ECLI:NL:RVS:2026:5895

ECLI:NL:RVS:2026:5895

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer 202503759/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). [bedrijf A] is eigenaar van het terrein en heeft daar met [bedrijf B] een recyclingbedrijf. SHEI huurt een aantal van de panden op het terrein, waarin het speciale zware staalconstructies fabriceert voor verschillende industriële toepassingen. [wederpartij sub 1] huurt een gedeelte van een van de panden en heeft ter plaatse een scheepswerf. In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is.

Uitspraak

202503759/1/A2.

Datum uitspraak: 7 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de burgemeester van Rotterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 mei 2025 in zaken nrs. 24/6027 en 24/6028 in de gedingen tussen:

1. [wederpartij sub 1], gevestigd in Rotterdam,

2. Sledge Hammer Engineering International B.V. (SHEI), gevestigd in Ridderkerk,

en

de burgemeester.

Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel).

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de burgemeester de sluiting van het terrein verlengd voor de duur van twee weken.

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de burgemeester het noodbevel opgeheven met ingang van die dag.

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de burgemeester de door [wederpartij sub 1] en SHEI daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 mei 2025 heeft de rechtbank de door [wederpartij sub 1] en SHEI daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 8 mei 2024 vernietigd voor zover dat ziet op het besluit van 26 oktober 2023, het besluit van 26 oktober 2023 herroepen voor zover dat ziet op [wederpartij sub 1] en SHEI, en bepaald dat de uitspraak in de plaats komt van het vernietigde deel van het besluit van 8 mei 2024.

Tegen deze uitspraak heeft de burgemeester hoger beroep ingesteld.

[wederpartij sub 1] en SHEI hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 25 juni 2026, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. B.S. Jaasma, advocaat in Den Haag en mr. M. Rolle, en [wederpartij sub 1] en SHEI, vertegenwoordigd door mr. A Schreijenberg, advocaat in Middelburg, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [bedrijf A] is eigenaar van het terrein en heeft daar met [bedrijf B] (hierna tezamen in enkelvoud: [bedrijf]) een recyclingbedrijf. SHEI huurt een aantal van de panden op het terrein, waarin het speciale zware staalconstructies fabriceert voor verschillende industriële toepassingen. [wederpartij sub 1] huurt een gedeelte van een van de panden en heeft ter plaatse een scheepswerf.

2. In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is. In de bestuurlijke rapportage van 26 oktober 2023 staat dat de politie op 8 maart 2021 een schriftelijke mededeling van de Amerikaanse opsporingsautoriteiten heeft ontvangen die de dagelijks bestuurder van [bedrijf] mogelijk in verband brengt met handel in cocaïne.

3. Na de rapportages van 12 en 13 oktober 2023 heeft de burgemeester op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet, het noodbevel uitgevaardigd en daarmee het terrein gesloten vanwege ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden. Na de rapportages van 23 en 26 oktober 2023 heeft de burgemeester de sluiting op diezelfde grond met twee weken verlengd.

Besluitvorming

4. De burgemeester heeft in het besluit van 8 mei 2024 aangegeven dat [wederpartij sub 1] en SHEI niet zijn benadeeld doordat zij niet in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven op het voornemen van 23 oktober 2023 om het noodbevel te verlengen. Dat hebben zij alsnog in bezwaar kunnen doen en dat heeft niet tot een ander besluit geleid.

Uitspraak van de rechtbank

5. De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit van 8 mei 2024 in strijd is met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De burgemeester heeft de belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI onvoldoende onderzocht en meegewogen in de voorbereiding en bij het nemen van het verlengingsbesluit. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat [bedrijf] in ieder geval al in zijn verzoek om een voorlopige voorziening van 17 oktober 2023 melding heeft gemaakt van de huurders van het terrein, waarbij [wederpartij sub 1] en SHEI ook met naam zijn genoemd. Ook zijn zij door [bedrijf] genoemd in zijn zienswijze op het voornemen van 23 oktober 2023. Desondanks heeft de burgemeester geen onderzoek gedaan naar de situatie van de huurders (door bijvoorbeeld te onderzoeken of het mogelijk was de door hen gebruikte delen van het terrein weer te openen) en de huurders ook niet om hun zienswijze op de voorgenomen verlenging van de sluiting gevraagd. Zij zijn alleen via [bedrijf] bekend geraakt met het verlengingsbesluit. Door de belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI gelijk te stellen met de belangen van [bedrijf], heeft de burgemeester miskend dat hun belangen wel degelijk van elkaar kunnen verschillen. Zo was het voor [wederpartij sub 1] bijvoorbeeld niet mogelijk de bedrijfsactiviteiten te verplaatsen. Dat [wederpartij sub 1] en SHEI in bezwaar en in de procedure bij de voorzieningenrechter alsnog hun belangen naar voren hebben kunnen brengen, maakt dit niet anders, omdat de verlenging van de sluiting toen al was ingegaan. De niet nader gemotiveerde conclusie van de burgemeester in het besluit op bezwaar van 8 mei 2024, dat wat [wederpartij sub 1] en SHEI in de genoemde procedures hebben aangevoerd niet tot het oordeel leidt dat het noodbevel niet had mogen worden verlengd en dat zij daarom niet benadeeld zijn doordat zij voorafgaand aan het verlengingsbesluit zijn gepasseerd, kan geen stand houden.

Hoger beroep

6. De burgemeester betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI zijn betrokken in de besluitvorming. Zij voert aan dat de belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI net als de belangen van [bedrijf] bedrijfseconomisch (financieel) van aard zijn. In aanvulling daarop merkt zij op dat de stelling dat [wederpartij sub 1] en SHEI hun bedrijfsvoering niet op een andere plaats konden voortzetten, de proportionaliteitsafweging niet anders maakt. De burgemeester erkent dat zij geen direct contact heeft gezocht met [wederpartij sub 1] en SHEI en hun geen gelegenheid heeft geboden tot het geven van een zienswijze op het voornemen, maar dat dit niets zou hebben veranderd aan de subsidiariteitsafweging die in het besluit van 8 mei 2024 is gemaakt. De ongewijzigde dreigingssituatie maakt dat zij het belang van de bescherming van de openbare orde zwaarder heeft mogen laten wegen dan de bedrijfseconomische belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI.

7. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester de belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI onvoldoende heeft onderzocht en meegewogen bij het besluit van 26 oktober 2023. Hiervoor is van betekenis dat [bedrijf] al op 17 oktober 2023 melding had gemaakt van de op het terrein gevestigde huurders. Dit had gelet op artikel 3:2 van de Awb voor de burgemeester aanleiding moeten zijn om onderzoek te doen naar de situatie en de belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI. Dat heeft zij niet gedaan. Door het gebrek aan inzicht in de belangen van [wederpartij sub 1] en SHEI, kon de burgemeester niet concluderen dat [wederpartij sub 1] en SHEI niet in hun belangen zijn geschaad. Er was ook geen grond voor de gelijkschakeling van hun belangen aan die van [bedrijf]. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat het besluit van 8 mei 2024 een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek heeft.

7.1. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

8. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

9. De burgemeester moet de proceskosten van [wederpartij sub 1] en SHEI vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de burgemeester van Rotterdam tot vergoeding van bij [wederpartij sub 1] en Sledge Hammer Engineering International B.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;

III. bepaalt dat van de burgemeester van Rotterdam een griffierecht van € 579,00 wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzitter, en mr. C.H. Bangma en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.

w.g. Verburg

voorzitter

w.g. De Vink

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026

154-1197

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. D.A. Verburg
  • mr. C.H. Bangma
  • mr. M.J.M. Ristra-Peeters

Griffier

  • mr. P.A. de Vink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand