202403518/1/A3.
Datum uitspraak: 14 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Archimede Holding B.V., gevestigd in Susteren, gemeente Echt-Susteren,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 26 april 2024 in zaak nr. 24/102 in het geding tussen:
Archimede Holding
en
de burgemeester van Heerlen.
Procesverloop
Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de burgemeester besloten het bedrijfspand en de daarbij behorende loods aan Uterweg 123 in Heerlen te sluiten voor de duur van zes maanden.
Bij besluit van 7 december 2023 heeft de burgemeester het door Archimede Holding daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 april 2024 heeft de rechtbank het door Archimede Holding daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Archimede Holding hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Archimede Holding heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 1 juni 2026, waar Archimede Holding, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. S.J.H.G.M. Schils, advocaat in Urmond, en de burgemeester, vertegenwoordigd door J.P.H.M. Quaedvlieg, zijn verschenen.
Overwegingen
Wettelijk kader
1. Het toepasselijke wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Inleiding
2. Trinacria Trading B.V. exploiteert aan Uterweg 123 in Heerlen een winkel in tuin- en bouwmarktproducten, een bloemenwinkel en een pakkettenservicepunt. Goederen zijn ook via de website www.all4plants.com te bestellen. Archimede Real Estate B.V. is eigenaresse van het perceel. Archimede Holding is de bestuurder en enig aandeelhouder van zowel Trinacria Trading, als van Archimede Real Estate. Op 25 mei 2023 is in het bedrijfspand een bestuurlijke controle uitgevoerd. Bij deze controle werden veel goederen aangetroffen die gebruikt (kunnen) worden bij de teelt van hennep. Daarop is de politie gevraagd ter plaatse te komen. De politie heeft onderzoek verricht en naar aanleiding daarvan de bestuurlijke rapportage van 30 juni 2023 opgesteld. In de bestuurlijke rapportage staat dat het vermoeden is ontstaan dat [gemachtigde], die bestuurder en enig aandeelhouder is van Archimede Holding is, wist dan wel op zijn minst ernstige redenen had om te vermoeden dat de te koop aangeboden en voorhanden zijnde voorwerpen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepteelt. Daarmee bestaat de verdenking dat artikel 11a van de Opiumwet is overtreden.
Besluitvorming
3. De burgemeester heeft bij het besluit van 31 juli 2023 op basis van de bestuurlijke rapportage gelast het bedrijfspand voor de duur van zes maanden te sluiten en gesloten te houden. Hij heeft die sluiting gebaseerd op artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, in samenhang gelezen met artikel 11a van de Opiumwet en op het Damoclesbeleid Heerlen (Gemeenteblad 2019, nr. 304932). Van 27 september 2023 tot en met 26 maart 2024 is het bedrijfspand feitelijk gesloten geweest. De burgemeester heeft zijn sluitingsbesluit in heroverweging ongewijzigd gehandhaafd.
Uitspraak van de rechtbank
4. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Hoger beroep
Schending onschuldpresumptie
5. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep op de onschuldpresumptie die is neergelegd in artikel 6, tweede lid, van het EVRM, gelet op het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 16 juni 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1867, niet slaagt. [gemachtigde] is niet vervolgd voor de feiten die aan de onderhavige sluiting ten grondslag liggen. Die feiten betreffen namelijk de situatie op 25 mei 2023. Daarnaast is de bewijslast in het bestuursrecht minder streng dan in het strafrecht. De feitelijke situatie in het pand en de voorwerpen en stoffen die daar zijn aangetroffen, vereisen een bestuurlijke beoordeling, aldus de rechtbank.
5.1. Archimede Holding betoogt dat de besluitvorming van de burgemeester in strijd is met de onschuldpresumptie. In het in overweging 5 genoemde arrest van 16 juni 2020 is het Gerechtshof wat betreft overtreding van artikel 11a van de Opiumwet tot een vrijspraak is gekomen. De bestuursrechtelijke besluitvorming is geënt op hetzelfde artikel van de Opiumwet en het onderzoek heeft op dezelfde wijze plaatsgevonden als door het Openbaar Ministerie in de strafrechtelijke zaak. Het feitencomplex en het bewijs in de voorliggende bestuursrechtkwestie zijn precies hetzelfde in de strafzaak van destijds. Archimede Holding wijst ter ondersteuning van haar betoog op het arrest van het EHRM van 23 oktober 2014 in de zaak Tadeu tegen Portugal, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD002778510, en het arrest van de Hoge Raad van 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958.
5.2. Voor de beoordeling van dit betoog gaat de Afdeling uit van wat over de onschuldpresumptie is overwogen in haar uitspraak van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1958, r.o. 6.1.
Het arrest van het Gerechtshof gaat over op 29 april 2015 in het winkelpand van Trinacria Trading aangetroffen goederen. [gemachtigde] werd in die zaak verweten dat hij artikel 11a van de Opiumwet had overtreden. Het Gerechtshof heeft [gemachtigde] daarvan vrijgesproken. Naar het oordeel van de Afdeling bestaat er in dit geval geen samenhang tussen de strafrechtelijke en de bestuursrechtelijke procedure. De tenlastelegging waarvan het Gerechtshof [gemachtigde] heeft vrijgesproken, is gebaseerd op andere feiten dan de feiten die hebben geleid tot het sluitingsbesluit van 31 juli 2023. Dat besluit is namelijk gebaseerd op feiten die op 25 mei 2023 zijn geconstateerd. Archimede Holding heeft niet aannemelijk gemaakt dat het om dezelfde voorwerpen en dezelfde aantallen gaat als in het arrest aan de orde waren. Daarnaast acht de Afdeling van belang dat een strafrechtelijke veroordeling voor het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen moet steunen op wettig en overtuigend bewijs dat betrekking heeft op de persoon van de veroordeelde. De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester ingevolge artikel 13b van de Opiumwet heeft betrekking op de feitelijke situatie in het pand en de voorwerpen en stoffen die daar zijn aangetroffen en vereist een bestuurlijke beoordeling. Omdat voor het sluiten van het pand niet is vereist dat schuld wordt vastgesteld, is ook geen sprake van het schenden van de onschuldpresumptie. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen.
Het betoog slaagt niet.
Bevoegdheid
6. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was het bedrijfspand te sluiten. De burgemeester kon redelijkerwijs aannemen dat de in het bedrijfspand voorhanden voorwerpen gebruikt zouden worden om strafbare voorbereidingshandelingen te plegen en dat die bestemd waren voor het beroeps- of bedrijfsmatig (grootschalig) opzetten van een hennepplantage. Er waren zeer veel professionaliteitsindicatoren zoals benoemd in de Aanwijzing Opiumwet aanwezig. Zo zijn er grote aantallen (planten)voedingsmiddelen aangetroffen. Van de aangetroffen merken en hoeveelheden - te weten: de merken Aptus, Ata, Atami, BAC, Canna, Ferro, Hesi, Hortifit, Hy-Pro en Plagron, in hoeveelheden van onder andere 5 en 10 liter - is de verbalisanten ambtshalve bekend dat die bij de illegale hennepteelt worden gebruikt en dat zij niet worden aangeboden bij reguliere tuincentra. Daarnaast zijn kweektenten, droognetten, droogrekken, sealbags, weegschalen, geurbestrijdingsmiddelen, geldtelmachines en geldteststiften aangetroffen.
6.1. Archimede Holding stelt dat uit de bestuurlijke rapportage niet naar voren komt dat zij meer dan 5.000 tuinhandelgerelateerde producten verkoopt. Slechts een heel klein deel daarvan kan ook worden gebruikt voor de grootschalige illegale hennepteelt. Een en ander zou betekenen dat de desbetreffende producten ook bij de bekende bouwmarkten en tuincentra uit het assortiment verwijderd moeten worden. Over de aangetroffen geldteststiften stelt Archimede Holding dat zij niet werden verkocht, maar voor eigen gebruik in de winkel aanwezig waren. Archimede Holding voert verder aan dat er ten onrechte geen onderscheid wordt gemaakt tussen illegale en legale grootschalige hennepteelt. Eén van haar klanten is de firma Aardachtig B.V. in Almere. Dit is een teler die in het kader van het zogenoemde Experiment gesloten coffeeshopketen (wietexperiment) is aangewezen om hennep of hasjiesj te telen. De rechtbank heeft niet onderkend dat de besluitvorming hierover gebrekkig is.
6.2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat in het bedrijfspand voorwerpen aanwezig waren die bestemd waren voor het beroeps- of bedrijfsmatig (grootschalig) opzetten van een hennepplantage. Dat wat Archimede Holding aanvoert over de aangetroffen geldteststiften weerlegt niet dat aan 11 van de 12 (hoge) professionaliteitsindicatoren uit de Aanwijzing Opiumwet werd voldaan. Archimede Holding heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar assortiment qua aard en samenstelling vergelijkbaar is met dat van tuincentra of bouwmarkten. Zij heeft de aanwezigheid van de aangetroffen merken groeimiddelen, met grote volumes per verpakking die volgens de burgemeester bij grootschalige kwekerijen worden gebruikt, niet betwist. Ook heeft de burgemeester genoegzaam toegelicht dat het soort belichting dat is aangetroffen, afwijkt van wat in tuincentra of bouwmarkten wordt aangeboden. De burgemeester heeft op de zitting toegelicht dat het bedrijfspand te klein is om het aantal van 5.000 producten fysiek aan te bieden, terwijl daar juist wel de voor de hennepteelt bestemde producten aanwezig waren.
De Afdeling overweegt, de rechtsgronden aanvullend, dat Archimede Holding een beroep doet op artikel 3 van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen die op 1 juli 2020 in werking is getreden. In het tweede lid daarvan staat dat artikel 13b van de Opiumwet niet van toepassing is, voor zover de in het eerste lid van dat artikel genoemde handelingen worden verricht in het kader van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment. Niet in geschil is dat de door Archimede Holding genoemde klant een aangewezen teler is voor het wietexperiment. Maar Archimede Holding heeft niet toegelicht wanneer deze klant de aanwijzing als teler in gebruik heeft genomen en of de al op 25 mei 2023 voorhanden voorwerpen voor hennepteelt voor deze teler bestemd waren. Hierbij is van belang dat de aanloopfase van het experiment pas op 15 december 2023 is gestart en Archimede Holding slechts facturen heeft overgelegd over de periode van 21 december 2023 tot 20 juni 2024, overigens deels toen het pand gesloten was. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat sprake was van ‘handelingen in het kader van de voorbereiding van het experiment’. De uitzondering in de Wet experiment gesloten coffeeshops deed zich dan ook niet voor. De burgemeester was dan ook bevoegd het bedrijfspand te sluiten.
Het betoog slaagt niet.
Damoclesbeleid onevenredig (exceptieve toetsing)
7. De rechtbank heeft het Damoclesbeleid niet onevenredig geacht op het punt van de gelijkstelling van een situatie waarin goederen worden aangetroffen die strafbaar zijn onder artikel 11a van de Opiumwet aan de situatie waarin daadwerkelijk drugs worden aangetroffen. In beide gevallen vervult het lokaal volgens de rechtbank een belangrijke rol in de keten van drugscriminaliteit.
7.1. Archimede Holding betoogt dat de tabel 'Lokaal' in het Damoclesbeleid middels een exceptieve toets buiten beschouwing moeten worden gelaten, omdat dit onderdeel in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Een lokaal zoals in dit geval aan de orde, te weten: een reguliere winkel met diverse functies zoals een bloemisterij en een DHL-servicepunt, wordt bij een eerste constatering direct zes maanden gesloten. Het Damoclesbeleid differentieert ten onrechte niet tussen een winkel die goederen verkoopt die gebruikt kunnen worden bij de grootschalige en bedrijfsmatige hennepteelt en een lokaal waar daadwerkelijk goederen gestald zijn om grootschalige en bedrijfsmatige hennepteelt ter plaatse mogelijk te maken. In haar winkel werd geen hennep geteeld of drugs geproduceerd, aldus Achimede Holding.
7.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in haar uitspraak van 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2523), is het op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet niet nodig dat alle aangetroffen voorwerpen tegelijk geschikt zijn om een volledige beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepplantage op te zetten. Voldoende is dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de betrokkene wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de voorhanden voorwerpen bestemd waren voor het beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalig opzetten van een hennepplantage. Ook indien slechts een deel van de voorwerpen voorhanden is die nodig zijn om een beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepplantage op te zetten, kan de burgemeester bevoegd zijn het pand te sluiten, mits de voorhanden voorwerpen daartoe bestemd zijn. Zoals ook volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet (Kamerstukken II 2016/17, 34 763, nr. 3, p. 3) is van belang of het pand een schakel vormt in de productie of distributie van drugs.
De wetgever heeft met de uitbreiding van artikel 13b van de Opiumwet bewerkstelligd dat de sluitingsbevoegdheid ook geldt in het geval in een pand strafbare voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 11a plaatsvinden. Sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet beoogt het beëindigen of opheffen van dergelijke locaties en betreft blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van dat artikel een pandgerichte aanpak (Kamerstukken II 2016/17, 34 763, nr. 3, p. 2). Aldus is het de bedoeling van de wetgever geweest om de sluitingsbevoegdheid te koppelen aan dat wat in een pand aan aanwezige stoffen en voorwerpen is aangetroffen.
7.3. In het Damoclesbeleid staat dat indien in een woning of lokaal goederen worden aangetroffen die strafbaar zijn gesteld onder artikel 10a en/of 11a van de Opiumwet (voorbereidingshandelingen) deze situatie gelijkgesteld wordt met de situatie waarin er daadwerkelijk drugs zijn aangetroffen. Er wordt in die gevallen gehandeld naar de maatregelen zoals bedoeld onder I en II van artikel 1 van het Damoclesbeleid. De Afdeling begrijpt het Damoclesbeleid zo, dat daarin is gekozen om niet te waarschuwen in situaties van bedrijfsmatige/professionele hennepteelt, ook niet in het geval dit in woningen op bedrijfsmatige/professionele wijze plaatsvindt. Steun daarvoor ziet zij in de artikelsgewijze toelichting van de beleidsregel. Gelet op de door de burgemeester gewenste prioritering van beroeps- of bedrijfsmatige situaties, acht de Afdeling de gelijkstelling in het Damoclesbeleid van situaties waarin daadwerkelijk hennepteelt is aangetroffen met situaties als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet niet als zodanig onevenredig. In beide gevallen vormt het pand immers een schakel in de productie of distributie van drugs, zoals de wetgever ook heeft beoogd. Dat neemt niet weg dat de burgemeester met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht in individuele gevallen - indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven - moet afwijken van zijn beleidsregel en met een waarschuwing moet volstaan.
Het betoog slaagt niet. De Afdeling zal hierna onder ‘noodzaak’ beoordelen of in dit concrete geval van sluiting had moeten worden afgezien omdat met een minder ingrijpend middel had moeten volstaan.
Noodzaak
8. De rechtbank heeft overwogen dat het om een ernstige overtreding van de Opiumwet gaat. Het betrof een grote hoeveelheid te koop aangeboden goederen. Het bedrijfspand vervulde een rol binnen de keten van drugshandel en is bekend in het criminele circuit. De burgemeester heeft de sluiting van het bedrijfspand noodzakelijk mogen achten ter voorkoming van herhaling van overtredingen van de Opiumwet ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel wan de openbare orde. Hierbij mocht belang worden toegekend aan het feit dat het pand in een wijk ligt met veel drugsproblematiek. Daarnaast moet het voor buurtbewoners en degene die zich bezighoudt met illegale hennepteelt duidelijk zijn dat drugshandel niet door de burgemeester wordt getolereerd.
8.1. Archimede Holding betoogt dat bij de beoordeling van de noodzaak ten onrechte niet is betrokken dat ook producten werden verkocht aan de in Nederland legale grootschalige hennepteelt. Dit plaatst de ernst van de overtreding in een ander perspectief. Ook rechtvaardigt het feit dat het hier gaat om een reguliere winkel met diverse functies zoals een bloemisterij en een DHL-servicepunt geen directe sluiting van zes maanden. Veruit het merendeel van de aangeboden 4000 producten zijn niet te gebruiken voor de hennepteelt. Er had met een minder ingrijpend middel zoals een waarschuwing moeten worden volstaan.
8.2. De Afdeling overweegt dat de rechtbank de overtreding terecht als ernstig heeft aangemerkt. Vast is komen te staan dat het bedrijfspand gelet op de grote hoeveelheid aangetroffen voorwerpen een rol vervulde binnen de keten van drugshandel. Gelet op wat in 6.2 is overwogen, kan niet worden gezegd dat de op 25 mei 2023 voorhanden voorwerpen voor de legale teler bestemd waren. Daarnaast volgt uit een in de bestuurlijke rapportage genoemde melding van de Financial Intelligence Unit dat 80-90% van de jaaromzet van Trinacria Trading uit contante inkomsten bestaat, dat in twee maanden tijd € 77.000,- contant is afgestort, dat dit niet gebruikelijk is en dat er geen plausibele verklaring voor is gegeven. Ook heeft de burgemeester het terecht relevant gevonden dat in de nabije omgeving van het pand veel drugsgerelateerde problematiek is. Dat er ook producten aanwezig waren die niet te gebruiken zijn voor de hennepteelt, maakt de situatie niet minder ernstig. In wat Archimede Holding in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de burgemeester de noodzaak van de sluiting anders had moeten beoordelen en met een waarschuwing had moeten volstaan.
Het betoog slaagt niet.
Evenwichtigheid
9. De rechtbank heeft de sluiting van het bedrijfspand evenwichtig geacht. Volgens de rechtbank is niet gebleken van geen of verminderde verwijtbaarheid aan de zijde van Archimede Holding. [gemachtigde] wist of had het ernstige vermoeden moeten hebben dat de in het bedrijfspand aanwezige stoffen en voorwerpen bestemd waren voor het illegaal telen of bereiden van drugs. [gemachtigde] heeft als professioneel verkoper eerder te maken gehad met onderzoek naar zijn bedrijf in verband met mogelijke overtredingen van de Opiumwet. Het was voor hem dan ook niet onduidelijk dat hij enig risico liep op het sluiten van het pand. Dat hij is vrijgesproken doet aan die wetenschap volgens de rechtbank niet af. Hij levert daarnaast aan een klant die grootschalige hennepteelt verricht. [gemachtigde] heeft antecedenten op het gebied van drugshandel. De burgemeester mocht de maatschappelijke belangen bij een sluiting zwaarder laten wegen dan de - met name financiële - belangen van Archimede Holding. Volgens de rechtbank bestaat er geen wettelijke verplichting voor de burgemeester om haar te informeren over de vraag welke specifieke producten niet meer mogen worden verkocht ter voorkoming van mogelijke overtredingen van de Opiumwet in de toekomst.
9.1. Archimede Holding stelt dat sprake is van geen of verminderde verwijtbaarheid. Er was geen wetenschap of ernstig vermoeden dat de verkochte producten gebruikt konden worden voor de illegale hennepteelt. De producten kunnen ook voor huis-, tuin- en keukendoeleinden gebruikt worden. Daar komt bij dat ook verkocht wordt aan de grootschalige legale henneptelers in Nederland. Archimede Holding stelt dat zij er gelet op de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht van 15 april 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BI3270, op mocht vertrouwen dat de bedrijfsactiviteiten ter plaatse toegestaan waren. De burgemeester is al 14 jaar van het bedrijf op de hoogte, maar heeft pas in 2023 tot sluiting besloten. Verder zijn ten onrechte zeer oude antecedenten van [gemachtigde], uit 2004 en 2005, bij de besluitvorming betrokken. Archimede Holding wijst ter vergelijking op zaken op grond van de Wet Bibob waarvoor een terugkijktermijn van maar vijf jaar wordt gehanteerd.
Archimede Holding kan de door de burgemeester verrichte belangenafweging niet volgen. De burgemeester heeft geen rekening gehouden met de gevolgen voor de bloemisterij en het DHL-servicepunt die Trinacria Trading ook in het pand exploiteert, en hun medewerkers.
9.2. In wat Archimede Holding aanvoert, ziet de Afdeling geen grond om geen of verminderde verwijtbaarheid aan te nemen. Gezien de voorgeschiedenis van het bedrijfspand en de antecedenten van [gemachtigde] had zij moeten beseffen dat haar bedrijfsvoering in verbinding staat met grootschalige hennepteelt. De oude antecenten mochten worden meegewogen in het kader van verwijtbaarheid. De terugkijktermijn is in Bibob-zaken een instrument om de betrouwbaarheid van een bepaalde persoon na te gaan. Dat is hier niet aan de orde. Ook valt niet in te zien dat als de producten zouden worden verkocht aan een legale teler, er niet verkocht kan worden aan illegale telers. De uitspraak van de voorzieningenrechter uit 2009 betrof een ander toetsingskader. De mededeling van Archimede Holding in 2023 dat het assortiment zou worden aangepast, vond pas plaats nadat de overtreding was geconstateerd.
Over de bloemisterij heeft de burgemeester overwogen dat die sinds 1 april 2023 in het pand is gevestigd en daar een onlosmakelijk onderdeel van uitmaakt. Ten tijde van het sluitingsbesluit werkten de twee medewerkers er dus pas drie maanden. In het kader van de evenwichtigheid van de sluiting hoefde de burgemeester hieraan geen doorslaggevend gewicht toe te kennen. Archimede Holding heeft niet weersproken dat deze medewerkers ten tijde van de sluiting onder een tijdelijk contract werkten. Dat er bij het servicepunt andere personen werkzaam zijn met een eventueel belang bij het niet sluiten van het bedrijfspand, is niet onderbouwd.
Gelet op het voorgaande hoefde de burgemeester aan de gevolgen voor Archimede Holding van de sluiting van het bedrijfspand geen doorslaggevend gewicht toe te kennen.
Het betoog slaagt niet.
Geen deugdelijk geformuleerde lastgeving?
10. Archimede Holding voert aan dat het besluit geen deugdelijk geformuleerde lastgeving met herstelmaatregelen bevat. Het gaat in dit geval immers om een herstelsanctie. Zij acht onduidelijk waarom de winkel na ommekomst van zes maanden als vanouds met alle opgesomde producten weer mocht openen. Zij heeft de burgemeester en het Openbaar Ministerie gevraagd te verduidelijken welke specifieke producten uit haar winkelassortiment geschrapt moeten worden. Nu de burgemeester dit nalaat te motiveren, moet het sluitingsbesluit in dit uitzonderlijke geval worden aangemerkt als een criminal charge als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.
10.1. Het sluiten van een pand heeft in de eerste plaats tot doel om overtredingen van de Opiumwet te beëindigen en herhaling te voorkomen, ook als zo’n overtreding geen direct gevaar voor de omgeving veroorzaakt. Het sluiten van een pand kan dus op zich als herstelmaatregel dienen. De burgemeester kan daarom volstaan met gelasten dat het pand moet worden gesloten en gesloten moet blijven gedurende een bepaalde periode. Op de zitting heeft de burgemeester toegelicht dat als bij een volgende controle blijkt dat uit aard en samenstelling niet blijkt van toelevering aan illegale hennepteelt, dat hij dan niet tot sluiting overgaat. Het is de verantwoordelijkheid van Archimede om een assortiment te voeren dat in combinatie en hoeveelheid geen aanleiding geeft tot verdenking van overtreding van de Opiumwet.
In haar uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1142, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waarvan zij zal uitgaan bij de vraag of zich in gevallen als deze een criminal charge voordoet. Gelet op het betoog van Archimede Holding gaat het hoofdzakelijk om het tweede in 6.1 van die uitspraak vermelde criterium. Zoals in 6.3 van voormelde uitspraak is overwogen, is het feit dat de maatregel van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is gericht op beëindiging en voorkoming van een overtreding een aanwijzing dat het hier gaat om een bestuurlijke maatregel en niet om een punitieve sanctie. Deze maatregel is gericht op herstel van de rechtmatige toestand van vóór de overtreding en is er niet (mede) op gericht om opzettelijk leed toe te voegen. Ook overigens bestaat onvoldoende aanleiding om tot de conclusie te komen dat de last tot sluiting in dit geval een criminal charge is.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie en proceskosten
11. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.
12. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. A.B. Blomberg en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.E. Konings, griffier.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Konings
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026
612
BIJLAGE
Wettelijk kader
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:84
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Opiumwet
Artikel 3
Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:
[…]
B. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
[…]
Artikel 11
[…]
3 Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3, onder B, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
[…]
Artikel 11a
Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 13b, eerste lid
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
a. […];
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
Aanwijzing Opiumwet
3.2. Vervaardigen, telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben
3.2.1. Teelt van hennep (of de cannabis plant)
[…] Bij de vaststelling van hetgeen beroeps- of bedrijfsmatige teelt is, spelen de volgende factoren een rol:
- De schaalgrootte van de teelt: de hoeveelheid planten; Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.
- De mate van professionaliteit, afgemeten aan het soort perceel waarop geteeld wordt, belichting, verwarming, bevloeiing, etc. (opgenomen in bijlage 1); Indien, ongeacht de hoeveelheid planten, wordt voldaan aan twee of meer punten, genoemd in de lijst indicatoren met betrekking tot de mate van professionaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1, wordt aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
- Het doel van de teelt. Indien er sprake is van het telen van hennep om geldelijk gewin te verkrijgen, wordt, ongeacht de hoeveelheid planten, aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
Wet experiment gesloten coffeeshopketen
Artikel 3
1. Ten aanzien van de handelingen, bedoeld in artikel 3, onderdelen B en C, van de Opiumwet, geldt het in die artikelonderdelen omschreven verbod niet, voor zover die handelingen worden verricht in het kader van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment en in overeenstemming met de eisen die aan die handelingen bij of krachtens artikel 6 of 7 van deze wet worden gesteld.
2. Artikel 13b van de Opiumwet is niet van toepassing voor zover de in het eerste lid van dat artikel genoemde handelingen worden verricht in het kader van de voorbereiding, uitvoering en afbouw van het experiment.
Damoclesbeleid Heerlen 2019
Artikel 1: Handhavingsarrangement
De burgemeester handelt in het kader van zijn bevoegdheid tot het treffen van herstelsancties ter naleving van artikel 13b Opiumwet overeenkomstig de in dit artikel opgenomen handhavingsmatrices.
I. Softdrugs / hennepteelt
a. reguliere omstandigheden
Bij het aantreffen van een hennepplantage en/of een handelshoeveelheid softdrugs worden de navolgende bestuurlijke maatregelen getroffen.
[…]
III. Voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikelen 10a en 11a Opiumwet
Indien in een woning of lokaal goederen worden aangetroffen die strafbaar zijn gesteld onder artikel 10a en/of 11a Opiumwet (voorbereidingshandelingen) wordt deze situatie gelijkgesteld met de situatie waarin er daadwerkelijk drugs zijn aangetroffen. Er wordt gehandeld naar de maatregelen zoals bedoeld onder I en II van dit artikel.
Hieronder vallen ook de gevallen waarin er bijvoorbeeld sprake is van een hennepplantage in opbouw of de productie/opslag van halffabricaten ten behoeve van harddrugsproductie. Maar ook als uit een strafrechtelijk onderzoek, bijvoorbeeld door observaties, tapgesprekken en/of verklaringen, voldoende blijkt dat een woning of lokaal gebruikt wordt voor de handel in drugs. De hele keten van drugscriminaliteit wordt hiermee aangepakt.
[…]