ECLI:NL:RVS:2026:6215

ECLI:NL:RVS:2026:6215

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 202504426/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om een private schuld van [appellant] over te nemen. [appellant] heeft als gedupeerde van de toeslagenaffaire verzocht om overname van een schuld aan zijn ouders van € 125.000,00 op grond van artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zijn ouders hebben deze lening kunnen verstrekken door zelf een lening af te sluiten onder vestiging van een recht van hypotheek op hun woning. De minister heeft in het besluit van 13 november 2024 toegelicht dat de schuld niet voor overname in aanmerking komt, omdat die een informeel karakter heeft, niet is vastgelegd in een notariële akte en ook niet blijkt uit een rechterlijke uitspraak. Daardoor voldoet de schuld niet aan de vereisten die artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht daaraan stelt.

Uitspraak

202504426/1/A2.

Datum uitspraak: 21 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats]

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Holland van 1 juli 2025 in zaak nr. 24/7935 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Financiën.

Procesverloop

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om een private schuld van [appellant] over te nemen.

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 juli 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op een zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, heeft gesloten.

Overwegingen

1. [appellant] heeft als gedupeerde van de toeslagenaffaire verzocht om overname van een schuld aan zijn ouders van € 125.000,00 op grond van artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zijn ouders hebben deze lening kunnen verstrekken door zelf een lening af te sluiten onder vestiging van een recht van hypotheek op hun woning.

2. De minister heeft in het besluit van 13 november 2024 toegelicht dat de schuld niet voor overname in aanmerking komt, omdat die een informeel karakter heeft, niet is vastgelegd in een notariële akte en ook niet blijkt uit een rechterlijke uitspraak. Daardoor voldoet de schuld niet aan de vereisten die artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht daaraan stelt. Ook heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat het besluit niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel is genomen. Ten slotte heeft de minister geen aanleiding gezien om hier toepassing te geven aan de hardheidsclausule, omdat [appellant] niet heeft gemotiveerd waarom zijn beroep hierop moet slagen.

3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Uitspraak van de rechtbank

4. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard en heeft daartoe het volgende overwogen.

4.1. De minister neemt op grond van artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht alleen geldschulden over die vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren. Voor geldschulden die niet zijn ontstaan in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf van de schuldeiser, zoals de schuld van [appellant] bij zijn ouders, geldt daarnaast nog de eis dat deze moet zijn vastgelegd in een notariële akte of blijkt uit een rechterlijke uitspraak.

4.2. Omdat alleen vóór 1 juni 2021 opeisbare achterstanden worden overgenomen, zijn verifieerbare gegevens nodig om te kunnen beoordelen of aan dit vereiste is voldaan, waarbij vooral de afspraken over de terugbetaling van de lening van belang zijn. In dit geval ontbreken deze gegevens. Uit de door [appellant] ter zitting bij de rechtbank gegeven toelichting volgt dat hij niet achterliep met het aflossen van deze lening, zodat niet aan het opeisbaarheidsvereiste is voldaan. Daarnaast staat vast dat deze schuld niet is vastgelegd in een notariële akte, zodat ook niet aan de aanvullende eis van artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht is voldaan.

4.3. De hardheidsclausule biedt de minister de mogelijkheid om af te wijken van de Wht als zich een bijzondere situatie voordoet waarin niet is voorzien en waarin toepassing van een wetsbepaling tot een zeer onbillijke uitkomst leidt. Het ligt hierbij op de weg van [appellant] om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig aannemelijk te maken, die de conclusie rechtvaardigen dat hij zich in een dergelijke situatie bevindt. Dat heeft hij niet gedaan. De enkele omstandigheid dat hij de lening bij zijn ouders moet afbetalen, is geen reden voor toepassing van de hardheidsclausule, omdat het niet de bedoeling van de Wht is om iedere gedupeerde van de toeslagaffaire volledig te vrijwaren van betalingsverplichtingen.

4.4. Ten slotte heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat de minister voorafgaand aan het besluit van 13 november 2024 onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de relevante feiten en de af te wegen belangen, dat de weigering om de schuld over te nemen niet deugdelijk is gemotiveerd en dat de gevolgen van de besluitvorming voor hem onevenredig zijn met het nagestreefde doel.

Hoger beroep

5. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zijn schuld aan zijn ouders voor overname in aanmerking komt. Het gebrek aan notariële vastlegging van die lening staat daaraan niet in de weg. Om hem deze lening te kunnen verstrekken, hebben zijn ouders immers zelf een lening moeten afsluiten onder vestiging van een recht van hypotheek op hun woning. Die lening is wel in een notariële akte vastgelegd en kwalificeert bovendien als opeisbare schuld.

5.1. Zelfs al zou [appellant] met andere authentieke documenten aannemelijk hebben gemaakt dat aan het bestaan van zijn schuld aan zijn ouders en daarover gemaakte betalingsafspraken redelijkerwijs niet valt te twijfelen (uitspraak van de Afdeling van 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2904, onder 6.2), kan deze hogerberoepsgrond niet slagen. De schuld voldoet namelijk niet aan het vereiste uit artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht, omdat niet is gebleken dat die vóór 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. De minister heeft [appellant] meermaals verzocht om aanvullende informatie en heeft zelfs contact opgenomen met de hypotheekverstrekker van zijn ouders. Niettemin bevat het dossier geen aanknopingspunten dat aan dat vereiste is voldaan. De (eventuele) vastlegging en opeisbaarheid van de schuld van zijn ouders doen niet ter zake, omdat hieruit niet de opeisbaarheid van zijn schuld aan zijn ouders volgt.

5.2. De gronden die [appellant] voor het overige in hoger beroep aanvoert, zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 2.10 en 2.11 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

Conclusie

6. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

7. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.

w.g. Meijer

voorzitter

w.g. Hazen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026

452-1197

BIJLAGE

Wettelijk kader

Wet hersteloperatie toeslagen

Artikel 4.1

1. Onze Minister neemt op aanvraag de geldschulden en kosten over op grond van artikel 155 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, tenzij op die aanvrager, die partner of die ex-partner artikel 4.6 of 4.7 van toepassing is.

2. De geldschulden die worden overgenomen:

a. zijn ontstaan na 31 december 2005;

b. waren voor 1 juni 2021 opeisbaar; en

c. zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan.

3. Geldschulden en kosten die worden overgenomen, zijn:

a. een geldschuld die is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser;

b. een geldschuld die niet is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser indien deze is vastgelegd in een notariële akte die is verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 of blijkt uit een rechterlijke uitspraak indien de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of dagvaarding of het daaraan voorafgaande verzoekschrift dateert van voor 1 juni 2021, waarbij geldt dat de zaak bij de rechtbank binnen een redelijke termijn na de dagtekening van de ingebrekestelling aanhangig moet zijn gemaakt;

[…].

Artikel 9.1

[…].

2. Voor zover toepassing gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard kan:

a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 2.15a, 2.15b, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;

[…].

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.J.R. Hazen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand