ECLI:NL:RVS:2026:616

ECLI:NL:RVS:2026:616

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 202500064/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. [appellante] is door het Brede Hulpteam vanuit de Belastingdienst aangemeld bij het college voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. In het besluit heeft het college onder het kopje ‘Te doorlopen stappen’ aangegeven dat [appellante] een offerte dient op te vragen bij Bzonder Psychologie. Deze informatie en informatie over welke kosten door de zorgverzekeraar worden vergoed, moet zij indienen bij haar contactpersoon. Onder hetzelfde kopje staat dat het college contact heeft gelegd met schuldeisers. De vorderingen zijn bevroren in afwachting van verder bericht. Onder het kopje ‘Voorzieningen’ heeft het college gesteld dat het niet mogelijk is om voorzieningen te verstrekken, omdat [appellante] geen verdere informatie wil verstrekken. Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college stelt dat [appellante] onvoldoende informatie en medewerking heeft verleend om de noodzaak van de door haar aangevraagde voorzieningen aan te tonen. Niet is gebleken dat het door [appellante] gevraagde onderhoud in en rondom de woning acuut nodig is voor het maken van een nieuwe start.

Uitspraak

202500064/1/A2.

Datum uitspraak: 4 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Tilburg,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 6 december 2024 in zaak nr. 24/908 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.

Procesverloop

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college de aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd.

Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 15 januari 2026, waar het college, vertegenwoordigd door M.H.H. Ligtenberg, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellante] is door het Brede Hulpteam vanuit de Belastingdienst aangemeld bij het college voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht).

2. Ten tijde van het besluit van 21 december 2023 luidde artikel 2.21 van de Wht, voor zover voor deze zaak van belang, als volgt:

"1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ingezetene van die gemeente die:

a. een aanvrager van een kinderopvangtoeslag is en een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7;

[…].

4. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verleent de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met de persoon die op basis van het eerste lid in aanmerking komt voor brede ondersteuning.

[…]

6. Indien de aanvraag tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt afgewezen, beëindigt het college van burgemeester en wethouders de brede ondersteuning van de personen die op grond van het eerste of tweede lid in aanmerking komen voor brede ondersteuning binnen 30 dagen nadat de Belastingdienst/Toeslagen het college van burgemeester en wethouders heeft geïnformeerd dat ten aanzien van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag een afwijzende beschikking is gegeven."

3. Op 17 mei 2023 heeft [appellante] de volgende wensenlijst overgelegd:

- schilderwerk zowel binnen als buiten;

- nieuwe keuken, badkamer en toilet;

- nieuwe vloer beneden;

- gordijnen;

- trapbekleding;

- nieuwe poort;

- tuin betegelen;

- kostenvergoeding voor psychische behandeling bij Bzonder Psychologie;

- vergoeding schuld bij deurwaarder van € 13.000,00;

- vergoeding schuld bij Essent van € 874,00; en

- woning en rijbewijs voor zoon.

4. De wensenlijst van [appellante] is opgenomen in het Plan van aanpak van 6 juni 2023.

Besluitvorming

5. Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college onder het kopje ‘Te doorlopen stappen’ aangegeven dat [appellante] een offerte dient op te vragen bij Bzonder Psychologie. Deze informatie en informatie over welke kosten door de zorgverzekeraar worden vergoed, moet zij indienen bij haar contactpersoon. Onder hetzelfde kopje staat dat het college contact heeft gelegd met schuldeisers. De vorderingen zijn bevroren in afwachting van verder bericht. Onder het kopje ‘Voorzieningen’ heeft het college gesteld dat het niet mogelijk is om voorzieningen te verstrekken, omdat [appellante] geen verdere informatie wil verstrekken.

5.1. Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college stelt dat [appellante] onvoldoende informatie en medewerking heeft verleend om de noodzaak van de door haar aangevraagde voorzieningen aan te tonen. Niet is gebleken dat het door [appellante] gevraagde onderhoud in en rondom de woning acuut nodig is voor het maken van een nieuwe start. Er is geen sprake van een onveilige woonsituatie, dreigende uithuiszetting of afsluiting van gas, water en licht. Als al sprake is van een noodzaak van onderhoud, dan geldt dat de brede ondersteuning is gericht op ondersteuning en niet op het aanschaffen van producten.

Uitspraak van de rechtbank

6. De rechtbank heeft ten eerste geoordeeld dat [appellante] geen recht heeft op een vergoeding van de proceskosten in bezwaar. Het college heeft in het besluit van 6 juni 2023 gedeeltelijk brede ondersteuning verleend. Het college heeft immers contact opgenomen met de schuldeisers van [appellante] en de schulden zijn bevroren. Verder is er een hulpverleningstraject richting Bzonder Psychologie in gang gezet, wat in een diagnostisch onderzoek heeft geresulteerd. De kosten hiervan heeft het college voor zijn rekening genomen. In de bezwaarfase heeft het college geen andere ondersteuning toegekend dan bij het besluit van 6 juni 2023 is aangegeven.

De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het college het onderzoek naar de noodzaak van het onderhoud van de woning van [appellante] voldoende zorgvuldig heeft gedaan. Er is meerdere keren met [appellante] gesproken over haar hulpvraag en ondersteuningsbehoefte. Zij is voldoende in de gelegenheid gesteld om zowel mondeling als schriftelijk haar situatie en wensen toe te lichten. In de bezwaarfase is een huisbezoek door een adviseur afgelegd om de bestaande situatie in de woning van [appellante] in kaart te brengen. Wat hij heeft geconstateerd sluit aan op de eerdere contacten die de gemeenteambtenaren met [appellante] hebben gehad. Het contact met [appellante] verloopt moeizaam en contacten zijn meerdere keren gestaakt op verzoek van [appellante]. Onder deze omstandigheden hoefde het college niet op het aanbod van [appellante] in te gaan om opnieuw de woning te komen bekijken. Het college heeft voldoende pogingen tot onderzoek gedaan. Het ligt op de weg van de aanvrager van een voorziening om aan het onderzoek mee te werken en/of anderszins de aanvraag te onderbouwen. [appellante] heeft zelf niets ingebracht waarmee de noodzaak van het gevraagde onderhoud kan worden aangetoond. Het college heeft daarom mogen concluderen dat de noodzaak van het gevraagde herstel en onderhoud aan de woning niet is vast te stellen. Omdat de noodzaak van het gevraagde herstel en onderhoud aan de woning niet is vast te stellen, is ook niet vast te stellen dat dit noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Het college heeft in redelijkheid tot afwijzing van de vergoeding van het gevraagde onderhoud kunnen komen.

Hoger beroep

Procesbelang

7. Het college heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat [appellante] mogelijk geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, omdat de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT) heeft laten weten dat [appellante] niet als gedupeerde is aangemerkt. Uit artikel 2.21, zesde lid, van de Wht volgt dat de brede ondersteuning dan stopt.

7.1. De Afdeling volgt het standpunt van het college niet. [appellante] heeft laten weten dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van de aanvraag tot toekenning om een herstelmaatregel omdat zij geen gedupeerde zou zijn. Dat besluit is dus nog niet onherroepelijk en daarmee staat ook niet onherroepelijk vast dat [appellante] geen gedupeerde is. Zij heeft dan ook belang bij een oordeel van de Afdeling over haar aanvraag om brede ondersteuning.

Hogerberoepsgronden en beoordeling daarvan

8. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen recht heeft op een vergoeding van de proceskosten in bezwaar. In het besluit van 6 juni 2023 staat dat het niet mogelijk is om voorzieningen te treffen. Dat betekent dat de aanvraag is afgewezen. In de bezwaarfase is een vergoeding voor het traject Bijzondere Psychologie toegekend en daarmee is volgens [appellante] in zoverre aan het bezwaar tegemoetgekomen en sprake van een herroeping van het besluit van 6 juni 2023.

8.1. [appellante] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het onderzoek voldoende zorgvuldig heeft uitgevoerd. Dat de gesprekken niet goed zijn verlopen, kan niet of niet alleen aan haar worden toegeschreven. Aangezien er geen zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden, heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het college kon concluderen dat niet is gebleken van een onveilige woonsituatie. Bovendien kunnen ook andere factoren dan veiligheid een rol spelen bij de vraag of onderhoud van de woning voor een nieuwe start nodig is, zoals leefbaarheid.

8.2. De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van de gronden die zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank (ECLI:NL:RBZWB:2024:8385) en in de onder rechtsoverweging 9.2 tot en met 12 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

Conclusie

9. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

10. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026

1033

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?