ECLI:NL:RVS:2026:5930

ECLI:NL:RVS:2026:5930

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer 202502163/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] om herstel van gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) op grond van artikel 7t van de Kadasterwet (Kw) afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Luyksgestel (het perceel). De kadastrale aanduiding van het perceel is Lukysgestel F 309. Er heeft een meting van het perceel plaatsgevonden waarvan de resultaten zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 53 (hierna: brondocument F 53), dat op 15 december 1978 in de BRK is ingeschreven. In het relaas van bevindingen F 53 is vastgelegd dat de achtergrens van het perceel 17,14 meter bedraagt. Deze gegevens zijn opgenomen in de BRK. Op 13 januari 2023 heeft er op verzoek van [appellant] een grensreconstructie plaatsgevonden, die is vastgelegd in het relaas van bevindingen F 508. Naar aanleiding van een klacht van [appellant] hierover heeft er op 17 december 2023 opnieuw een grensreconstructie plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 517.

Uitspraak

202502163/1/A3.

Datum uitspraak: 7 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Luyksgestel, gemeente Bergeijk,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 6 maart 2025 in zaak nr. 24/2894 in het geding tussen:

[appellant]

en

de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers.

Procesverloop

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de bewaarder het verzoek van [appellant] om herstel van gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) op grond van artikel 7t van de Kadasterwet (Kw) afgewezen.

Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de bewaarder het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De bewaarder heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 1 juli 2026, waar [appellant] digitaal heeft deelgenomen en de bewaarder mr. P. Schamp is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Luyksgestel (het perceel). De kadastrale aanduiding van het perceel is Lukysgestel F 309. Er heeft een meting van het perceel plaatsgevonden waarvan de resultaten zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 53 (hierna: brondocument F 53), dat op 15 december 1978 in de BRK is ingeschreven. In het relaas van bevindingen F 53 is vastgelegd dat de achtergrens van het perceel 17,14 meter bedraagt. Deze gegevens zijn opgenomen in de BRK.

Op 13 januari 2023 heeft er op verzoek van [appellant] een grensreconstructie plaatsgevonden, die is vastgelegd in het relaas van bevindingen F 508. Naar aanleiding van een klacht van [appellant] hierover heeft er op 17 december 2023 opnieuw een grensreconstructie plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn vastgelegd in het relaas van bevindingen F 517.

[appellant] heeft daarna een verzoek tot herstel op grond van artikel 7t van de Kw ingediend. Hij stelt dat de registratie in de BRK onjuist is. Hij wijst daarbij op een document dat hij ‘brondocument F 309’ noemt. De bewaarder heeft het verzoek van [appellant] om herstel afgewezen, omdat het brondocument F 53 overeenkomt met wat er in de BRK staat. Er is daarom geen sprake van een kennelijke misslag en dus geen grond voor herstel. In bezwaar heeft de bewaarder dit standpunt gehandhaafd.

Relevante wet- en regelgeving

2. De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van de uitspraak.

Uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank heeft vastgesteld dat het brondocument F 53 hetzelfde is als document ‘Veldwerk F53’ van 15 december 1978 en dat brondocument F 53 het relevante brondocument is voor de bijwerking van de BRK. De gegevens in dat document staan volgens de rechtbank in rechte vast, omdat [appellant] tegen de kennisgeving van de bijwerking van de gegevens in de BRK destijds geen bezwaar heeft gemaakt. Er hebben nadien op verzoek van [appellant] twee grensreconstructies plaatsgevonden, waarbij de achtergrens van het perceel is ingemeten op 17,14 meter. De rechtbank oordeelt dat dit overeenkomt met de lengte die vermeld is in het brondocument en dat de gegevens in de BRK overeenkomen met de gegevens uit het brondocument. Daarom mag ervanuit worden gegaan dat de grensreconstructies op juiste wijze en conform brondocument F 53 zijn uitgevoerd. Het is dan aan [appellant] het tegendeel aannemelijk te maken. Dat heeft [appellant] niet gedaan. De rechtbank volgt [appellant] niet in zijn stelling dat er sprake is geweest van een misslag en heeft geoordeeld dat de bewaarder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het voorliggende verzoek om herstel niet kon worden ingewilligd.

Hoger beroep

4. [appellant] stelt zich op het standpunt dat het ‘Relaas van Bevindingen F 53’ ten onrechte is aangemerkt als brondocument en dat het ook geen onderdeel vormt van het brondocument F 53. Volgens hem is het juiste brondocument het document genaamd ‘Luyksgestel sectie F nr. 309’, waarin een correctie is opgenomen die niet in ‘Relaas van Bevindingen F 53’ staat. [appellant] stelt daarnaast dat de metingen die zijn vastgelegd in de relazen van bevindingen F 508 en F 517 op onjuiste wijze zijn verricht. Verder stelt hij dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er bezwaar had kunnen worden gemaakt tegen het relaas van bevindingen F 53, omdat dit alleen meetgegevens bevat en waartegen formeel gezien helemaal geen bezwaar kan worden gemaakt.

Beoordeling hoger beroep

5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3392, kan uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7t van de Kw (Kamerstukken II 2005/06, 30 544, nr. 3, blz. 18 en 20) worden afgeleid dat met dit artikel is beoogd een regeling te bieden voor het op verzoek van een belanghebbende herstellen van een misslag. Een verzoek tot herstel kan gericht zijn tegen het feit dat de bijwerking zelf onjuist of onvolledig is geschied omdat de bijwerking niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het resultaat, zoals vermeld in de kennisgeving. Het verzoek kan niet gericht zijn tegen het resultaat van de bijwerking, dat aan de belanghebbende is medegedeeld.

6. De Afdeling stelt vast dat de gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zo goed als een herhaling zijn van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 14 tot 14.8 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daar nog het volgende aan toe.

7. [appellant] heeft op zitting bevestigd dat het document dat hij ‘Luyksgestel sectie F nr. 309’ noemt een uitsnede is van het relaas van bevindingen F 53. Niet in geschil is ook dat de gegevens zoals vermeld in het brondocument F 53, overeenkomen met de gegevens die zijn opgenomen in de BRK. Dat [appellant] het niet eens is met de inhoud van het relaas van bevindingen F 53, omdat volgens hem van een andere nadien uitgevoerde meting had moeten worden uitgegaan, kan in deze procedure niet aan de orde komen. Als, zoals hij stelt, destijds het relaas van bevindingen door de landmeter, ten onrechte niet is aangepast aan de metingen die kort daarvoor nog volgens hem zijn uitgevoerd en volgens hem vermeld in het door hem genoemde document F 309, dan had hij daartegen kunnen en moeten opkomen ten tijde van de bijwerking in het BRK. Hij had destijds namelijk bezwaar tegen die bijwerking kunnen maken en kunnen wijzen op eventuele andere meetresultaten die volgens hem bij die bijwerking hadden moeten worden betrokken. Dat heeft hij niet gedaan. De luchtfoto die [appellant] heeft ingebracht maakt dit oordeel niet anders.

8. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

9. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

10. De bewaarder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.

w.g. Lange

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bossmann

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026

314-1199

Bijlage

Relevante wet- en regelgeving

Artikel 7t van de Kw

1. Indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, […], kan die belanghebbende onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van dat gegeven in de basisregistratie kadaster doen. […].

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.W.M.J. Bossmann

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand