ECLI:NL:RVS:2026:6201

ECLI:NL:RVS:2026:6201

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 202403242/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de raad van de gemeente Tiel het bestemmingsplan "Buitengebied – [locatie]" vastgesteld. [partij] exploiteert een bedrijf aan [locatie] in het buitengebied van Kapel-Avezaath. Het bedrijf is deels een diervoer- en veehandelsbedrijf en deels een veehouderij. Om te kunnen voldoen aan de normen van het Beter Leven Keurmerk, wil [partij] aan de westzijde van het perceel een nieuwe stal realiseren, zodat het vee meer ruimte heeft. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan". Het plan voorziet daarom in de aanpassing van de vorm van het bestemmingsvlak met de bestemming "Bedrijf - Agrarisch dienstverlenend bedrijf". Dit bestemmingsvlak blijft wel dezelfde omvang behouden als in het bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan". [appellant] woont naast het plangebied en is het niet eens met de vaststelling van het plan.

Uitspraak

202403242/1/R4.

Datum uitspraak: 21 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in Kapel-Avezaath, gemeente Tiel,

appellant,

en

de raad van de gemeente Tiel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied – [locatie]" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[partij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 11 augustus 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. M. de Jong, advocaat in Kerkdriel, via videoverbinding, en de raad, vertegenwoordigd door G.J. Leemreize, zijn verschenen. Verder is op zitting [partij], vertegenwoordigd door mr. M.I.J. Toonders, advocaat in Veldhoven, gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 13 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. [partij] exploiteert een bedrijf aan [locatie] in het buitengebied van Kapel-Avezaath. Het bedrijf is deels een diervoer- en veehandelsbedrijf en deels een veehouderij. Om te kunnen voldoen aan de normen van het Beter Leven Keurmerk, wil [partij] aan de westzijde van het perceel een nieuwe stal realiseren, zodat het vee meer ruimte heeft. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan". Het plan voorziet daarom in de aanpassing van de vorm van het bestemmingsvlak met de bestemming "Bedrijf - Agrarisch dienstverlenend bedrijf". Dit bestemmingsvlak blijft wel dezelfde omvang behouden als in het bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan".

[appellant] woont naast het plangebied en is het niet eens met de vaststelling van het plan.

Toetsingskader

3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Beroepsgronden

Verhouding vorige plannen

4. [appellant] betoogt dat het plan in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel omdat onduidelijk is hoe het plan zich verhoudt tot het bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan", vastgesteld door de raad op 19 oktober 2022. Hiertoe voert [appellant] aan dat in het bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan" zodanig onduidelijk is bepaald welke bestemmingen en planregels onder dat plan voor het plangebied golden, dat niet is vast te stellen hoe die bestemmingen en planregels in het voorliggende plan zijn gewijzigd.

4.1. Voor zover het betoog ziet op het bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan" stelt de Afdeling voorop dat in deze procedure alleen het besluit van 24 april 2024 ter beoordeling voorligt. Dat betekent dat het in deze uitspraak alleen kan gaan over het voorliggende plan en de daarvoor gevolgde procedure. Voor zover het betoog betrekking heeft op gestelde onduidelijkheden in het bestemmingsplan "Buitengebied - Veegplan", ziet dat niet op het voorliggende plan. Dit betekent dat dit betoog in zoverre buiten de omvang van het geding valt en daarom in zoverre in deze uitspraak niet inhoudelijk zal worden behandeld. Verder ziet de Afdeling in wat [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het voorliggende plan in zoverre rechtsonzeker is.

Het betoog slaagt niet.

Opslag diermeel

5. [appellant] betoogt dat artikel 4.1, onder d, van de planregels in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel omdat niet duidelijk is wat de toegestane maximale omvang van de opslag en handel in diermeel is. Dit artikel bepaalt namelijk dat de maximaal toegestane omvang van diermeel de omvang is die ter plaatse bestond ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan "Buitengebied" op 11 april 2019 en zoals beschreven in de Melding Activiteitenbesluit van 15 september 2016. Volgens [appellant] is de toegestane maximale omvang van diermeel daarmee onduidelijk omdat voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied" geen onderzoek is verricht naar de destijds ter plaatse bestaande omvang van diermeel. Daarnaast bevat de Melding Activiteitenbesluit volgens hem geen opgave van de omvang van diermeel en heeft deze melding uitsluitend betrekking op diervoeders, wat volgens [appellant] niet gelijk kan worden gesteld aan diermeel.

5.1. Artikel 4.1 van de planregels luidt:

"De voor 'Bedrijf - Agrarisch dienstverlenend bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

[…]

d. opslag en handel in diermeel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' en maximaal in de omvang zoals die ter plaatse bestond ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan van het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied op 11 april 2019 en zoals beschreven in de op 15 september 2016 ingediende melding activiteitenbesluit voor het bedrijf aan [locatie];

[…]."

5.2. Naar het oordeel van de Afdeling is in artikel 4.1, onder d, van de planregels voldoende duidelijk bepaald wat de maximaal ter plaatse toegestane omvang van de opslag en handel in diermeel is. Bepaald is namelijk dat die omvang niet groter mag zijn dan de grootte van de omvang zoals die ter plaatse bestond ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan "Buitengebied" op 11 april 2019. Zoals de Afdeling eerder in de uitspraak van 27 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2167, onder 12.2 over de grotendeels gelijkluidende planregel in het bestemmingsplan "Buitengebied" heeft overwogen, is daarmee duidelijk wat het peilmoment is om de maximale grootte van de omvang te bepalen. Dat de grootte van die omvang vervolgens niet uit de Melding Activiteitenbesluit zou zijn af te leiden, volgt de Afdeling niet. Weliswaar is in de Melding Activiteitenbesluit niet direct een maximale hoeveelheid diermeel gegeven, maar die kan daar naar het oordeel van de Afdeling wel uit worden afgeleid. In de Melding Activiteitenbesluit is namelijk bepaald dat de maximale hoeveelheid diervoeders ca. 1.500 ton bedraagt. Uit de daarbij opgenomen beschrijving volgt dat deze diervoeders bestaan uit enerzijds plantaardige voedermiddelen (bloem) en anderzijds dierlijke voedermiddelen (diermelen). Op grond van de combinatie van voormeld peilmoment en de Melding Activiteitenbesluit is naar het oordeel van de Afdeling voldoende duidelijk welke hoeveelheid diermeel is toegestaan. Daaruit volgt namelijk dat som van alle diervoeders tezamen ca. 1.500 ton mag bedragen. De hoeveelheid diermeel vormt zoals hiervoor uiteengezet een onderdeel van de totale voor opslag en handel toegestane hoeveelheid diervoeders. Daaruit volgt dat de hoeveelheid diermeel die op de peildatum was toegestaan ook was gemaximeerd tot maximaal ca. 1.500 ton. Op grond van artikel 4.1, onder d, van de planregels geldt deze laatste maximum hoeveelheid ook onder dit plan. Anders dan appellant betoogt, is dus voldoende duidelijk bepaald wat de maximaal ter plaatse toegestane omvang van de opslag en handel in diermeel is.

Voor zover [appellant] betoogt dat de verwerking van diermeel in diervoeders op grond van andere regelgeving verboden is, leidt dat niet tot een andere conclusie, omdat een eventueel verbod niet van belang is voor de beoordeling hoeveel diermeel op grond van het bestemmingsplan is toegestaan.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6. Het beroep is ongegrond.

7. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.

w.g. Kuijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Es

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026

826-1194

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.M. van Es

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand