ECLI:NL:RVS:2026:5673

ECLI:NL:RVS:2026:5673

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer 202407840/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de burgemeester van Utrecht het verzoek van [appellante] om een voorschrift in een exploitatievergunning te herzien afgewezen. [appellante] heeft een exploitatievergunning voor een grillroom in Utrecht. Aan de exploitatievergunning zijn voorschriften verbonden. Eén van de aan deze vergunning verbonden voorschriften, voorschrift 3, was dat [persoon] niet aanwezig mag zijn in de grillroom. [appellante] was het niet eens met dit voorschrift en heeft daarom beroep en toen de rechtbank dit voorschrift in stand had gelaten, hoger beroep ingesteld. Hangende dit hoger beroep heeft [appellante] bij de burgemeester een verzoek om herziening van voorschrift 3 ingediend. De burgemeester heeft dat verzoek afgewezen, omdat op dat moment de procedure tegen de exploitatievergunning nog liep en er volgens de burgemeester geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding zouden kunnen geven om het voorschrift te heroverwegen. In haar besluit op bezwaar heeft de burgemeester dit standpunt gehandhaafd.

Uitspraak

202407840/1/A3.

Datum uitspraak: 23 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd in Utrecht,

appellante,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 29 oktober 2024 in zaken nrs. 23/3745 en 23/4216 in het geding tussen:

[appellante]

en

de burgemeester van Utrecht.

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de burgemeester het verzoek van [appellante] om een voorschrift in een exploitatievergunning te herzien afgewezen.

Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de burgemeester het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 oktober 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 mei 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door drs. C. van Oosten, rechtsbijstandverlener in Utrecht en de burgemeester van Utrecht, vertegenwoordigd door mr. D. Rietberg, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellante] heeft een exploitatievergunning voor een grillroom in Utrecht. Aan de exploitatievergunning zijn voorschriften verbonden. Eén van de aan deze vergunning verbonden voorschriften, voorschrift 3, was dat [persoon] niet aanwezig mag zijn in de grillroom. [appellante] was het niet eens met dit voorschrift en heeft daarom beroep en toen de rechtbank dit voorschrift in stand had gelaten, hoger beroep ingesteld.

2. Hangende dit hoger beroep heeft [appellante] bij de burgemeester een verzoek om herziening van voorschrift 3 ingediend. De burgemeester heeft dat verzoek afgewezen, omdat op dat moment de procedure tegen de exploitatievergunning nog liep en er volgens de burgemeester geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding zouden kunnen geven om het voorschrift te heroverwegen. In haar besluit op bezwaar heeft de burgemeester dit standpunt gehandhaafd.

3. De Afdeling heeft bij uitspraak van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3472 in de procedure over de exploitatievergunning voorschrift 3 geschrapt.

Uitspraak van de rechtbank

4. De rechtbank heeft het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om herziening van het voorschrift niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen procesbelang meer bestond. Het voorschrift was inmiddels door de Afdeling in de andere procedure geschrapt. [appellante] heeft desgevraagd op zitting bij de rechtbank betoogd dat ze nog belang heeft bij haar beroep omdat ze vergoeding van proceskosten wil. De rechtbank heeft overwogen dat enkel het niet vergoeden van bezwaar- of beroepskosten geen zelfstandig procesbelang oplevert. De rechtbank heeft het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Hoger beroep

5. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen procesbelang meer bestaat. [appellante] had namelijk voordat de uitspraak van de Afdeling in de andere procedure werd gedaan het herzieningsverzoek, het bezwaar en het beroep al ingediend. Dit was volgens [appellante] wel nodig omdat het onzeker was wat de uitkomst van het hoger beroep tegen de exploitatievergunning en specifiek het voorschrift 3 zou zijn. [appellante] betoogt dat zij kosten heeft gemaakt voor het bezwaar, beroep en nu ook het hoger beroep en zij wil deze vergoed krijgen. [appellante] voert in dit kader aan dat de rechtbank ten onrechte geen procesbelang heeft aangenomen voor het verzoek om een proceskostenvergoeding. Het voorschrift waarvan herziening werd verlangd is uiteindelijk geschrapt, waarmee ook wordt tegemoetgekomen aan het afgewezen verzoek om herziening.

Beoordeling hoger beroep

6. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het uitgangspunt is dat een vergoeding van proceskosten en/of griffierecht op zichzelf geen reden is om procesbelang aan te nemen. Deze regel geldt bij uitzondering niet als het besluit in bezwaar wordt herroepen zonder daarbij een veroordeling van de bezwaarkosten toe te kennen terwijl daar wel om was gevraagd, of als de hoogte van een toegekende vergoeding van bezwaarkosten in geschil is.

6.1. De Afdeling stelt vast dat deze uitzonderingen in dit geval niet van toepassing zijn, omdat het besluit waarin het verzoek om herziening werd afgewezen niet is herroepen. Dit besluit ging immers niet over het opleggen van het voorschrift, maar over de vraag of er reden was om de vergunning in zoverre te herzien. Het oordeel van de rechtbank hierover is dan ook juist. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat het besluit niet is herroepen en het verzoek om een proceskostenvergoeding op zichzelf geen procesbelang oplevert.

6.2. Het betoog slaagt niet.

Proceskosten in beroep

7. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. De Afdeling heeft het voorschrift waarvan zij om herziening verzocht namelijk geschrapt en daarmee is er volgens [appellante] tegemoetgekomen aan het verzoek om herziening.

7.1. [appellante] heeft het beroep niet ingetrokken. Artikel 8:75a van de Awb is daarom niet van toepassing, maar wordt analoog toegepast. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, in de uitspraak van 12 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN7798, is er sprake van tegemoetkomen als het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.

7.2. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat er geen recht op een proceskostenvergoeding bestaat. De Afdeling stelt vast dat niet tegemoetgekomen is aan het herzieningsverzoek van [appellante]. Weliswaar is het voorschrift waarop het herzieningsverzoek ziet geschrapt met de uitspraak van de Afdeling van 13 september 2023, maar dat betekent niet dat het verzoek om herziening van het voorschrift ten onrechte is afgewezen. De burgemeester wijst er in het besluit op dat partijen op dat moment nog in afwachting zijn van een uitspraak in hoger beroep over het voorschrift en dat uit het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden blijken die nopen tot aanpassing van de voorschriften. Dat voorschrift 3 daarna is geschrapt maakt de motivering van de burgemeester niet onjuist. Door [appellante] is niet betoogd dat desondanks op dat moment noodzaak bestond om het aan de vergunning verbonden voorschrift 3 te heroverwegen. Ook met de in hoger beroep daarover gegeven toelichting is [appellante] daar niet in geslaagd. De besluitvorming waarover het in deze procedure gaat is daarom niet op één lijn te stellen met de reden voor het ontvallen van het procesbelang. Hoewel het procesbelang is ontvallen wegens een omstandigheid die ook in deze procedure door [appellante] is beoogd, betekent dit niet dat de besluitvorming op de gewenste wijze met elkaar in verband kan worden gebracht. Er is geen sprake van tegemoetkomen door de burgemeester. Dat [appellante] zich ondanks de motivering van de afwijzing van het verzoek om herziening van voorschrift 3 genoodzaakt heeft gezien om hiertegen in rechte op te komen is haar eigen keuze. De hiermee gemaakte proceskosten kunnen niet vanwege de reden van het vervallen van procesbelang voor rekening van de burgemeester worden gebracht.

7.3. Het betoog slaagt in zoverre evenmin.

Vergoeding griffierecht in zaak nr. 23/3745

8. Voor zover [appellante] in hoger beroep nog betoogt dat het in zaak nr. 23/3745 aan de rechtbank betaalde griffierecht ten onrechte niet is vergoed, gaat de Afdeling ervan uit dat het griffierecht dat is betaald voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen in zaak nr. 23/3745 op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb is doorgeschoven naar de inhoudelijke behandeling van de zaak. Het inhoudelijke beroep is niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank heeft daarom terecht niet de burgemeester veroordeeld het betaalde griffierecht te vergoeden.

8.1. Ook dit betoog slaagt niet.

Conclusie hoger beroep

9. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

10. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bossmann

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026

314-1199

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.W.M.J. Bossmann

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand