezwaar van de omwonenden, voor zover gemaakt door anderen dan [partij C], omdat de grondslag daaraan is komen te vervallen.

19. Omdat de hoger beroepen gegrond zijn, moet de burgemeester de proceskosten van Insight en Chi Chi vergoeden. De beroepen zijn ongegrond.

20.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep van de burgemeester van De Bilt gegrond;

II. verklaart het hoger beroep van Insight B.V. en Chi Chi the Golf Venue B.V gegrond;

III. vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover de rechtbank daarin het bezwaar van de omwonenden, vermeld in bijlage 2 van deze uitspraak, behoudens [partij C], ontvankelijk heeft geacht en de burgemeester in zoverre heeft opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen;

IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

V. verklaart het bezwaar van de omwonenden vermeld in bijlage 2, behoudens [partij C], tegen het besluit van 13 oktober 2022 niet-ontvankelijk;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 3 augustus 2023;

VII. verklaart het door Insight B.V. en Chi Chi the Golf Venue B.V. en [partij C] tegen het besluit van 21 augustus 2025 ingestelde beroep ongegrond;

VIII. vernietigt het besluit van 21 augustus 2025, voor zover de burgemeester daarbij heeft beslist op het bezwaar van de omwonenden, vermeld in bijlage 2, behoudens [partij C];

IX. veroordeelt de burgemeester van De Bilt tot vergoeding van bij Insight B.V. en Chi Chi the Golf Venue B.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand;

X. gelast dat de burgemeester van De Bilt aan Insight B.V. en Chi Chi the Golf Venue B.V. het door hen voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 579,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.

w.g. Daalder

voorzitter

w.g. Yildiz

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026

594-1175

BIJLAGE 1 - wettelijk kader

Algemene Plaatselijke Verordening De Bilt 2021

Artikel 1:4

1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 2:28

1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moetworden aangenomen dat:

a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of

b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

[…]

Bestemmingsplan Golfbaan Ruigenhoek

Artikel 4.1

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. ter plaatse van de aanduiding 'golf', een golfbaan;

b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'speelterrein' tevens voor kleinschalige speelvoorzieningen in de vorm van midgetgolfbaan en/of speeltoestellen;

c. horeca ten behoeve van de bestemming en naastgelegen recreatieterrein;

d. ondergeschikte verkoop van artikelen ten behoeve van het uitoefenen van de golfsport ter plaatse met een maximum van 100 m2;

e. ondergeschikte kantoorvoorzieningen;

f. groenvoorzieningen;

g. wegen, paden, bruggen en verhardingen;

h. nutsvoorzieningen;

i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

j. extensief recreatief medegebruik

BIJLAGE 2 - omwonenden

[namen 22 omwonenden]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand