ECLI:NL:RVS:2026:6069

ECLI:NL:RVS:2026:6069

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 202500779/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe een omgevingsvergunning verleend aan The Dutch Business Sport and Recreation Development II B.V. (The Dutch) voor het aanleggen van een tijdelijk waterbassin op de percelen met de kadastrale nummers [locatie 1] en [locatie 2] in Vuren. De vergunning is verleend tot en met 23 december 2028. The Dutch heeft in het verleden opdracht gegeven aan een grondbedrijf om een geluidwal aan te brengen, inclusief een ophoging van ongeveer 150 meter breed. Bij deze ophoging heeft het grondbedrijf staalslakken op de percelen gestort. Staalslakken zijn een restproduct van de staalproductie en mogen onder voorwaarden worden toegepast als bouwstof. De staalslakken zijn echter onjuist toegepast en in aanraking gekomen met grondwater waardoor een verontreiniging van de bodem en het grondwater is ontstaan. The Dutch moet maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat staalslakken niet meer met gronden of hemelwater in contact kunnen komen. Het verontreinigd raken van water moet daarmee worden beëindigd.

Uitspraak

202500779/1/R4.

Datum uitspraak: 14 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A], [appellant B] en [appellant C] ([appellant A] en anderen), wonend in Vuren,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 31 december 2024 in zaak nr. 23/3214 in het geding tussen:

[appellant A] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe.

Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan The Dutch Business Sport and Recreation Development II B.V. (The Dutch) voor het aanleggen van een tijdelijk waterbassin op de percelen met de kadastrale nummers [locatie 1] en [locatie 2] in Vuren. De vergunning is verleend tot en met 23 december 2028.

Bij besluit van 25 april 2023 heeft het college het door [appellant A] en anderen daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 31 december 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:9480) heeft de rechtbank het door [appellant A] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant A] en anderen hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 september 2026, waar [appellant A] en anderen, vertegenwoordigd door mr. E.P. Euverman, advocaat in Breda, en het college, vertegenwoordigd door mr. F.A. Pommer en mr. F.A.J. Steenbakkers, beiden advocaat in Nijmegen, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 11 oktober 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. The Dutch heeft in het verleden opdracht gegeven aan een grondbedrijf om een geluidwal aan te brengen, inclusief een ophoging van ongeveer 150 meter breed. Bij deze ophoging heeft het grondbedrijf staalslakken op de percelen gestort. Staalslakken zijn een restproduct van de staalproductie en mogen onder voorwaarden worden toegepast als bouwstof. De staalslakken zijn echter onjuist toegepast en in aanraking gekomen met grondwater waardoor een verontreiniging van de bodem en het grondwater is ontstaan.

3. The Dutch moet maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat staalslakken niet meer met gronden of hemelwater in contact kunnen komen. Het verontreinigd raken van water moet daarmee worden beëindigd. Het nemen van deze maatregelen kost tijd. Daarom is voor de duur van zes jaar een waterbassin vergund. Het waterbassin heeft tot doel om verontreinigd (hemel)water dat in contact is geweest met de staalslakken op te slaan zodat het vervolgens kan worden gezuiverd. Het heeft een volume van 15.000 m3 en bestaat uit aarden wallen waarin zeil wordt aangebracht. Het waterbassin ligt op de staalslakken, omdat een eerder bassin dat op veengrond lag als gevolg van gasvorming in de grond onder het bassin lek raakte.

Bezwaar

4. [appellant A] en anderen zijn het niet eens met de verleende vergunning voor het aanleggen van het waterbassin. Zij vinden onder andere dat onvoldoende is gemotiveerd dat het waterbassin op een juiste plek ligt. Ze vrezen dat er lekkages ontstaan en verontreinigd water via de bodem hun grond vervuilt. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaressen van de percelen [locatie 3] en [locatie 4] in Vuren. Zij zijn ook eigenaressen van een manege ter plaatse, waar paarden worden gehouden. [appellant C] woont op het adres [locatie 5]. De percelen liggen op een afstand van ongeveer 900 meter van het waterbassin.

5. Het college heeft het bezwaar van [appellant A] en anderen niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij volgens hem geen belanghebbenden zijn. Het college stelt zich op het standpunt dat zij geen gevolgen ondervinden van het waterbassin. Zij wonen er niet vlakbij, hebben er geen zicht op en ondervinden ook geen gevolgen van het waterbassin.

Uitspraak van de rechtbank

6. De rechtbank heeft eerst geoordeeld dat [appellant A] en anderen zover van het waterbassin vandaan wonen, dat niet wordt voldaan aan het afstands- en zichtcriterium op grond waarvan zij belanghebbenden zouden kunnen zijn. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant A] en anderen geen rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van de vergunning. Er zijn volgens haar namelijk geen feitelijke gevolgen van het waterbassin. Ze heeft het volgende overwogen: "Uit het dossier volgt dat het waterbassin zich bevindt op de staalslakken waardoor gasvorming onder het bassin wordt voorkomen. Daarnaast heeft het college op de zitting nog toegelicht dat het waterbassin in een kwelgebied ligt, wat betekent dat sprake is van een opwaartse stroming. Het is daarom niet aannemelijk dat in geval van een onverhoopte lekkage vervuild water zich via het grondwater zal verspreiden richting de percelen van eisers." Ze heeft geoordeeld dat [appellant A] en anderen geen belanghebbenden zijn en het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Wettelijk kader

7. In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de Afdeling naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

Hoger beroep

8. [appellant A] en anderen betogen in hoger beroep dat zij wel rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van de vergunning. Zij stellen dat er een risico blijft op verspreiding van schadelijke stoffen naar de omgeving via het grondwater. Eerdere waterbassins raakten lek door gasvorming onder de bassins. Hoewel wordt gesteld dat onder het nieuwe waterbassin geen gasvorming zal kunnen optreden, is onzeker dat zich ook geen andere risico's kunnen voordoen, zoals lekkage of verspreiding van verontreinigde stoffen. Deze mogelijke gevolgen zijn ook van enige betekenis, waardoor zij belanghebbenden zijn, aldus [appellant A] en anderen.

8.1. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat [appellant A] en anderen geen rechtstreeks feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervinden van de vergunning. Dit feitelijke gevolg zou bestaan uit het risico op vervuiling van grondwater op de percelen van [appellant A] en anderen. Maar in dit geval is de afstand van het waterbassin tot het perceel en de woning van [appellant A] en anderen aanzienlijk. Daarbij ligt het waterbassin in een kwelgebied, wat betekent dat sprake is van een opwaartse stroming van het grondwater. Bovendien is een ringsloot om het waterbassin heen gegraven. Het is niet aannemelijk dat vervuild grondwater het perceel van [appellant A] en anderen bereikt als het waterbassin zou lekken. Het risico op vervuiling van grondwater op het perceel van [appellant A] en anderen is daarmee zodanig klein, dat zij geen belanghebbenden zijn.

8.2. Het betoog slaagt niet.

Slotsom

9. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

10. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Greben, griffier.

w.g. Besselink

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Greben

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026

1210

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.M. Greben

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand