ECLI:NL:RVS:2026:6084

ECLI:NL:RVS:2026:6084

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 202502042/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [bedrijf] een ontheffing verleend van de verboden in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming (de Wnb) voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (de Wnb-ontheffing). [bedrijf] wil aan de [locatie] een kantoorpand renoveren, dit omvormen tot wooneenheden en twee nieuwe grondgebonden woningen bouwen die samen met het gerenoveerde kantoorpand als woonhofje zullen worden ingericht. Uit onderzoek is gebleken dat er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het kantoorpand aanwezig is. Het college heeft ten behoeve van het project een Wnb-ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. De ontheffing is verleend voor de periode tot en met 1 november 2028. [appellant A] en [appellant B] wonen direct naast het projectgebied en zijn het niet eens met de verleende ontheffing.

Uitspraak

202502042/1/R2.

Datum uitspraak: 14 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend in [woonplaats],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 24 februari 2025 in zaak nr. 24/1790 in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B]

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant.

Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft het college aan [bedrijf] een ontheffing verleend van de verboden in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming (de Wnb) voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (de Wnb-ontheffing).

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft het college het door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant A] en [appellant B] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant A] en [appellant B] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 augustus 2026, waar [appellant A] en [appellant B], in persoon van [appellant A], en het college, vertegenwoordigd door mr. S.J.S. van Gils en drs. A.W. van Zeeburg, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht Invoeringswet Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een ontheffing op grond van de Wnb is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 2.9, eerste lid, aanhef en onder a van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt.

De aanvraag om de Wnb-ontheffing is ingediend op 8 juni 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wnb, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. [bedrijf] wil aan de [locatie] een kantoorpand renoveren, dit omvormen tot wooneenheden en twee nieuwe grondgebonden woningen bouwen die samen met het gerenoveerde kantoorpand als woonhofje zullen worden ingericht. Uit onderzoek is gebleken dat er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het kantoorpand aanwezig is. Het college heeft ten behoeve van het project een Wnb-ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. De ontheffing is verleend voor de periode tot en met 1 november 2028. [appellant A] en [appellant B] wonen direct naast het projectgebied en zijn het niet eens met de verleende ontheffing.

Goede procesorde

3. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het laat indienen van het verweerschrift door het college in beroep niet in strijd is met de goede procesorde. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, vinden [appellant A] en [appellant B] dat zij onvoldoende tijd hadden om adequaat te reageren op het verweerschrift en zich voor te bereiden op de zitting bij de rechtbank.

3.1. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat later in de procedure nog nadere gegevens of nadere stukken mogen worden ingediend, tenzij dat in strijd is met de goede procesorde. Bij het indienen van nadere stukken is de termijn van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van tien dagen voor de zitting van belang, maar deze termijn is niet bepalend voor de vraag of het overleggen van nadere stukken in strijd is met de goede procesorde.

De Afdeling hanteert twee vragen om te beoordelen of de goede procesorde wordt geschonden. De eerste vraag is of voor de wederpartij te weinig tijd resteert om zich er inhoudelijk over uit te laten. De tweede vraag is of de zaak moet worden aangehouden met als gevolg een onwenselijke of onaanvaardbare vertraging van de procedure in het licht van de belangen van de wederpartij en een goede rechtspleging. Onder dat laatste valt ook de voorbereiding van de zitting door de bestuursrechter.

3.2. Het college heeft het verweerschrift op 21 november 2024 bij de rechtbank ingediend. De rechtbank heeft de zaak op een zitting behandeld op 5 december 2024. Het verweerschrift is dus veertien dagen voor de zitting ingediend. Daarmee is het verweerschrift voor het aflopen van de termijn uit artikel 8:58 van de Awb bij de rechtbank ingediend. Het verweerschrift omvat negen bladzijden, waarin het college reageert op de beroepsgronden zoals deze zijn aangevoerd door [appellant A] en [appellant B]. Gelet op deze omvang en inhoud, kon de rechtbank tot het oordeel komen dat [appellant A] en [appellant B] voldoende tijd hebben gehad om adequaat te reageren op het verweerschrift en zij heeft geen aanleiding hoeven zien om de zaak aan te houden. De rechtbank kon daarom ook tot het oordeel gekomen dat de indiening van het stuk niet in strijd was met de goede procesorde.

Het betoog slaagt niet.

Ontbrekende stukken

4. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt mocht stellen dat het alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage heeft gelegd. Het college heeft namelijk stukken die gaan over een handhavingscontrole die het college heeft uitgevoerd op 19 juni 2023 niet ter inzage gelegd, terwijl deze volgens [appellant A] en [appellant B] wel betrekking hebben op de Wnb-ontheffing. Zij voeren aan dat hierdoor niet kan worden gecontroleerd of de besluitvormingsprocedure zorgvuldig is verlopen.

4.1. Het college heeft op zitting toegelicht dat de controle is uitgevoerd naar aanleiding van het bezwaarschrift dat [appellant A] en [appellant B] hebben ingediend tegen de Wnb-ontheffing. Anders dan [appellant A] en [appellant B] veronderstellen, maakt het enkele feit dat de controle is verricht naar aanleiding van het ingediende bezwaarschrift tegen de Wnb-ontheffing, niet dat de stukken die gaan over de controle ook daadwerkelijk betrekking hebben op die ontheffing. Het college heeft namelijk aangegeven dat het het besluit op bezwaar niet op deze stukken heeft gebaseerd. De controle ging volgens het college alleen over de uitvoering van de voorschriften uit de Wnb-ontheffing en niet over de inhoud of rechtmatigheid van deze ontheffing. [appellant A] en [appellant B] hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat het besluit op bezwaar wel op deze stukken is gebaseerd. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat de stukken geen betrekking hebben op deze zaak en dus niet ter inzage hoefde te worden gelegd.

Het betoog slaagt niet.

Onzorgvuldigheid

5. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het besluit waarin de ontheffing is verleend op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, omdat het Vleermuisprotocol 2021 niet is gevolgd. De rechtbank heeft dit betoog ten onrechte niet gevolgd, aldus [appellant A] en [appellant B].

De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 11.2, 12.2, 13.2 en 15.2 van de uitspraak van de rechtbank opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. [appellant A] en [appellant B] hebben niet onderbouwd waarom dit oordeel onjuist is. De enkele stelling dat het college niet kan onderbouwen dat de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de ontheffing voldoen aan het Vleermuisprotocol 2021 is hiervoor onvoldoende.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Pistoor, griffier.

w.g. Ten Veen

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pistoor

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026

932-1192

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.J. Pistoor

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand