ECLI:NL:RVS:2026:6097

ECLI:NL:RVS:2026:6097

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 202503916/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Tussenuitspraak bestuurlijke lus

Samenvatting

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het "TAM-omgevingsplan "kern Varsseveld, locatie Essenkamp"" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek (het wijzigingsbesluit) vastgesteld. Het wijzigingsbesluit gaat over de wijk Essenkamp. Stichting Wonion is een wooncorporatie. Zij bezit een aantal huurwoningen in deze wijk. In de motivering bij het wijzigingsbesluit staat dat de stichting haar woningen wil verduurzamen. Voor een deel van de woningen betekent dit dat deze worden gerenoveerd. Daarnaast zullen 54 woningen worden gesloopt. Ter vervanging van de gesloopte woningen worden 69 woningen gebouwd. Verder wordt een schoolgebouw dat niet langer in gebruik is gesloopt. Daarvoor in de plaats komt of een gebouw met maximaal 22 gewone woningen of 22 zorgwoningen, of er komen acht twee-aaneen gebouwde reguliere woningen. Tot slot wordt de openbare ruimte heringericht met meer groen en klimaatadaptieve maatregelen. Om dit mogelijk te maken, heeft de raad het wijzigingsbesluit genomen. [appellant] en anderen wonen in de wijk Essenkamp. Zij kunnen zich niet verenigen met de ontwikkelingen die de raad voor ogen heeft op de locatie van het schoolgebouw.

Uitspraak

202503916/1/R4.

Datum uitspraak: 14 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend in Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Oude IJsselstreek,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad het "TAM-omgevingsplan "kern Varsseveld, locatie Essenkamp"" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek (het wijzigingsbesluit) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Stichting Wonion heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 24 april 2026, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door ir. E. Dokter, zijn verschenen. Ook is Stichting Wonion, vertegenwoordigd door [gemachtigde], op de zitting als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1. Het wijzigingsbesluit gaat over de wijk Essenkamp. Stichting Wonion is een wooncorporatie. Zij bezit een aantal huurwoningen in deze wijk. In de motivering bij het wijzigingsbesluit staat dat de stichting haar woningen wil verduurzamen. Voor een deel van de woningen betekent dit dat deze worden gerenoveerd. Daarnaast zullen 54 woningen worden gesloopt. Ter vervanging van de gesloopte woningen worden 69 woningen gebouwd. Verder wordt een schoolgebouw dat niet langer in gebruik is gesloopt. Daarvoor in de plaats komt of een gebouw met maximaal 22 gewone woningen of 22 zorgwoningen, of er komen acht twee-aaneen gebouwde reguliere woningen. Tot slot wordt de openbare ruimte heringericht met meer groen en klimaatadaptieve maatregelen. Om dit mogelijk te maken, heeft de raad het wijzigingsbesluit genomen.

2. [appellant] en anderen wonen in de wijk Essenkamp. Zij kunnen zich niet verenigen met de ontwikkelingen die de raad voor ogen heeft op de locatie van het schoolgebouw.

Toetsingskader

3. De raad neemt een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of met het besluit tot wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Het beroep

Buurt onvoldoende betrokken

4. [appellant] en anderen betogen dat de raad de bewoners van de koopwoningen in de wijk onvoldoende heeft betrokken bij het wijzigingsbesluit. De communicatie is voornamelijk gericht geweest op de huidige huurders van Stichting Wonion. Op de zitting hebben [appellant] en anderen toegelicht dat zij het in het kader van participatie met name kwalijk achten dat op de informatieavonden geen duidelijkheid kon worden geboden hoe de locatie van de voormalige school wordt ingevuld. Zij hadden verwacht op deze avonden goed geïnformeerd te worden. In hun ogen is dat nu niet gebeurd.

4.1. Op grond van artikel 10.2, tweede lid, van het Omgevingsbesluit (Ob) moet bij het vaststellen van een omgevingsplan worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

4.2. In paragraaf 6.2.2 van de motivering van het wijzigingsbesluit staat dat een participatief ontwerpproces is doorlopen om te komen tot een stedenbouwkundig plan. Stichting Wonion heeft vanaf de start van het project de bewoners van de te slopen woningen betrokken. Er is in beeld gebracht wat de bewoners de sterke en de zwakke kanten van de buurt en van de woningen vinden. De bewoners zijn onder andere door middel van nieuwsbrieven op de hoogte gehouden van het proces. Na een gebiedsanalyse zijn een drietal schetsmodellen voor fase 1 opgesteld. Aan de hand van deze modellen is input opgehaald bij de bewoners en omwonenden.

Op 26 en 29 juli 2023 zijn bijeenkomsten georganiseerd voor de bewoners van de te slopen woningen, omwonenden van wie hun huis wordt gerenoveerd en de overige omwonenden, zoals de eigenaren van de koopwoningen. Tijdens deze bijeenkomsten zijn de schetsmodellen gepresenteerd en is er discussie gevoerd over de voors en tegens van ieder model. Daarnaast zijn er post-it's geplakt met voors en tegens, bezwaren en wensen. De schetsmodellen zijn met de input van alle betrokken partijen samengekomen in een voorkeursmodel. Dit model is uitgewerkt tot een stedenbouwkundig plan.

Op 22 mei 2024 is het stedenbouwkundig plan gepresenteerd op een bewonersavond. Er werd positief gereageerd op het stedenbouwkundig plan. De bijeenkomst heeft niet geleid tot wezenlijke wijzigingen aan het stedenbouwkundig plan. In paragraaf 2.2 van de motivering van het wijzigingsbesluit staat verder dat de herontwikkeling van de voormalige schoollocatie niet is opgenomen in het stedenbouwkundig plan, omdat deze locatie in een later stadium zal worden uitgewerkt.

4.3. Uit paragraaf 6.2.2 van de motivering van het wijzigingsbesluit volgt dat niet alleen de huurders van Stichting Wonion zijn uitgenodigd voor de bijeenkomsten, maar ook de andere omwonenden, zoals de bewoners van de in de buurt gelegen koopwoningen. De stelling van [appellant] en anderen dat de bewoners van de koopwoningen in de wijk onvoldoende zijn betrokken in het participatieproces, volgt de Afdeling dan ook niet. Dat de bewoners van de koopwoningen over de precieze invulling van de locatie van de voormalige school op de informatieavonden nog geen volledige duidelijkheid werd geboden, geeft verder geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het besluit tot wijziging in strijd met artikel 10.2, tweede lid, van het Ob heeft vastgesteld.

Het betoog slaagt niet.

Groen

5. [appellant] en anderen betogen dat het bebouwen van het perceel, dat kadastraal bekend staat als VSV00-I-980, in strijd is met de Gebiedsvisie Centrum Varsseveld. Het perceel wordt in de Gebiedsvisie namelijk expliciet genoemd als een waardevol groen element. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de keuze dat het op het perceel aanwezige groen en het speeltuintje naast de Essenkampstraat en de Karel Doormanstraat zullen verdwijnen. Het groen en het speeltuintje zijn van grote waarde voor de direct omwonenden.

5.1. De Afdeling stelt vast dat de Gebiedsvisie Centrum Varsseveld (Gebiedsvisie) een beleidsdocument is dat is opgesteld met het oog op de te maken keuzes ten aanzien van drie ontwikkellocaties in het centrum van Varsseveld. De Gebiedsvisie is in februari 2019, en dus voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow), vastgesteld. De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld op welke wijze de Gebiedsvisie door de raad moet worden betrokken bij de vaststelling van het wijzigingsbesluit.

5.2. De Afdeling stelt daarvoor eerst vast dat de Gebiedsvisie, gelet op haar beperkte reikwijdte, geen gemeentelijke omgevingsvisie is die op grond van artikel 4.10 van de Invoeringswet Omgevingswet (Iw Ow) geldt als gemeentelijke omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Ow. Dat betekent niet dat aan de Gebiedsvisie door de inwerkingtreding van de Ow geen betekenis meer toekomt. De raad heeft de Gebiedsvisie namelijk niet ingetrokken. Dat betekent dat de Gebiedsvisie in ieder geval op het moment van het vaststellen van het wijzigingsbesluit geldend gemeentelijk beleid was, dat de raad bij de vaststelling van het wijzigingsbesluit heeft moeten betrekken.

De Afdeling stelt verder vast dat het betreffende perceel in de Gebiedsvisie wordt aangemerkt als "groene buitenruimte" en "waardevol element". Dat betekent echter niet dat de raad er niet voor heeft kunnen kiezen deze gronden een andere invulling te geven. In de Gebiedsvisie is namelijk niet bepaald dat dergelijke gronden behouden moeten blijven of een bepaalde invulling moeten krijgen in het omgevingsplan.

5.3. Dat de Gebiedsvisie geen dwingend karakter heeft, neemt niet weg dat de raad de waarde van het groen in zijn belangenafweging moet betrekken. De raad heeft hierover toegelicht dat op de kaart behorende bij het wijzigingsbesluit extra groen is opgenomen. Er komt in de wijk in totaal ongeveer 3500 m² aan groen bij. Het speeltuintje wordt verplaatst naar een perceel aan de Akkerstraat. Dat levert volgens de raad ook voordelen op. Deze locatie is namelijk centraler in de wijk gelegen en vanuit het oogpunt van verkeer een veiligere locatie.

De Afdeling begrijpt dat het voor [appellant] en anderen teleurstellend is dat het vlakbij gelegen groen en het speeltuintje verdwijnen. Dat leidt echter niet tot het oordeel dat de raad het wijzigingsbesluit niet heeft kunnen vaststellen. De Afdeling weegt hier mee dat uit de toelichting van de raad blijkt dat de alternatieve locatie voor het speeltuintje op wijkniveau bekeken voordelen biedt ten opzichte van de oude locatie. Ook kunnen [appellant] en anderen gebruik maken van deze nieuwe locatie.

Het betoog slaagt niet.

Bouwhoogte zorginstelling

6. [appellant] en anderen betogen dat de raad het mogelijk maken van een zorginstelling met een maximum bouwhoogte van 12 m niet voldoende zorgvuldig heeft afgewogen. Zij wijzen erop dat de huidige bewoners hun vrije uitzicht verliezen en dat inkijk ontstaat in hun tuinen en woonkamers. Dit tast hun woongenot onaanvaardbaar aan. Verder wijzen zij erop dat het gebouw schaduw zal veroorzaken, waardoor de opbrengst van zonnepanelen negatief zal worden beïnvloed. Ook heeft deze bouwhoogte negatieve gevolgen voor windmolen "De Engel".

6.1. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in (hoger) beroep komt.

De Afdeling stelt vast dat de windmolen op ruime afstand ligt van de woningen van [appellant] en anderen. De dichtstbijzijnde woning ligt op zo’n 300 m. Dat betekent dat de molen geen deel uitmaakt van de woon- en leefomgeving van [appellant] en anderen. De Afdeling bespreekt het betoog dat de raad geen gebouw van 12 m hoog mogelijk had mogen maken vanwege de windmolen, daarom niet inhoudelijk. Nu de molen geen onderdeel uitmaakt van de woon- en leefomgeving van [appellant] en anderen, beroepen zij zich met dat betoog namelijk op een norm die kennelijk niet strekt tot bescherming van hun belangen. Dat leidt ertoe dat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het wijzigingsbesluit op dit punt.

6.2. De Afdeling ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [appellant] en anderen. Op grond van artikel 7.5.2, onder h, van het wijzigingsbesluit, mag op de locatie van de voormalige school een gebouw met een maximum goothoogte van 6 m en een maximum bouwhoogte van 12 m worden gebouwd. Dat is geen groot verschil met de bouwmogelijkheden op de omliggende percelen. Op grond van het bestemmingsplan "Kom Varsseveld 2010", welk plan deel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek, mogen daar gebouwen met een maximum goothoogte van 7 m en een maximum bouwhoogte van 10 m worden gebouwd. Daarnaast is de afstand tussen de locatie waar het gebouw op grond van het wijzigingsbesluit mag worden gebouwd en de dichtstbij gelegen woning zo’n 15 m en hebben de woningen ook nu geen volledig vrij uitzicht. Over het gebruik van zonnepanelen heeft de raad toegelicht dat twee van de appellanten zonnepanelen hebben liggen, waarvan één op het dakvlak dat niet richting de locatie van het nieuwe gebouw ligt. Eén appellant heeft zonnepanelen liggen op zowel het dakvlak richting het nieuwe gebouw als het andere dakvlak. Dat betekent dat één appellant voor wat betreft het gebruik van zonnepanelen enig gevolg zou kunnen ondervinden van het nieuwe gebouw. Dat geldt echter maar voor een deel van zijn zonnepanelen. De Afdeling acht deze gevolgen niet dusdanig dat dat moet leiden tot de conclusie dat de raad het wijzigingsbesluit niet heeft kunnen nemen. Voor zover [appellant] en anderen worden beperkt in een eventuele wens in de toekomst zonnepanelen te gebruiken, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling meer gewicht toe kunnen kennen aan het belang van woningbouw.

Het betoog slaagt niet.

Parkeren

7. [appellant] en anderen vrezen voor parkeeroverlast.

7.1. In paragraaf 4.11 van de motivering bij het wijzigingsbesluit staat dat om de parkeerbehoefte te bepalen is aangesloten bij de Nota parkeernormen van de gemeente Oude IJsselstreek (Nota parkeernormen). Aan de hand hiervan is berekend dat als op de voormalige schoollocatie een woon/zorgcomplex wordt gerealiseerd met uitsluitend sociale huurappartementen in totaal voor de hele herontwikkeling 123 parkeerplaatsen nodig zijn. Als de voormalige schoollocatie wordt ingevuld met de twee-aaneengebouwde woningen, dan is de parkeerbehoefte voor de hele herontwikkeling 113 parkeerplaatsen.

De raad heeft verder toegelicht dat in artikel 12.2, onder a, van de regels van het wijzigingsbesluit is geregeld dat in de parkeerbehoefte van de 69 woningen die ter vervanging van de 54 te slopen woningen worden gebouwd, in het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet wordt voorzien doordat binnen dat gebied 110 parkeerplaatsen worden gerealiseerd en behouden. Omdat het nog niet duidelijk is welke invulling de voormalige schoollocatie krijgt en welke parkeerbehoefte daarbij hoort, heeft de raad sub b aan artikel 12.2 van de regels van het wijzigingsbesluit toegevoegd. Artikel 12.2, onder b, regelt dat ook op de voormalige schoollocatie voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, maar anders dan bij de 69 woningen kan daaraan nog geen specifiek aantal parkeerplaatsen worden verbonden.

7.2. Artikel 12.2 luidt:

"a. Om de woningen in gebruik te nemen dienen binnen en/of aansluitend aan het plangebied 110 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden en in stand te worden gehouden.

b. Na realisatie van de woningen als bedoeld onder a dient bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, voor de bouw of functieverandering te worden aangetoond dat op het bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in dat deze in stand wordt gehouden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de Nota parkeernormen 2024. Daarbij worden de parkeernormen van Ulft & Varsseveld en gebied Schil gehanteerd. Als gedurende de planperiode een nieuwe parkeernormering wordt vastgesteld, wordt rekening gehouden met de dan vastgestelde parkeernormering.

c. Burgemeester en wethouders kunnen bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in 1 en/of 2 en toestaan dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving van het bouwperceel, hetgeen met een parkeeronderzoek wordt aangetoond.

7.3. De Afdeling begrijpt uit de toelichting van de raad dat het de bedoeling is dat de 69 woningen die ter vervanging van de te slopen woningen worden gebouwd, pas in gebruik worden genomen nadat 110 parkeerplaatsen binnen en/of aansluitend aan het plangebied zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden. Ook is het de bedoeling van de raad dat als daarna de voormalige schoollocatie wordt herontwikkeld en duidelijk is geworden hoe deze locatie precies wordt ingevuld, aan de hand van artikel 12.2, onder b, wordt getoetst welke parkeerbehoefte daarbij hoort en of voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. De Afdeling stelt vast dat artikel 12.2 niet regelt wat de raad heeft beoogd te regelen. Aangezien in artikel 12.2, onder a, alleen het begrip "woningen" staat, moet de bepaling zo worden uitgelegd dat ook als er woningen op de voormalige schoollocatie worden gerealiseerd, deze onder de reikwijdte van artikel 12.2, onder a, vallen en niet onder artikel 12.2, onder b. Gelet op de brede begripsomschrijving van het begrip "woning" in artikel 2.26, maakt het daarbij niet uit of er zorgwoningen, appartementen, of twee-aaneengebouwde woningen op de voormalige schoollocatie worden gebouwd. Uit de motivering en de Nota parkeernormen blijkt echter dat zorgwoningen, appartementen en twee-aaneengebouwde woningen verschillende parkeerbehoeften hebben. Het wijzigingsbesluit is in zoverre niet met de op grond van artikel 3:2 van de Awb vereiste zorgvuldigheid vastgesteld. Daarnaast merkt de Afdeling op dat als beoogd is met artikel 12.2, onder a, te borgen dat de parkeerbehoefte voor de 69 woningen die ter vervanging van de te slopen woningen worden gebouwd, wordt gerealiseerd, het niet duidelijk is waarom er 110 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd en in stand moeten worden gehouden. In de tabel in paragraaf 4.11 van de motivering staat namelijk dat de parkeerbehoefte voor deze 69 woningen 97 parkeerplaatsen bedraagt. Naar het oordeel van de Afdeling is het wijzigingsbesluit ook in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid vastgesteld.

Het betoog slaagt.

Conclusie

8. In overweging 7.3 heeft de Afdeling geconstateerd dat het wijzigingsbesluit een gebrek bevat.

9. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen dit gebrek te herstellen. Deze mogelijkheid biedt artikel 8:51d van de Awb.

De raad kan het gebrek herstellen door artikel 12.2 van de planregels zo aan te passen dat alsnog wordt voorzien in een deugdelijke regeling ten aanzien van parkeren.

10. Afdeling 3.4 van de Awb hoeft bij de voorbereiding van een gewijzigd of nieuw besluit niet opnieuw te worden toegepast. Een dergelijk besluit moet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt en meegedeeld.

11. In de einduitspraak zal de Afdeling oordelen over de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de raad van de gemeente Oude IJsselstreek op om binnen 16 weken na de verzending van deze uitspraak:

- het onder 7.3 genoemde gebrek te herstellen met inachtneming van wat over dit gebrek in deze uitspraak is overwogen;

- de Afdeling en [appellant] en anderen de uitkomst mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Perlot, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Perlot

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026

952

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.S. Perlot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand