ECLI:NL:RVS:2026:5788

ECLI:NL:RVS:2026:5788

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer 202503362/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens gedeeltelijk toegewezen. [appellant] heeft de minister op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verzocht om inzage over welke persoonsgegevens van hem voorkomen op de lijst van de Fraude Signalering Voorziening (FSV), de 1043 Projectlijst en andere lijsten die de Belastingdienst heeft gebruikt zonder dat hij hiervan op de hoogte was. De minister heeft in het besluit van 3 januari 2024 vastgesteld dat de persoonsgegevens van [appellant] waren opgenomen in de FSV. Niet is gebleken dat zijn persoonsgegevens zijn verwerkt in het kader van projectcode 1043. De minister heeft verder niet kunnen vaststellen dat er met de FSV vergelijkbare systemen of applicaties zijn waarin persoonsgegevens van [appellant] zijn opgenomen.

Uitspraak

202503362/1/A2.

Datum uitspraak: 30 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Holland van 2 mei 2025 in zaak nr. 24/6628 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Financiën.

Procesverloop

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de minister het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens gedeeltelijk toegewezen.

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en zich onbevoegd verklaard om over het verzoek om schadevergoeding te oordelen.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 4 september 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. L.M. Lalji, advocaat in Amsterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. drs. I.A. Huppertz en mr. M. Baarslag-Clement, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft de minister op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verzocht om inzage over welke persoonsgegevens van hem voorkomen op de lijst van de Fraude Signalering Voorziening (FSV), de 1043 Projectlijst en andere lijsten die de Belastingdienst heeft gebruikt zonder dat hij hiervan op de hoogte was.

Besluitvorming

2. De minister heeft in het besluit van 3 januari 2024 vastgesteld dat de persoonsgegevens van [appellant] waren opgenomen in de FSV. Niet is gebleken dat zijn persoonsgegevens zijn verwerkt in het kader van projectcode 1043. De minister heeft verder niet kunnen vaststellen dat er met de FSV vergelijkbare systemen of applicaties zijn waarin persoonsgegevens van [appellant] zijn opgenomen.

3. De minister heeft in het besluit op bezwaar van 19 juli 2024 het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens opgevat als een algemeen AVG-inzageverzoek en een overzicht gegeven van de persoonsgegevens die door de Belastingdienst in de gangbare systemen zijn verwerkt. Voor het verzoek om immateriële schadevergoeding heeft de minister doorverwezen naar de website van de belastingdienst.

Uitspraak van de rechtbank

4. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om over het schadeverzoek te oordelen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2891, volgt dat de bestuursrechter niet bevoegd is om te oordelen over schade die zou zijn geleden doordat de Belastingdienst persoonsgegevens onrechtmatig zou hebben verwerkt in de FSV.

Beoordeling van het hoger beroep

Verzoek om schadevergoeding

5. [appellant] betoogt dat uit de uitspraak van de Afdeling van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2730, volgt dat een besluit dat op basis van het tegemoetkomingsbeleid vanwege immateriële schade is genomen en beoogt een financiële aanspraak toe te kennen of te onthouden aan personen die in de FSV stonden geregistreerd, een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. [appellant] heeft materiële en immateriële schadevergoeding gevorderd. De rechtbank had zich op grond van het tegemoetkomingsbeleid bevoegd moeten verklaren om over het verzoek om schadevergoeding te oordelen, aldus [appellant].

5.1. In deze procedure ligt, anders dan in de uitspraak van de Afdeling van 18 juni 2025 het geval is, geen besluit voor dat op grond van tegemoetkomingbeleid is genomen, maar heeft [appellant] een verzoek om schadevergoeding ingediend. De Afdeling heeft daarover in de uitspraak van 17 juli 2024 en 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5890, onder 5.1, geoordeeld dat daarvoor niet de bestuursrechtelijke weg open staat, maar uitsluitend de burgerlijke rechter bevoegd is. Dit betekent dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard. Het betoog slaagt niet.

Inzageverzoek

6. De Afdeling stelt vast dat [appellant] in het hogerberoepschrift alleen gronden heeft gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat zij onbevoegd is om over het schadeverzoek te oordelen. Hij heeft voor het eerst op de zitting bij de Afdeling in algemene zin alsnog laten weten zich ook niet te kunnen vinden in het oordeel van de rechtbank over het inzageverzoek, waarbij het beroep ongegrond is verklaard. De Afdeling is van oordeel dat [appellant] deze gronden te laat heeft aangevoerd. Wat [appellant] heeft aangevoerd over het inzageverzoek laat de Afdeling buiten beschouwing.

Conclusie

7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

8. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.T.J. van de Voort, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Voort

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026

1062

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.T.J. van de Voort

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand