202504509/1/A2.
Datum uitspraak: 30 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark, gevestigd in Den Haag,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 juni 2025 in zaak nr. 23/4500 in het geding tussen:
Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.
Procesverloop
Bij besluit van 24 oktober 2022 (het verkeersbesluit) heeft het college een geslotenverklaring ingesteld, met uitzondering van fietsers en bromfietsers, door het plaatsen van pollers tussen de wijken Vroondaal Noord 1 en Vroondaal Noord 2 op de kruising Nederhoflaan/Oostmadeweg.
Bij besluit van 23 mei 2023 heeft het college het door Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 juni 2025 heeft de rechtbank het door Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 23 mei 2023 vernietigd, het bezwaar van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Tegen deze uitspraak heeft Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark hoger beroep ingesteld.
Stichting Arcadisch Madestein heeft als derde-belanghebbende een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[partij] en de Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaak nr. 202504431/1/A2, op een zitting behandeld op 3 juni 2026, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S. Imazouine, vergezeld door mr. B. Wouda en ing. D. Smit, is verschenen. Verder zijn op de zitting [partij], de Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en de Stichting Arcadisch Madestein als derde-belanghebbenden gehoord.
Overwegingen
Inleiding
1. Vroondaal is een woonwijk in Den Haag, die deel uitmaakt van het stadsdeel Loosduinen. De wijk bestaat uit vier wijkdelen. Tussen de wijkdelen Vroondaal Noord 1 (Westmadepark) en Vroondaal Noord 2 (Hofstedepark) ligt de kruising Nederhoflaan/Oostmadeweg. Het verkeersbesluit voorziet op deze kruising in een verkeerskundige knip. Deze zaak gaat, onder meer, over de vraag of Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark belanghebbende is bij het verkeersbesluit van 24 oktober 2022.
2. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark is opgericht op 24 november 2022. Volgens haar statuten heeft zij tot doel de collectieve belangen van de eigenaren en huurders van woningen in het deelgebied Vroondaal Westmadepark in en buiten rechte te behartigen, de goede verstandhouding tussen deze eigenaren en huurders te bevorderen en de leefbaarheid, veiligheid, duurzaamheid en sociale cohesie in het woongebied en de woonwijk Vroondaal als geheel te bevorderen.
Besluitvorming
3. Bij besluit op bezwaar van 23 mei 2023 heeft het college het bezwaar van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark ongegrond verklaard. In het verweerschrift in de bezwaarfase en op de zitting bij de rechtbank heeft het college zich, anders dan in het besluit op bezwaar, op het standpunt gesteld dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit. Volgens het college is niet gebleken dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark feitelijke werkzaamheden heeft verricht waaruit volgt dat zij de rechtstreeks bij het verkeersbesluit betrokken belangen in het bijzonder behartigt.
Uitspraak van de rechtbank
4. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bestreden besluit een gebrek bevat omdat het college het bezwaar van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard. Volgens de rechtbank is Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark geen belanghebbende. Zij heeft daartoe overwogen dat niet is gebleken dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark voorafgaand aan de indiening van het bezwaarschrift op 28 november 2022 feitelijke werkzaamheden heeft verricht ter behartiging van deze collectieve belangen van de bewoners van Vroondaal Westmadepark. Het enkel in rechte opkomen tegen besluiten, zoals het instellen van bezwaar of beroep, kan niet worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Gelet hierop heeft de rechtbank geconcludeerd dat het belang van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark niet rechtstreeks bij het verkeersbesluit betrokken is en heeft zij zelf in de zaak voorzien door het bezwaar van de vereniging alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.
Geen incidenteel hoger beroep
5. [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark hebben bij de rechtbank als derde-belanghebbenden deelgenomen aan het geding. Zij betogen dat de rechtbank het bezwaar van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. In hun stuk gaan zij verder in op de inhoudelijke beroepsgronden van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark waarop de rechtbank niet is ingegaan.
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:113), is voor het antwoord op de vraag of een stuk als incidenteel hoger-beroepschrift in de zin van artikel 8:110, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt, niet beslissend dat uitdrukkelijk gesteld is dat incidenteel hoger beroep wordt ingesteld. Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling (Kamerstukken II 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 23 en 24) is met het bieden van de mogelijkheid van het instellen van incidenteel hoger beroep beoogd een partij de bevoegdheid te geven om naar aanleiding van het principaal hoger beroep van een wederpartij alsnog ook zelf in hoger beroep te komen. Aldus wordt de processuele positie van de verwerende partij in hoger beroep versterkt, in die zin dat deze een tegenaanvalswapen in handen krijgt, en is het instellen van principaal hoger beroep niet meer zonder risico, nu de appellerende partij er door de tegenaanval van de wederpartij ook op achteruit kan gaan. Met het instellen van incidenteel hoger beroep beoogt de incidenteel appellant te bewerkstelligen dat hij in een rechtens gunstiger positie komt te verkeren ten opzichte van de positie waarin hij na de uitspraak van de rechtbank verkeerde.
5.2. De rechtbank heeft het bezwaar van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark niet-ontvankelijk verklaard. [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark kunnen zich in dat oordeel vinden. De gronden die [partij] en de bewonersvereniging voor het overige naar voren brengen, richten zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank of de overwegingen daarvan. Naar het oordeel van de Afdeling kunnen [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark door het instellen van incidenteel hoger beroep niet in een rechtens gunstiger positie komen te verkeren. Gelet daarop hebben [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark met de door hen als incidenteel hoger-beroepschrift aangemerkte stukken geen incidenteel hoger beroep ingesteld als bedoeld in artikel 8:110, eerste lid, van de Awb. De Afdeling beschouwt die stukken als een nadere uiteenzetting over de belanghebbendheid van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark. Het voorgaande neemt niet weg dat als het hoger beroep van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark gegrond wordt verklaard en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd, de Afdeling de door partijen bij de rechtbank ingediende beroepsgronden, voor zover dat nog nodig is, alsnog zal beoordelen.
Misbruik van recht
6. [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark betogen dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark misbruik van procesrecht maakt door het herhaaldelijk starten van juridische procedures.
6.1. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark benadrukt dat zij niet uitsluitend is opgericht om te procederen en stelt dat zij, afgezien van de procedure over het verkeersbesluit, geen andere procedures heeft gevoerd.
6.2. Voor het oordeel dat sprake is van misbruik van recht zijn zwaarwichtige gronden vereist. Het aantal procedures dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark heeft gevoerd, kan in combinatie met andere omstandigheden bijdragen aan het oordeel dat sprake is van misbruik van recht, maar is daarvoor op zichzelf onvoldoende. Uit de door [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark aangehaalde uitlatingen blijkt dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark met de procedures mede heeft beoogd de uitvoering van het verkeersbesluit te vertragen. Daaruit volgt niet dat zij haar bevoegdheid om rechtsmiddelen aan te wenden zodanig evident zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven heeft gebruikt, dat dit blijk geeft van kwade trouw. Het willen voorkomen of uitstellen van de plaatsing van de pollers in afwachting van de uitkomst van de procedures betekent niet dat het Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark niet daadwerkelijk te doen was om rechtsbescherming tegen het verkeersbesluit. Voor het oordeel dat zij misbruik van recht heeft gemaakt, bestaat daarom geen grond.
6.3. Het betoog slaagt niet.
Beoordeling van het hoger beroep
7. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark betoogt dat de rechtbank haar ten onrechte niet als belanghebbende bij het verkeersbesluit heeft aangemerkt. Zij voert aan dat zij mede op initiatief en met medewerking van het stadsdeel Loosduinen is opgericht om de belangen van de bewoners van Vroondaal te vertegenwoordigen. Uit het verslag van de oprichtingsvergadering, gehouden op 6 juli 2022, volgt dat in de oprichtingsfase een brede doelstelling werd nagestreefd en dat verschillende deelcommissies zijn gevormd. Bij deze vergadering waren ook de toenmalige stadsdeeldirecteur van het stadsdeel Loosduinen, de voorzitter van Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark en de initiatiefnemer van de bewonersvereniging Vroondaal Zuid aanwezig. Haar inzet voor de totstandkoming van een evenwichtige en goede vertegenwoordiging van de wijk moet volgens Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden ter verwezenlijking van haar statutaire doelstelling.
7.1. Verder betoogt Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark dat uit het verslag van de oprichtingsvergadering volgt dat de verkeerssituatie in en rond de wijk Vroondaal vanaf het begin een punt van zorg en aandacht was. Zij heeft zich ingespannen om met Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark overeenstemming te bereiken over de in de wijk te nemen verkeersmaatregelen. Nadat dit overleg was vastgelopen, heeft zij bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit en beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar. Zonder deze stappen zou de plaatsing van de pollers een voldongen feit zijn geworden.
7.2. Tot slot wijst Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark erop dat zij vóór het maken van bezwaar op 28 november 2022 sociale activiteiten heeft georganiseerd, waaronder een Sinterklaasintocht en een kerstborrel, en deze activiteiten ook in de daaropvolgende jaren, al dan niet samen met andere bewonersverenigingen, heeft voortgezet. Ook hieruit blijkt volgens haar dat zij feitelijke werkzaamheden ter verwezenlijking van haar statutaire doelstelling heeft verricht.
8. Voor het antwoord op de vraag of Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark belanghebbende is, zijn de statutaire doelstelling en de feitelijke werkzaamheden in beginsel bepalend.
8.1. Wanneer een vereniging door het optreden in rechte een bundeling van rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken individuele belangen tot stand brengt, kan daarmee effectieve rechtsbescherming zijn gediend in vergelijking met het afzonderlijke optreden van een groot aantal individuele natuurlijke personen die door het bestreden besluit rechtstreeks in hun belangen worden getroffen. In de door een vereniging tot stand gebrachte bundeling van deze individuele belangen kunnen de in artikel 1:2, derde lid, van de Awb genoemde feitelijke werkzaamheden besloten worden geacht. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 24 juni 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI9672, onder 2.1.3.
8.2. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark komt volgens haar doelstelling op voor de belangen van de bewoners van Vroondaal Westmadepark. Zij behartigt in het bijzonder het collectieve belang van de bewoners bij het bevorderen, behouden en verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid van de wijk. Dit belang is rechtstreeks bij het in bezwaar gehandhaafde verkeersbesluit betrokken. Het is aannemelijk dat verschillende bewoners van Vroondaal Westmadepark gevolgen kunnen ondervinden van de ontwikkelingen die het bestreden verkeersbesluit mogelijk maakt. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark brengt door op te komen voor de belangen van deze bewoners een bundeling van rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken individuele belangen tot stand. Voor de belanghebbendheid van een bewonersvereniging moet aannemelijk zijn dat de belangen van meer dan één bewoner van Vroondaal Westmadepark rechtstreeks bij het verkeersbesluit zijn betrokken. Het is daarvoor niet vereist dat deze bewoners lid zijn van de bewonersvereniging. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:373, onder 1.8.
8.3. De rechtbank heeft niet onderkend dat de in artikel 1:2, derde lid, van de Awb genoemde feitelijke werkzaamheden in een door de bewonersvereniging tot stand gebrachte bundeling van individuele belangen besloten kunnen liggen. Zij heeft daarom ten onrechte beoordeeld of Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark voorafgaand aan de indiening van het bezwaarschrift afzonderlijke feitelijke werkzaamheden heeft verricht. Zij heeft niet onderkend dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark, gelet op wat hiervoor is overwogen, belanghebbende is bij het bestreden besluit.
8.4. Het betoog slaagt.
9. [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark betogen in hun schriftelijke uiteenzetting dat het bezwaar tegen het verkeersbesluit niet bevoegd namens Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark is gemaakt. Volgens [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark vereisen de statuten voor het optreden in rechte en het verrichten van rechtshandelingen voorafgaande goedkeuring van de algemene ledenvergadering, terwijl die goedkeuring voor het maken van bezwaar en het voeren van de daaropvolgende procedures niet is verleend.
9.1. In artikel 8, achtste lid, van de statuten is bepaald dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark wordt vertegenwoordigd door het bestuur dan wel door de voorzitter en de secretaris gezamenlijk. Uit het bezwaarschrift van 28 november 2022 blijkt dat dit door de voorzitter en de secretaris gezamenlijk is ondertekend. Het bezwaar is daarmee overeenkomstig de statutaire vertegenwoordigingsregeling namens Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark gemaakt. Gelet op artikel 2:45, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek treedt de Afdeling niet in de vraag of aan het maken van bezwaar een rechtsgeldig besluit van het bevoegde orgaan van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark ten grondslag ligt. Dat niet is gebleken dat de algemene ledenvergadering goedkeuring heeft verleend voor het maken van bezwaar, betekent daarom niet dat het bezwaar niet bevoegd is gemaakt en dat het bezwaar om die reden niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Hetzelfde geldt voor het ontbreken van goedkeuring voor het voeren van de daaropvolgende procedures. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7611, onder 2.2, en 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, onder 9.3.
9.2. Het betoog van [partij] en Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark slaagt niet.
10. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling zal hieronder het beroep beoordelen.
Beoordeling van het beroep
11. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark betoogt dat het besluit op bezwaar en het verkeersbesluit onzorgvuldig zijn voorbereid en onvoldoende zijn gemotiveerd. Volgens haar is het college in het besluit op bezwaar niet inhoudelijk ingegaan op de door haar aangevoerde bezwaren. Verder heeft het college zich gebaseerd op een verouderd verkeersonderzoek en is de noodzaak van de afsluiting niet met actuele verkeersgegevens, een draagvlakonderzoek of een verkeersproef onderbouwd. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de bereikbaarheid, de verkeersdruk op omliggende wegen en bestaande verkeersknelpunten, en de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Verder voert zij aan dat minder ingrijpende alternatieven mogelijk zijn en dat de feitelijke uitvoering van de afsluiting afwijkt van het verkeersbesluit en van het gemeentelijke beleid over pollers.
11.1. Het college is in het verweerschrift voor de Adviescommissie uitgebreid ingegaan op de bezwaargronden van Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark. In het besluit op bezwaar heeft het college, onder verwijzing naar de motivering in het advies van de Adviescommissie, het bezwaar ongegrond verklaard.
11.2. Het college heeft toegelicht dat in de verkeersonderzoeken rekening is gehouden met de gevolgen van de verkeerskundige knip voor de verkeersafwikkeling in de omgeving. Daarbij zijn ook de verkeersintensiteiten op omliggende wegen en de belasting van nabijgelegen kruispunten betrokken. Het verkeersbesluit ziet op een maatregel die reeds in het bestemmingsplan Madestein-Vroondaal was voorzien en die destijds is onderbouwd met het verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng uit 2012. In het verkeersonderzoek zijn de toekomstige verkeersbewegingen geanalyseerd in relatie tot de woningbouwontwikkelingen. Dit onderzoek is vervolgens geactualiseerd en in het kader van deze procedure is in 2025 nog een verkeerskundige analyse opgesteld. Er is geen aanleiding voor de conclusie dat de uitkomst van het verrichte onderzoek niet meer actueel is. Verder is het voorgenomen verkeersbesluit voorgelegd aan de politie en besproken in het Vooroverleg Over Verkeerszaken, waarin onder meer de brandweer, de politie, de HTM en verkeerskundigen van de gemeente zijn vertegenwoordigd. Zij hebben positief over de verkeersmaatregel geadviseerd. Ook is met de hulpdiensten afgestemd over de bereikbaarheid na de afsluiting. De tijdelijke palen kunnen door de hulpdiensten worden neergeklapt en de hulpdiensten zijn geïnformeerd over de gewijzigde rijroutes. In dit verband is ook van belang dat Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark geen deskundig tegenadvies heeft overgelegd en evenmin concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht die aanleiding geven te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de onderzoeken en adviezen, de begrijpelijkheid van de daarin gevolgde redenering of de aansluiting van de conclusies daarop. Dat geen draagvlakonderzoek of verkeersproef is uitgevoerd, maakt niet dat het verkeersbesluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Het betoog dat met minder ingrijpende maatregelen had kunnen worden volstaan, slaagt ook niet. Het college heeft toegelicht dat alleen het instellen van een 30 km/u-gebied onvoldoende is om de gewenste verkeersintensiteiten te bereiken en dat de verkeerskundige knip nodig is om het verkeer in Vroondaal te reguleren. Daarbij heeft het college ook gewezen op de gevolgen die andere maatregelen zouden hebben voor omliggende wegen en kruispunten. Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark heeft niet aannemelijk gemaakt dat een minder ingrijpende maatregel beschikbaar is waarmee de met het verkeersbesluit beoogde doelen in vergelijkbare mate kunnen worden bereikt. Voor zover Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark aanvoert dat de feitelijke uitvoering van de afsluiting afwijkt van het verkeersbesluit en het gemeentelijke beleid, heeft het college toegelicht dat de locatie van de fysieke afsluiting overeenkomt met de bij het verkeersbesluit behorende situatietekening en dat een pollerinstallatie binnen de gemeente gebruikelijk is bij een verkeerskundige knip. Verder heeft het college toegelicht dat het gemeentelijke beleid in een situatie als deze uitgaat van het plaatsen van een poller.
11.3. De Afdeling is, gelet op de hiervoor onder 11.2 verkort weergegeven toelichting van het college, van oordeel dat het besluit van 23 mei 2023 zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk is gemotiveerd. Het betoog slaagt niet.
11.4. Het beroep is ongegrond.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van 23 mei 2023 in stand blijft.
13. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden, omdat niet gebleken is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 juni 2025 in zaak nr. 23/4500;
III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;
IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Bewonersvereniging Vroondaal Westmadepark het door haar betaalde griffierecht van € 579,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. A.B. Blomberg en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Van Altena
voorzitter
w.g. Yildiz
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026
594-1189