ECLI:NL:RVS:2026:5919

ECLI:NL:RVS:2026:5919

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer 202504260/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [wederpartij] heeft op 30 maart 2023 bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds ingediend. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij geboren is uit incestueus seksueel misbruik van zijn (destijds) minderjarige moeder door haar vader. Zijn biologische vader is dus ook zijn grootvader en de biologische vader van zijn moeder. Zowel [wederpartij] als zijn moeder hebben een leven vol psychische problemen hieraan overgehouden. De CSG heeft bij besluit van 7 september 2023, gehandhaafd bij besluit van 7 december 2023, de aanvraag afgewezen, omdat het seksueel misbruik van de moeder van [wederpartij] niet aangemerkt kan worden als een tegen [wederpartij] opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven voorziet volgens de CSG niet in recht op financiële compensatie voor een ongeboren kind. Ook kan [wederpartij] niet als waarnemer van het seksueel misbruik van zijn moeder worden aangemerkt, omdat hij niet vanuit eigen waarneming en/of herinnering kan verklaren wat zijn moeder is overkomen.

Uitspraak

202504260/1/A2.

Datum uitspraak: 7 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 juni 2025 in zaak nr. 24/188 in het geding tussen:

[wederpartij],

en

de CSG.

Procesverloop

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de CSG de aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen.

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de CSG het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 juni 2025 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 7 december 2023 vernietigd en de CSG opgedragen binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [wederpartij] met inachtneming van haar uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de CSG hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de CSG het bezwaar van [wederpartij] gegrond verklaard en aan hem een uitkering van € 20.000 uit het Schadefonds, behorend bij letselcategorie 5, toegekend.

[wederpartij] heeft gronden ingediend tegen het besluit van 23 september 2025.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 9 juni 2026, waar de CSG, vertegenwoordigd door mr. Y. Pieters en mr. M.F.M. de Groot, bijgestaan door mr. J. Perenboom, advocaat in Den Haag, en [wederpartij], bijgestaan door mr. E.E.M. Bezem, advocaat in Amsterdam, zijn verschenen.

Overwegingen

1. [wederpartij] heeft op 30 maart 2023 bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds ingediend. Hij heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij geboren is uit incestueus seksueel misbruik van zijn (destijds) minderjarige moeder door haar vader. Zijn biologische vader is dus ook zijn grootvader en de biologische vader van zijn moeder. Zowel [wederpartij] als zijn moeder hebben een leven vol psychische problemen hieraan overgehouden.

2. De CSG heeft bij besluit van 7 september 2023, gehandhaafd bij besluit van 7 december 2023, de aanvraag afgewezen, omdat het seksueel misbruik van de moeder van [wederpartij] niet aangemerkt kan worden als een tegen [wederpartij] opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg) voorziet volgens de CSG niet in recht op financiële compensatie voor een ongeboren kind. Ook kan [wederpartij] niet als waarnemer van het seksueel misbruik van zijn moeder worden aangemerkt, omdat hij niet vanuit eigen waarneming en/of herinnering kan verklaren wat zijn moeder is overkomen. [wederpartij] komt evenmin als naaste van een slachtoffer voor een uitkering in aanmerking, omdat het opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijf vóór 1 januari 2019 heeft plaatsgevonden en de wet die mogelijkheid toen nog niet bood.

Uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het geestelijk letsel dat [wederpartij] heeft opgelopen zodanig verband houdt met het gepleegde geweldsmisdrijf, dat ook hij als (direct) slachtoffer kan worden aangemerkt als bedoeld in artikel 3 van de Wsg, ook al is het geweldsmisdrijf (sec) tegen zijn moeder begaan. Daartoe heeft zij overwogen dat de aard en de ernst van de normschending in dit geval meebrengen dat de in dit verband relevante gevolgen voor [wederpartij] zodanig voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon, veroorzaakt door het geweldsmisdrijf, kan worden aangenomen. [wederpartij] is voortgekomen uit het misbruik van zijn moeder door haar vader/zijn grootvader. Zijn vader/grootvader heeft door het misbruik zijn minderjarige dochter zwanger gemaakt en het ligt voor de hand dat een kind dat uit deze situatie wordt geboren en in deze situatie opgroeit hierdoor ernstige psychische schade oploopt. Daarmee is er een rechtstreeks verband tussen het geweldsmisdrijf en de geestelijke schade.

Hoger beroep van de CSG

4. De CSG betoogt dat de rechtbank de afbakening van het slachtofferbegrip - en daarmee de kring van uitkeringsgerechtigden bij het Schadefonds - heeft miskend. Volgens haar komen op grond van artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wsg alleen personen die rechtstreeks slachtoffer zijn geworden van een misdrijf voor een tegemoetkoming in aanmerking. Daarbij verwijst zij naar de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling, waarin de benadeelde werd aangemerkt als "de natuurlijke persoon die rechtstreeks door het strafbare feit is getroffen." Daarmee sluit het begrip aan bij het slachtofferbegrip uit artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering en artikel 1 van Richtlijn 2012/29/EU. Daarnaast wijst de CSG erop dat ook in het civiele recht geldt dat een veroorzaker van letsel- en overlijdensschade alleen gehouden is de schade te vergoeden van degene die rechtstreeks door de onrechtmatige daad letsel heeft opgelopen, tenzij is voorzien in een uitdrukkelijke wettelijke grondslag voor vergoeding van de schade van anderen. Volgens de CSG kan [wederpartij] niet worden aangemerkt als rechtstreeks slachtoffer, omdat hij op het moment van het strafbare feit nog niet bestond, ook niet als ongeboren kind. Hij is juist als gevolg van dat strafbare feit verwekt. Verder lijkt de rechtbank volgens de CSG te beoordelen of immateriële schade kan worden aangenomen en niet of [wederpartij] slachtoffer is van het opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, waarmee de rechtbank een stap lijkt over te slaan. Tot slot zou een andere uitleg in dit geval betekenen dat kinderen ook aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming uit het Schadefonds vanwege andersoortige strafbare feiten die (al dan niet kort) vóór hun verwekking zijn gepleegd jegens hun ouders, wanneer dat doorwerkt en de kinderen daarvan uiteindelijk schade ondervinden.

Beoordeling van het hoger beroep

5. Niet in geschil is dat [wederpartij] ernstig geestelijk letsel heeft bekomen doordat hij is verwekt als gevolg van het incestueuze seksuele misbruik van zijn moeder door haar vader. Ter beoordeling ligt de vraag voor of [wederpartij], die als gevolg van dat seksuele misbruik is verwekt, zelfstandig aanspraak maakt op een tegemoetkoming uit het Schadefonds.

5.1. De Afdeling stelt voorop dat de Wsg in principe leidend is bij de beantwoording van de vraag of een aanvrager aanspraak heeft op een tegemoetkoming uit het Schadefonds en niet de uitleg die aan het slachtofferbegrip in andere regelgeving wordt gegeven of de gevallen waarin een derde in aanmerking komt voor schadevergoeding op grond van het civiele recht. In artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wsg is bepaald dat uitkering kan worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf dan wel schuldverkrachting of schuldaanranding, ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen. Weliswaar wordt in artikel 1 van de Wsg de benadeelde gedefinieerd als het slachtoffer, onderscheidenlijk de nabestaande, door of namens wie een aanvraag om een uitkering bij de CSG is ingediend, maar artikel 3, eerste lid, sub a, van de Wsg kent geen personele beperking.

5.2. Vaststaat dat [wederpartij] rechtstreeks is verwekt als gevolg van het seksuele misbruik van zijn moeder door haar vader. Zijn bestaan is niet slechts feitelijk, maar ook causaal onlosmakelijk verbonden met het misdrijf waarvan zijn moeder slachtoffer is geworden. Zonder dat misbruik zou hij, in zijn concrete persoon en identiteit, niet zijn ontstaan.

5.3. Verder wordt [wederpartij] als gevolg hiervan geconfronteerd met zelfstandige en voortdurende gevolgen. [wederpartij] wordt door de wijze van zijn verwekking geraakt in zijn psychische integriteit en identiteitsontwikkeling, belangen die worden beschermd door artikel 8 van het EVRM. Deze gevolgen kunnen niet worden aangemerkt als uitsluitend afgeleid leed dat voortvloeit uit de positie van zijn moeder. Zij raken [wederpartij] persoonlijk en treffen hem rechtstreeks in de kern van zijn eigen bestaan en identiteitsontwikkeling. Hierbij is in het bijzonder ook van belang dat de afstamming van [wederpartij] als kind van zijn grootvader op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in het geheel niet mag bestaan.

5.4. Weliswaar is de (slachtoffer)positie van [wederpartij] en zijn moeder verschillend, maar de aard van het gepleegde misdrijf maken het voor de hand liggend dat niet enkel de moeder van [wederpartij] rechtstreeks letsel ondervindt ten gevolge van het misdrijf, maar ook [wederpartij] zelf. Een kind dat wordt geboren uit incestueus seksueel misbruik, wordt door dit misdrijf direct aangetast in zijn recht op psychische integriteit en identiteitsontwikkeling. Dat het hieruit voortvloeiende geestelijke letsel zich pas kan voordoen na de geboorte van het kind, maakt niet dat er geen voldoende verband bestaat tussen het misdrijf en het letsel om te kunnen aannemen dat het kind door het misdrijf rechtstreeks letsel heeft opgelopen.

5.5. De Afdeling verwijst hierbij ook naar het overzichtsarrest over de vordering benadeelde partij van de Hoge Raad van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, onder 2.3.1. Daaruit volgt dat een benadeelde partij in het strafproces vergoeding kan vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden, indien tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Daarbij is niet vereist dat de benadeelde partij is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd. De verwijzing van de CSG naar het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885, over de Amsterdamse zedenzaak leidt dan ook niet tot een ander oordeel. Evenmin doet het standpunt van de CSG over het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3408, dat.

5.6. De Afdeling is dus met de rechtbank van oordeel dat [wederpartij] ten gevolge van het seksuele misbruik van zijn moeder door haar vader ernstig geestelijk letsel heeft bekomen en aanspraak heeft op een uitkering uit het Schadefonds.

5.7. Het betoog slaagt niet.

Tussenconclusie hoger beroep CSG

6. Het hoger beroep van de CSG is ongegrond.

Besluit van 23 september 2025

7. Het besluit van 23 september 2025 wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van die wet, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.

8. Op 23 september 2025 heeft de CSG besloten om aan [wederpartij] een tegemoetkoming van € 20.000,00 uit het Schadefonds, behorend bij letselcategorie 5, toe te kennen. Omdat de CSG geen wettelijke basis ziet voor de opdracht van de rechtbank, heeft zij de aannemelijkheid van het slachtofferschap beoordeeld op een andere manier dan de rechtbank heeft opgedragen. Op basis van nieuwe in beroep overgelegde informatie vindt zij het aannemelijk dat [wederpartij] slachtoffer is geworden van (het waarnemen van) stelselmatig huiselijk geweld in de eerste vijf jaar van zijn leven.

9. Voor de hoogte van de tegemoetkoming heeft de CSG advies gevraagd aan een medisch deskundige. Die heeft geconcludeerd dat er sprake is van zeer ernstige, langdurig bestaande psychische problematiek. Behandelingen slaan onvoldoende aan en worden gehinderd door het onderliggend lijden. Omdat de problematiek langdurig aanwezig is en moeilijk behandelbaar blijkt, is het aannemelijk dat deze problematiek in ieder geval in grote mate blijvend is. Het onvermogen om deel te nemen aan het normale leven en de arbeidsmarkt in combinatie met de noodzaak tot ondersteuning en behandeling maakt dat er ook sprake is van gedeeltelijke afhankelijkheid. Er is geen informatie beschikbaar waaruit blijkt dat er sprake is van volledige blijvende afhankelijkheid. Volledige blijvende afhankelijkheid is de meest ernstige vorm van psychisch letsel. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet blijken dat betrokkene voor de rest van zijn leven in een GGZ-instelling zal moeten verblijven en afhankelijk zal blijven van 24-uurs toezicht en ondersteuning. Er is geen informatie ontvangen waaruit dat blijkt. Alles overwegend komt dit letsel in aanmerking voor letselcategorie 5 op basis van blijvende gedeeltelijke afhankelijkheid, ondanks langdurige behandelingen, aldus de medisch deskundige.

10. [wederpartij] betoogt dat de CSG, in strijd met de uitspraak van de rechtbank, hem in het besluit niet heeft aangemerkt als slachtoffer van het incestueuze misbruik van zijn moeder door haar vader/zijn grootvader. Daarnaast betoogt [wederpartij] dat hem ten onrechte geen tegemoetkoming behorend bij letselcategorie 6 is toegekend. Volgens hem is het advies van de medisch deskundige onzorgvuldig. Daarbij wijst hij erop dat uit de letsellijst niet volgt dat voor een tegemoetkoming in letselcategorie 6 vereist is dat hij de rest van zijn leven in een GGZ-instelling onder 24-uurs toezicht moet blijven. In zijn geval is er zodanig langdurige afhankelijkheid van ondersteuning en zodanig intensieve ondersteuning, dat er sprake is van afhankelijkheid, zoals bedoeld bij letselcategorie 6 in de letsellijst.

Beoordelingskader Wsg

11. De CSG heeft bij het nemen van beslissingen op verzoeken om een uitkering als bedoeld in artikel 3 van de Wsg beslissingsruimte en heeft die ruimte ingevuld met beleid. Dit beleid is neergelegd in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven en de Letsellijst. In de hier toepasselijke Letsellijst van 1 november 2024 is onderscheid gemaakt tussen fysiek letsel (hoofdstuk 1) en psychisch letsel (hoofdstuk 2).

12. In dit geval gaat het om psychisch letsel, waarbij een beoordeling plaatsvindt op basis van de medische informatie. In hoofdstuk 2B zijn de uitgangspunten opgenomen voor de indeling van het letsel in een categorie.

13. De uitgangspunten voor een uitkering in letselcategorie 5 zijn: diagnose door een hulpverlener die bevoegd en bekwaam is om een diagnose te stellen ten aanzien van psychisch letsel en behandeltrajecten gedurende vele (minimaal meer dan 5) jaren die hebben geleid tot blijvende gedeeltelijke afhankelijkheid.

14. De uitgangspunten voor een uitkering in letselcategorie 6 zijn: diagnose door een hulpverlener die bevoegd en bekwaam is om een diagnose te stellen ten aanzien van psychisch letsel en de aanwezigheid van behandeltrajecten gedurende vele (minimaal meer dan 5) jaren die leiden tot volledige en blijvende afhankelijkheid.

15. Volgens de toelichting bij de Letsellijst moet het bij afhankelijkheid gaan om afhankelijkheid bij algemene dagelijkse activiteiten. Algemene dagelijkse activiteiten zijn de dagelijks terugkerende basisverrichtingen op verschillende leefgebieden die passen bij een zelfstandig bestaan. Het Schadefonds beoordeelt het verminderd vermogen van een persoon om zelfstandig deel te nemen aan het dagelijks leven, veroorzaakt door de gevolgen van het gewelds- of zedenmisdrijf. Behalve de algemene dagelijkse activiteiten gaat het er ook om of iemand sociale contacten kan onderhouden. De afhankelijkheid kan worden aangetoond met bijvoorbeeld relevante beschikkingen van de WMO of het UWV. Bij alleen arbeidsongeschiktheid is er geen sprake van volledige afhankelijkheid.

16. Aan de CSG komt beleidsruimte toe bij de vaststelling van letselcategorieën en de bijbehorende uitkeringen en beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag binnen welke categorie het letsel valt.

Toepassing

17. De Afdeling stelt voorop dat het bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten.

Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs.

Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat [wederpartij] over het advies heeft aangevoerd.

17.1. De Afdeling stelt vast dat de CSG geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. In het besluit heeft de CSG een tegemoetkoming uit het Schadefonds aan [wederpartij] toegekend, omdat hij waarnemer is van stelselmatig huiselijk geweld tegen zijn moeder. De CSG heeft de tegemoetkoming niet toegekend, omdat, zoals uit de uitspraak van de rechtbank valt af te leiden, hij zelfstandig ernstig geestelijk letsel heeft bekomen ten gevolge van het opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijf door zijn grootvader/vader. Alleen al hierom komt het besluit voor vernietiging in aanmerking komt.

17.2. Verder staat vast dat bij [wederpartij] ernstig psychisch letsel is vastgesteld en dat er behandeltrajecten zijn gedurende vele jaren. Sinds zijn zesde levensjaar heeft hij al therapie. Ook volgt uit het medisch advies dat het psychisch letsel in grote mate blijvend is en dat er sprake is van gedeeltelijke afhankelijkheid. Daarbij heeft de medisch adviseur gewezen op het onvermogen om deel te nemen aan het normale leven en de arbeidsmarkt in combinatie met de noodzaak tot ondersteuning en behandeling. [wederpartij] is al sinds hij de leeftijd heeft bereikt om deel te nemen aan de arbeidsmarkt, en daarmee al 18 jaar, voor 100% arbeidsongeschikt.

17.3. Volgens de medisch adviseur is geen sprake van volledige afhankelijkheid, omdat [wederpartij] niet voor de rest van zijn leven verblijft in een GGZ-instelling met 24-uurs toezicht en ondersteuning. Uit het medische advies blijkt echter niet dat is meegewogen of een situatie zich voordoet die vergelijkbaar is aan levenslange opname in een GGZ-instelling met 24-uurs toezicht. De zorg is immers niet zodanig ingericht, dat [wederpartij] zich kan melden bij de huisarts, een verwijzing krijgt voor 24-uursopname in een GGZ-instelling en vervolgens voor altijd wordt opgenomen. Bovendien volgt ook niet uit het medisch advies dat is meegewogen dat [wederpartij] tot op heden geen passende behandeling heeft gevonden. Daarbij komt dat [wederpartij] erop heeft gewezen dat weinig wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar zijn situatie en dat het hoogst onzeker is of hij daarom überhaupt een behandeling vindt die aanslaat. Inmiddels heeft het expertisecentrum euthanasie ook vastgesteld dat er een weloverwogen euthanasiewens is vanwege ondraaglijk lijden door zijn geestelijk letsel. De CSG mocht daarom niet zonder meer afgaan op het medisch advies. In zoverre komt het besluit ook voor vernietiging in aanmerking wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.

17.4. Het betoog slaagt.

Tussenconclusie

18. Het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 23 september 2025 is gegrond.

Conclusie

19. Het hoger beroep van de CSG is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

20. Het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 23 september 2025 is gegrond. De Afdeling zal dit besluit vernietigen, omdat het in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb niet zorgvuldig is voorbereid en niet toereikend is gemotiveerd.

Alleen beroep bij de Afdeling

21. Ter bevordering van een spoedige afdoening van het geschil zal de Afdeling met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb bepalen dat tegen het nieuwe besluit slechts bij haar beroep kan worden ingesteld.

Proceskosten

22. De CSG moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. verklaart het beroep tegen het besluit van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven van 23 september 2025 gegrond;

III. vernietigt dat besluit;

IV. draagt de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven op om binnen twaalf weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen;

V. bepaalt dat tegen het door de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven nieuw te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;

VI. veroordeelt de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. bepaalt dat van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een griffierecht van € 579,00 wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J.F. de Groot en mr. J. Luijendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Kouidar, griffier.

w.g. Hoekstra

voorzitter

w.g. Kouidar

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026

1120

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J. Hoekstra
  • mr. J.F. de Groot
  • mr. J. Luijendijk

Griffier

  • mr. C. Kouidar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand