ECLI:NL:RVS:2026:5669

ECLI:NL:RVS:2026:5669

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer 202500985/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Bij besluit van 8 april 2024 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellante] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Op 27 mei 2021 heeft ingenieursbureau W2N in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de woning bezocht en opgenomen. De bevindingen zijn neergelegd in het opnamerapport van 11 maart 2022. Vervolgens heeft de NCG Zonneveld ingenieurs B.V. verzocht om te beoordelen of de woning voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG). Deze zogenoemde Meijdam-norm schrijft de maximaal aanvaardbare kans voor dat iemand bij een aardbeving komt te overlijden door instorting van een woning. De kans dat iemand overlijdt door het bezwijken van (een deel van) een bouwwerk door een aardbeving mag niet groter zijn dan 1 op de 100.000. Dit is gelijk aan de landelijke veiligheidsnorm die voor alle gebouwen in Nederland geldt.

Uitspraak

202500985/1/A2.

Datum uitspraak: 23 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2024 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellante] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden.

Bij besluit van 28 november 2024 heeft de staatssecretaris Herstel Groningen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De staatssecretaris Herstel Groningen heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 augustus 2026, waar [appellante], via een videoverbinding, bijgestaan door mr. E.O.A. Koekkoek, advocaat in Rotterdam, M. Ester, deskundige, en [persoon], en de minister, vertegenwoordigd door mr. G.H. Poort-van Drempt en A. Snippe, vergezeld door J. Voermans en R. Kamer, beiden deskundigen, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Onder de minister worden hierna ook zijn rechtsvoorgangers verstaan.

2. [appellante] is eigenaar van de vrijstaande woning met schuur aan de [locatie] in Ten Boer.

3. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen.

4. Op 27 mei 2021 heeft ingenieursbureau W2N in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de woning bezocht en opgenomen. De bevindingen zijn neergelegd in het opnamerapport van 11 maart 2022.

5. Vervolgens heeft de NCG Zonneveld ingenieurs B.V. verzocht om te beoordelen of de woning voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG). Deze zogenoemde Meijdam-norm schrijft de maximaal aanvaardbare kans voor dat iemand bij een aardbeving komt te overlijden door instorting van een woning. De kans dat iemand overlijdt door het bezwijken van (een deel van) een bouwwerk door een aardbeving mag niet groter zijn dan 1 op de 100.000. Dit is gelijk aan de landelijke veiligheidsnorm die voor alle gebouwen in Nederland geldt.

6. Zonneveld heeft op 17 maart 2023 een technisch versterkingsadvies uitgebracht. Het beoordelingsrapport van 15 december 2023 is een bewonersvriendelijke versie daarvan. Zonneveld heeft een 3D-model van de woning gemaakt op basis van een bureaustudie, het opnamerapport van W2N en een grondonderzoek. De aardbevingsbestendigheid van de woning is aan de hand van de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) beoordeeld. De NPR beschrijft uitgangspunten en rekenmethodes waarmee kan worden bepaald of nieuwe en bestaande gebouwen bestand zijn tegen maatgevende aardbevingen in het gebied van het Groningengasveld. Constructeurs kunnen met deze richtlijn berekenen hoe sterk een gebouw moet zijn om te voldoen aan de veiligheidsnorm. De woning van [appellante] is beoordeeld met de NPR 9998:2020 (T5). De conclusie van het beoordelingsrapport is dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm. De woning hoeft daarom niet seismisch versterkt te worden.

7. De minister heeft het beoordelingsrapport van 15 december 2023 ten grondslag gelegd aan het besluit van 8 april 2024.

8. Naar aanleiding van het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar, heeft de minister Zonneveld verzocht om een nader advies. Zonneveld heeft in het nader advies van 15 november 2024 de conclusie dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm gehandhaafd.

9. De minister heeft dit advies ten grondslag gelegd aan het besluit van 28 november 2024.

Het beroep van [appellante]

10. [appellante] heeft in beroep een second opinion van Tandem Schade expertise & Advies B.V. van 1 april 2025 overgelegd.

11. [appellante] betoogt onder verwijzing naar deze second opinion dat de minister ten onrechte heeft besloten dat haar woning aan de veiligheidsnorm voldoet en niet versterkt hoeft te worden. Het besluit van 28 november 2024 is volgens haar in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Daartoe stelt zij dat de constructie van de achtergevel onjuist is beoordeeld. Dat geldt ook voor de constructieve gevolgen van de in de achtergevel aanwezige schade en bolling en het ontbreken van muurankers in de achtergevel. Ook is onduidelijk of de verbindingen tussen de constructie-elementen op de juiste wijze zijn meegewogen. De berekeningen berusten volgens [appellante] op onjuiste dan wel niet kenbare aannames.

12. De minister heeft de second opinion aan Zonneveld voorgelegd en om nader advies verzocht. Zonneveld heeft op 28 mei 2025 een nader advies uitgebracht.

13. De Afdeling gaat hieronder in op de beroepsgronden van [appellante] en beoordeelt deze.

Constructie van de achtergevel

14. [appellante] betoogt, onder verwijzing naar de second opinion, dat in zowel het technisch versterkingsadvies van Zonneveld als in het opnamerapport van W2N ten onrechte wordt uitgegaan van een koppeling tussen de achtergevel en het dak door middel van een muurplaat. Volgens haar is sprake van een staalconstructie die nagenoeg los staat van de achtergevel en wordt de muurplaat alleen gebruikt voor de bevestiging van de gootbeugels.

14.1. De minister heeft op de zitting toegelicht dat uit figuur 30 van bijlage C1 van het technisch versterkingsadvies van Zonneveld blijkt dat er geen verbinding tussen de muurplaat en de stalen spanten van het dak is gemodelleerd. De verbindingen die zijn gemodelleerd zijn aangegeven met een streepje met een nummer dat in de richting van de betreffende verbinding wijst en er is geen streepje met nummer ingetekend dat naar de verbinding tussen de muurplaat en de stalen spanten wijst. [appellante] heeft hier niets tegenover gesteld en niet concreet onderbouwd waaruit blijkt dat Zonneveld in de berekeningen wel is uitgegaan van een koppeling van de achtergevel en het dak door middel van de muurplaat.

14.2. Bovendien heeft Zonneveld in de nadere adviezen van 15 november 2024 en 28 mei 2025 toegelicht dat de functie van de achtergevel aanzienlijk is gewijzigd als gevolg van de staalconstructie die is aangebracht. Het grootste gedeelte van de belasting van het dak wordt nu opgevangen door de stalen spanten en niet meer door de achtergevel. De horizontale belasting vanuit de kap op de gevel is daardoor aanzienlijk verminderd. In de veiligheidsbeoordeling is de gewijzigde situatie als uitgangspunt gehanteerd.

Uit die beoordeling volgt dat de (uit-het-vlak) verplaatsing van de achtergevel tijdens een aardbeving ongeveer 25 mm bedraagt. Dat ligt ruim onder de in dit geval maximaal toelaatbare verplaatsing van ongeveer 90 mm. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat de maximaal toelaatbare verplaatsing van 90 mm is gebaseerd op het uitgangspunt dat wanneer een gevel meer dan de helft van zijn dikte uitwijkt, de gevel over zijn zwaartepunt heen beweegt en als gevolg daarvan zal omvallen. De achtergevel van de schuur van [appellante] is 200 mm dik. De kritische grens ligt daarom in dit geval op 105 mm. De maximaal toelaatbare verplaatsing van 90 mm, waarvan Zonneveld is uitgegaan, is dus conservatief. In het nader advies van 15 november 2024 heeft Zonneveld toegelicht dat zij bij een verplaatsing van 60 mm aanleiding zou hebben gezien voor een nadere controle en bij een verplaatsing van 90 mm zonder meer zou hebben geadviseerd om de achtergevel te versterken. Een verplaatsing van 25 mm is daarentegen acceptabel, ook wanneer er sprake is van schade en een bolling.

Daarbij komt dat op afbeelding 53 van het opnamerapport van W2N een anker zichtbaar is, naast het raam. Dit is precies op de plaats van een stalen spantbeen. Dit anker is vermoedelijk gekoppeld met de stalen spant, maar is niet als zodanig in het model opgenomen. Dit anker geeft daardoor nog meer capaciteit aan de gevel dan is aangenomen in het model, wat de stabiliteit positief beïnvloedt.

14.3. Het betoog slaagt niet.

Schade aan de achtergevel

15. [appellante] betoogt verder dat de constructieve gevolgen van de schade aan de achtergevel onvoldoende (kenbaar) zijn meegewogen. De rechterhoek van de achtergevel bevat de grootste schade en is ook enkele centimeters verzakt. De berekeningen zijn daarmee (mogelijk) niet gebaseerd op de juiste uitgangspunten en dat leidt tot verkeerde en/of onvolledige uitkomsten van de veiligheidsbeoordeling.

15.1. Zoals hiervoor is overwogen, heeft Zonneveld in het nader advies van 15 november 2024 toegelicht dat uit de veiligheidsbeoordeling volgt dat de verplaatsing van de achtergevel 25 mm bedraagt en dat dit acceptabel is ook wanneer sprake is van schade en een bolling in de achtergevel. In het nader advies van 28 mei 2025 heeft Zonneveld verder toegelicht dat in de modellering van de woning rekening is gehouden met de aanwezige schade in de hoek van de rechterzijgevel en de achtergevel door de kwaliteit van het metselwerk lokaal te reduceren. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat hiervoor is gekozen omdat geen sprake is van een scheur van onder tot bovenaan de gevel, in welk geval het modelleren van een scheur meer voor de hand ligt, maar van scheurvorming op diverse plekken. Het lokaal reduceren van de kwaliteit van het metselwerk vormt in dat geval een goede representatie van de lokaal lagere sterkte en stijfheid van het metselwerk als gevolg van de schade. Dat Zonneveld in de modellering van de woning de kwaliteit van het metselwerk heeft gereduceerd blijkt uit paragraaf 2.6 van het versterkingsadvies. [appellante] heeft niet toegelicht waarom Zonneveld op deze wijze de constructieve gevolgen van de schade in onvoldoende mate heeft meegewogen. Er bestaat daarom geen grond voor het oordeel dat het besluit op dit punt onzorgvuldig tot stand is gekomen.

15.2. Het betoog slaagt niet.

Ontbrekende ankers in de achtergevel

16. [appellante] betoogt dat de minister in het besluit van 28 november 2024 onvoldoende specifiek is ingegaan op de gevolgen van het ontbreken van ankers in de achtergevel.

16.1. In het besluit van 28 november 2024 heeft de minister, onder verwijzing naar het nader advies van Zonneveld van 15 november 2024, toegelicht dat de aardbevingsbestendigheid van de gevel is onderzocht en in orde is bevonden. Daarbij is er inderdaad vanuit gegaan dat de muurankers ontbreken in de achtergevel, maar dat laat dus onverlet dat de achtergevel seismisch voldoende sterk is. Zoals onder 14.2 is overwogen, heeft Zonneveld berekend dat de verplaatsing van de achtergevel tijdens een aardbeving ongeveer 25 mm bedraagt. Dat is flink minder dan de toelaatbare verplaatsing van 90 mm.

16.2. Het betoog slaagt niet.

Bolling en scheefstand van de achtergevel

17. [appellante] voert aan dat de minister in het besluit van 28 november 2024 onvoldoende is ingegaan op de discrepantie tussen het rapport van W2N, waarin een bolling van de achtergevel wordt geconstateerd, en de verklaring van Zonneveld in de e-mail van 15 juni 2024 dat de gevel ’niet erg scheef’ is.

17.1. Uit het besluit van 28 november 2024 blijkt dat de minister deze eerder in bezwaar naar voren gebrachte vraag van [appellante] over de discrepantie tussen de rapporten aan Zonneveld heeft voorgelegd en Zonneveld heeft verzocht om toe te lichten of wel of geen sprake is van een bolling. Zonneveld heeft in het nader advies van 15 november 2024 toegelicht dat ook zij ervan is uitgegaan dat sprake is van bolling/schade in de achtergevel. Hierover bestaat dus geen verschil van inzicht met W2N. Zoals onder 14.2 is overwogen, volgt uit de veiligheidsbeoordeling dat de verplaatsing van de achtergevel tijdens een aardbeving 25 mm bedraagt en dat dit acceptabel is ook wanneer er sprake is van schade en een bolling aan de achtergevel.

17.2. Het betoog slaagt niet.

Onzorgvuldige inspectie

18. [appellante] betoogt, onder verwijzing naar de second opinion van Tandem, dat de koppelingen tussen constructie-elementen zoals de gebintpoten, kalkzandsteenwand en de muurplaat door W2N en Zonneveld niet correct zijn geïnspecteerd en in kaart zijn gebracht.

18.1. In de second opinion is een tabel opgenomen waarin ‘waargenomen afwijkingen’ zijn opgesomd, zonder dat daarbij is toegelicht waaruit blijkt dat dit afwijkingen betreffen ten opzichte van hetgeen waar W2N en Zonneveld vanuit zijn gegaan. De second opinion biedt daarom geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de koppelingen tussen constructie-elementen door W2N en Zonneveld niet correct zijn geïnspecteerd en in kaart zijn gebracht.

18.2. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

19. Uit het voorgaande volgt dat er, anders dan [appellante] betoogt, geen grond is voor het oordeel dat de berekeningen op onjuiste uitgangspunten zijn gebaseerd.

20. Het beroep is ongegrond.

21. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. G.O. van Veldhuizen en mr. A.B. Blomberg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.

w.g. Den Ouden

voorzitter

w.g. Planken

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026

299-1160

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W. den Ouden
  • mr. G.O. van Veldhuizen
  • mr. A.B. Blomberg

Griffier

  • mr. M.A.E. Planken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand