ECLI:NL:RVS:2026:625

ECLI:NL:RVS:2026:625

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 202404385/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij brief van 26 oktober 2023 heeft Scientist Rebellion de minister van Klimaat en Groene Groei in gebreke gesteld ten aanzien van het nemen van een beslissing op haar verzoeken. Scientist Rebellion is een internationale groep van wetenschappers die zich zorgen maakt over het klimaat en als belang heeft het beperken van de opwarming van de aarde. Scientist Rebellion voert actie en spoort de overheid aan tot het opstellen van wet- en regelgeving en het treffen van maatregelen. Bij brief van 26 augustus 2023 heeft Scientist Rebellion de minister verzocht enkele beslissingen te nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van 26 augustus 2023 geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De minister hoefde daarom geen besluit te nemen.

Uitspraak

202404385/1/A3.

Datum uitspraak: 4 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Scientist Rebellion, gevestigd in Enschede,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 juni 2024 in zaak nr. 23/2322 in het geding tussen:

Scientist Rebellion

en

de minister van Klimaat en Groene Groei (voorheen: de minister van Economische Zaken en Klimaat)

Procesverloop

Bij brief van 26 oktober 2023 heeft Scientist Rebellion de minister in gebreke gesteld ten aanzien van het nemen van een beslissing op haar verzoeken.

Op 12 november 2023 heeft Scientist Rebellion beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar verzoeken.

Bij uitspraak van 11 juni 2024 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het door Scientist Rebellion ingestelde beroep kennis te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft Scientist Rebellion hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Scientist Rebellion heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 26 november 2025, waar Scientist Rebellion, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.G.C. Bulten, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Scientist Rebellion is een internationale groep van wetenschappers die zich zorgen maakt over het klimaat en als belang heeft het beperken van de opwarming van de aarde. Scientist Rebellion voert actie en spoort de overheid aan tot het opstellen van wet- en regelgeving en het treffen van maatregelen.

1.1. Bij brief van 26 augustus 2023 heeft Scientist Rebellion de minister verzocht enkele beslissingen te nemen. Zij heeft de minister verzocht om een uitwerking van artikel 7 van het Verdrag van Aarhus waarmee het publiek klimaatmaatregelen kan indienen, waarna de overheid die maatregelen achter de hand kan houden, bijvoorbeeld door een openbare lijst met effectieve klimaatmaatregelen. Scientist Rebellion heeft ook verzocht te bepalen dat de verplichtingen uit de Overeenkomst van Parijs en artikel 21 van de Grondwet van betekenis zijn voor voorstellen die de overheid achter de hand houdt. Verder heeft Scientist Rebellion verzocht om onder toepassing van artikel 6, vierde lid, van het Verdrag van Aarhus de klimaatmaatregelen ‘Stop fossiele subsidies’ en ‘Start burgerberaden klimaat & milieu’ achter de hand te houden. Onder toepassing van artikel 20, eerste lid, en artikel 21 van de Grondwet zou de klimaatmaatregel ‘Stop fossiele subsidies’ uiterlijk in 2024 moeten worden toegepast. Ten slotte heeft Scientist Rebellion de minister verzocht te verantwoorden waarom elke burger jaarlijks € 1.700,00 aan belasting moet betalen voor het gebruik van fossiele brandstoffen.

1.2. Scientist Rebellion heeft de minister op 26 oktober 2023 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op de brief van 26 augustus 2023. Zij heeft vervolgens op 12 november 2023 een beroep niet tijdig beslissen bij de rechtbank ingesteld.

1.3. De minister heeft bij brief van 7 december 2023 een inhoudelijke reactie gegeven op de brief van Scientist Rebellion van 26 augustus 2023. Deze reactie heeft niet de vorm van een besluit. De minister heeft in dat kader bij de rechtbank gesteld dat hij de brief van Scientist Rebellion van 26 augustus 2023 als een zogenaamde "burgerbrief" beschouwt en niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van 26 augustus 2023 geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De minister hoefde daarom geen besluit te nemen. Dat betekent volgens de rechtbank dat ook geen sprake is van het niet tijdig nemen van een besluit en geen beroep kon worden ingesteld tegen het uitblijven van dat besluit. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep.

Wettelijk kader

3. De voor deze zaak van belang zijnde bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Hoger beroep

4. Scientist Rebellion betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de brief van 26 augustus 2023 een aanvraag is met het verzoek een besluit te nemen. Volgens Scientist Rebellion streeft zij met de verzoeken wel rechtsgevolgen na. Zij vraagt om uitvoeringsbesluiten in lijn met internationale verdragen en kaart nalatigheid aan. De rechter moet bescherming bieden bij een falende overheid en de overheid heeft een positieve verplichting de aanvraag te onderzoeken. Scientist Rebellion betoogt dat de toegang tot de rechter voortvloeit uit het feit dat de overheid nalatig is in het uitvoeren van artikel 7 van het Verdrag van Aarhus. Zij is aangewezen op de bestuursrechter omdat de toegang tot andere rechters onevenredig kostbaar is, zoals bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het Verdrag van Aarhus. Scientist Rebellion verwijst in haar hoger beroep naar de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 9 april 2024, KlimaSeniorinnen, nr. 53600/20.

Beoordeling

5. De Afdeling stelt voorop dat de vraag moet worden beantwoord of de brief van Scientist Rebellion van 26 augustus 2023 moet worden gekwalificeerd als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Het antwoord op die vraag bepaalt immers in hoeverre de bestuursrechter bevoegd is van het (hoger) beroep kennis te nemen. In de brief verzoekt Scientist Rebellion - kortgezegd - de minister om beslissingen te nemen over klimaatmaatregelen. Scientist Rebellion stelt voor een lijst met effectieve klimaatregelen achter de hand te houden die zouden kunnen worden getroffen bij falend klimaatbeleid. Zij verwijst daarbij naar het Verdrag van Aarhus dat toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter bij milieuaangelegenheden regelt.

5.1. Net als de rechtbank duidt de Afdeling de brief van Scientist Rebellion als het aansporen van de minister tot het maken van politieke keuzes op het gebied van klimaatverandering. Er wordt verzocht om beleid te formuleren dan wel algemene maatregelen te nemen. Het verzoek ziet daarmee niet op het nemen van beslissingen, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling, oftewel een besluit, als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Naar het oordeel van de Afdeling is de brief van 26 augustus 2023 dan ook geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Dat betekent dat de minister daarop geen besluit hoeft te nemen en geen sprake is van een fictief besluit op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb. Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan bij de bestuursrechter alleen tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, beroep worden ingesteld. Nu van die situatie geen sprake is, heeft de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep.

5.2. De Afdeling overweegt verder dat het beroep van Scientist Rebellion op artikel 7 van het Verdrag van Aarhus haar in deze procedure niet kan baten. Die bepaling heeft betrekking op het door lidstaten treffen van passende voorzieningen voor inspraak voor het publiek bij de voorbereiding van plannen en programma's over het milieu. Artikel 7 van het Verdrag van Aarhus heeft dus geen betrekking op de toegang tot de rechter. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3146.

5.3. Artikel 9 van het Verdrag van Aarhus gaat wel over de toegang tot de rechter. Uit deze bepaling volgt dat het aan de lidstaten is om binnen het kader van hun nationale wetgeving te waarborgen dat een ieder toegang heeft tot de rechter. Ook moeten lidstaten het publiek toegang geven tot bestuursrechtelijke of rechterlijke procedures om het handelen en nalaten van privé-personen en overheidsinstanties te betwisten die strijdig zijn met bepalingen van haar nationale recht betreffende het milieu. Procedures mogen ten slotte niet onevenredig kostbaar zijn. Uit artikel 9 volgt echter niet dat per definitie de bestuursrechter moet worden aangewezen om in dergelijke procedures te beslissen. In zoverre kan Scientist Rebellion dus niet op basis van deze bepaling, en buiten het kader van de Awb, alsnog toegang tot de bestuursrechter verkrijgen. Nog daargelaten of Scientist Rebellion een beroep kan doen op artikel 9, vierde lid, van het Verdrag is de Afdeling van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de toegang tot de civiele rechter in dit geval onevenredig kostbaar is. Anders dan Scientist Rebellion stelt, is het daarbij ook niet zo dat de advocaatkosten bij een civiele procedure excessief zijn en dat de bij de civiele rechter in het ongelijk gestelde partij opdraait voor de volledige advocaatkosten van de wederpartij. Scientist Rebellion heeft verder niet feitelijk onderbouwd waarom een procedure bij de civiele rechter in dit geval onevenredig kostbaar zou zijn, zoals bedoeld in artikel 9, vierde lid van het Verdrag van Aarhus.

5.4. Tenslotte overweegt de Afdeling dat ook uit het Klimaseniorinnen-arrest niet kan worden afgeleid tot welke specifieke rechterlijke instantie men zich in milieuaangelegenheden moet wenden. Daaruit kan evenmin worden afgeleid dat dat in dit geval de Nederlandse bestuursrechter zou moeten zijn.

5.5. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

7. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, griffier.

w.g. Kuijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Langeveld

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026

317-1104

BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:3

1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

(…)

3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

(…)

Artikel 6:2

Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld:

a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en

b. het niet tijdig nemen van een besluit.

Artikel 8:1

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, Aarhus, 25-06-1998

Artikel 7. Inspraak betreffende plannen, programma's en beleid betrekking hebbende op het milieu

Elke Partij treft passende praktische en/of andere voorzieningen voor inspraak voor het publiek gedurende de voorbereiding van plannen en programma's betrekking hebbende op het milieu, binnen een transparant en eerlijk kader, na het publiek de benodigde informatie te hebben verstrekt. In dit kader wordt artikel 6, derde, vierde en achtste lid toegepast. Het publiek dat kan inspreken wordt door de betreffende overheidsinstantie aangewezen met inachtneming van de doelstellingen van dit Verdrag. Voor zover passend spant elke Partij zich in om, bij de voorbereiding van beleid betrekking hebbende op het milieu mogelijkheden te scheppen voor inspraak.

Artikel 9. Toegang tot de rechter

1. Elke Partij waarborgt, binnen het kader van haar nationale wetgeving, dat een ieder die meent dat zijn of haar verzoek om informatie ingevolge artikel 4 veronachtzaamd, ten onrechte geheel of gedeeltelijk afgewezen of anderszins niet beantwoord is in overeenstemming met de bepalingen van dat artikel, toegang heeft tot een herzieningsprocedure voor een rechterlijke instantie of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan.

In de omstandigheden waarin een Partij in een dergelijk beroep bij een rechterlijke instantie voorziet, waarborgt zij dat een dergelijke persoon tevens toegang heeft tot een bij wet ingestelde snelle procedure die kosteloos of niet kostbaar is, voor heroverweging door een overheidsinstantie of toetsing door een onafhankelijk en onpartijdig orgaan anders dan een rechterlijke instantie.

(…)

2. Elke Partij waarborgt, binnen het kader van haar nationale wetgeving, dat leden van het betrokken publiek

a. die een voldoende belang hebben

dan wel

b. stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, wanneer het bestuursprocesrecht van een Partij dit als voorwaarde stelt,

toegang hebben tot een herzieningsprocedure voor een rechterlijke instantie en/of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan, om de materiële en formele rechtmatigheid te bestrijden van enig besluit, handelen of nalaten vallend onder de bepalingen van artikel 6 en, wanneer het nationale recht hierin voorziet en onverminderd het navolgende derde lid, andere relevante bepalingen van dit Verdrag.

(…)

3. Aanvullend op en onverminderd de in het voorgaande eerste en tweede lid bedoelde herzieningsprocedures, waarborgt elke Partij dat leden van het publiek, wanneer zij voldoen aan de eventuele in haar nationale recht neergelegde criteria, toegang hebben tot bestuursrechtelijke of rechterlijke procedures om het handelen en nalaten van privé-personen en overheidsinstanties te betwisten die strijdig zijn met bepalingen van haar nationale recht betreffende het milieu.

4. Aanvullend op en onverminderd het voorgaande eerste lid, voorzien de in het voorgaande eerste, tweede en derde lid bedoelde procedures in passende en doeltreffende middelen, met inbegrip van, zo nodig, een dwangmiddel tot rechtsherstel en zijn zij billijk, snel en niet onevenredig kostbaar. Beslissingen ingevolge dit artikel zijn schriftelijk of worden schriftelijk vastgelegd. Beslissingen van rechterlijke instanties, en waar mogelijk van andere organen, zijn voor het publiek toegankelijk.

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?