ECLI:NL:RVS:2026:640

ECLI:NL:RVS:2026:640

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 202407306/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Tussenuitspraak bestuurlijke lus

Samenvatting

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Oostvaarderskwartier Hazerswoude-Dorp" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een voetbalveld van de voetbalvereniging Hazerswoudse Boys in Alphen aan de Rijn ten behoeve van woningbouw, waarbij de mogelijkheid voor 64 woningen wordt gecreëerd. Het woningbouwplan bestaat uit vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen. Daarbij zal het merendeel van het aanbod bestaan uit sociale huurwoningen en is een klein deel bestemd voor de vrije sector. Daarnaast voorziet het plan in een aansluiting van de Heerenlaan op de Sportparklaan. Naast het voetbalveld maakt de omliggende ontsluiting eveneens onderdeel uit van dit bestemmingsplan. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied aan de Burgemeester Warnaarkade. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat de raad volgens hen onvoldoende aandacht heeft gehad voor de verkeersveiligheid in en rondom het plangebied.

Uitspraak

202407306/1/R3.

Datum uitspraak: 4 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak, deels tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend in Hazerswoude-Dorp, gemeente Alphen aan den Rijn,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Oostvaarderskwartier Hazerswoude-Dorp" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting op 10 november 2025, waar [appellant] en anderen, van wie [appellant], [twee andere appellanten] in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door F.M. Jansen, G.J. van der Zwaard en G. Balki, zijn verschenen. Voorts is op de zitting Habeko, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 3 augustus 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een voetbalveld van de voetbalvereniging Hazerswoudse Boys in Alphen aan de Rijn ten behoeve van woningbouw, waarbij de mogelijkheid voor 64 woningen wordt gecreëerd. Het woningbouwplan bestaat uit vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen. Daarbij zal het merendeel van het aanbod bestaan uit sociale huurwoningen en is een klein deel bestemd voor de vrije sector.

3. Daarnaast voorziet het plan in een aansluiting van de Heerenlaan op de Sportparklaan. Naast het voetbalveld maakt de omliggende ontsluiting eveneens onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

4. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied aan de Burgemeester Warnaarkade. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat de raad volgens hen onvoldoende aandacht heeft gehad voor de verkeersveiligheid in en rondom het plangebied.

Ontvankelijkheid

5. [appellant] heeft in het beroepschrift verklaard dat zij mede namens meerdere omwonenden opkomt. Bij het beroepschrift is een handtekeningenlijst gevoegd, waaruit blijkt welke omwonenden [appellant] stelt te vertegenwoordigen in hun beroep tegen het bestemmingsplan.

6. [persoon A] en [personen C en D] hebben die handtekeningenlijst niet getekend, waardoor daaruit niet blijkt dat zij [appellant] hebben gemachtigd om hen te vertegenwoordigen.

7. [appellant] is bij aangetekende brief van 5 december 2024 verzocht de gestelde vertegenwoordiging van deze personen aan te tonen. [appellant] is tot en met 30 december 2024 hiertoe in de gelegenheid gesteld. Hierbij is vermeld dat, indien dat niet binnen de gestelde termijn gebeurt, er rekening mee moet worden gehouden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

8. [appellant] heeft binnen de daarvoor gestelde termijn geen gebruikgemaakt van de gelegenheid om de gevraagde machtigingen te overleggen.

9. Het beroep van [appellant] en anderen voor zover beweerdelijk mede ingesteld door [persoon A] en [personen C en D], is niet-ontvankelijk. Als de Afdeling in het vervolg spreekt over [appellant] en anderen, zijn daaronder [persoon A] en [personen C en D] niet begrepen.

Toetsingskader

10. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Beroepsgronden

Inspraak en participatie

11. [appellant] en anderen betogen dat de inspraak en participatie voorafgaande aan de vaststelling van het plan niet adequaat heeft plaatsgevonden. Daartoe voeren zij aan dat de belangen van de bewoners van Hazerswoude-Dorp bij de voorbereiding van het bestemmingsplan onvoldoende zijn meegenomen. Verder wijzen [appellant] en anderen op een gebrek aan transparantie en gebrekkige communicatie. [appellant] en anderen brengen overigens naar voren dat het participatieproces formeel is gevolgd, maar dit in de praktijk als onvoldoende is ervaren.

11.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) geen verplichting kennen tot participatie voor een bestemmingsplanprocedure. Volgens de raad kan de omstandigheid dat bewoners vinden dat de participatie niet op de juiste wijze heeft plaatsgevonden, dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestemmingsplan. Verder wijst de raad op informatieflyers waarmee direct-aanwonenden zijn betrokken bij de planvorming en op bijeenkomsten waarbij met hen is gesproken over de voorgenomen plannen.

11.2. Het besluit tot vaststelling van het plan is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. In overeenstemming met deze procedure zijn [appellant] en anderen in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen. Niet in geschil is dat aan de wettelijke vereisten voor de terinzagelegging van het plan is voldaan. Van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen, is door onder meer [appellant] en anderen gebruikgemaakt. In de "Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Oostvaarderskwartier" (hierna: Nota van zienswijzen) is de raad ingegaan op de ingebrachte zienswijzen.

11.3. Hoewel uit de Nota van zienswijzen blijkt dat de raad de omwonenden bij de procedure heeft betrokken, blijkt uit het beroepschrift van [appellant] en anderen dat zij de geboden inspraak op een andere wijze hebben ervaren dan hoe de raad dit heeft beleefd. De Afdeling overweegt hierover dat het bieden van inspraak en het plegen van overleg voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen onderdeel uitmaakt van de in de Wro en het Bro geregelde bestemmingsplanprocedure. Het eventueel onvoldoende bieden van mogelijkheden tot inspraak of overleg in deze fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens zijn er vóór de terinzagelegging van het ontwerpplan diverse momenten van overleg geweest, waarbij zowel gemeentelijke ambtenaren als de ontwikkelaar met omwonenden in gesprek zijn gegaan over de voorgenomen plannen.

Het betoog slaagt niet.

12. [appellant] en anderen betogen daarnaast dat de raad in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld door in de Nota van zienswijzen niet in te gaan op 27 essentiële punten uit een zienswijze van 12 september 2023. Daartoe voeren zij aan dat pas na herhaaldelijk aandringen door de indieners, de 27 onbeantwoorde vraagpunten zijn behandeld tijdens de raadscommissie van 23 september 2024 en in een mail van 24 september 2024. Een dag later zijn de 27 vragen alsnog door de raad beantwoord. Dat duidt volgens [appellant] en anderen eveneens op een onzorgvuldigheid. Verder brengen zij naar voren dat aan het argument van de raad dat haar zienswijze te lang zou zijn voorbij moet worden gegaan, mede gelet op de omstandigheid dat zij hebben moeten reageren op een bestemmingsplan van 354 pagina’s in een relatief korte periode en de raad zelf bijna een jaar de tijd heeft genomen voor de beantwoording van de zienswijze.

12.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de Nota van zienswijzen voldoet aan de eisen die artikel 3:46 van de Awb daaraan stelt. De raad brengt naar voren dat hij vanwege het grote aantal zienswijzen in eerste instantie heeft gekozen op hoofdlijnen te reageren door hoofdzaak van bijzaak te scheiden. Volgens de raad verzet artikel 3:46 van de Awb zich niet tegen zo'n werkwijze, omdat de zienswijzen samengevat mogen worden weergeven en de raad niet op ieder argument afzonderlijk hoeft in te gaan. Verder voert de raad aan dat de 27 vragen in een addendum alsnog zijn beantwoord, maar daarin veel staat wat ook al in de Nota van zienswijzen stond.

12.2. Voor zover [appellant] en anderen aanvoeren dat er niet of onvolledig is gereageerd op hun zienswijze, overweegt de Afdeling als volgt. De Afdeling vat het zo op dat de wijze waarop de raad de naar voren gebrachte zienswijzen heeft behandeld in strijd zou zijn met de motiveringsverplichting van artikel 3:46 van de Awb. Artikel 3:46 van de Awb verzet zich er niet tegen dat de raad de zienswijze samengevat weergeeft of verwijst naar de beantwoording van andere zienswijzen. Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten ten onrechte niet in de overwegingen zijn betrokken. Bovendien heeft de raad op verzoek van [appellant] en anderen alsnog inhoudelijk gereageerd op de punten die volgens [appellant] en anderen onbeantwoord waren gebleven. De enkele omstandigheid dat de raad de reactie op die punten een dag na de behandeling daarvan in de raadscommissie aan [appellant] en anderen heeft toegestuurd, maakt niet dat sprake is van onzorgvuldig handelen. In wat [appellant] en anderen verder hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de voorbereiding van het bestemmingsplan in zoverre in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.

Het betoog slaagt niet.

Zorgvuldigheidsbeginsel

13. [appellant] en anderen betogen dat de raad niet zorgvuldig is omgegaan met het in opdracht van hen opgestelde tegenrapport "Contra-expertise 'Noordoostelijke wijkontsluitingsweg Hazerswoude-Dorp'", van 10 september 2024. Daartoe voeren zij aan dat de raad in slechts drie werkdagen een reactie op dat rapport heeft gegeven. Dat duidt volgens [appellant] en anderen op onzorgvuldigheid.

13.1. De Afdeling overweegt dat de enkele omstandigheid dat de raad binnen drie werkdagen een reactie heeft gegeven op de contra-expertise van [appellant] en anderen, niet maakt dat daarmee sprake is van onzorgvuldigheid. [appellant] en anderen hebben de inhoud van die reactie verder niet bestreden.

Het betoog slaagt niet.

Verkeersveiligheid

Onvoldoende en ondeugdelijk onderzoek

14. [appellant] en anderen betogen dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de verkeersveiligheid in fase 2 van het plan, waarbij de woningen zijn gerealiseerd maar de gewenste verkeersontsluiting nog niet. Daarbij wijzen [appellant] en anderen op de reeds overbelaste wegen, waar de nieuwe bewoners gebruik van zullen moeten maken. Dat is volgens [appellant] en anderen onwenselijk omdat het plangebied in een kwetsbaar gebied ligt, waarbij kinderen zich van en naar de nabij het plangebied gelegen school en sportvoorzieningen bewegen.

Daarnaast betogen [appellant] en anderen dat het "Verkeerscirculatieplan Hazerswoude-Dorp noordoost" van 14 oktober 2022, opgesteld door Goudappel (hierna: verkeerscirculatieplan), dat de raad mede aan het plan ten grondslag heeft gelegd, meerdere gebreken bevat. Volgens [appellant] en anderen zijn de verkeersintensiteiten van de betrokken wegen in fase 2 onderschat en is er ten onrechte niet gekeken naar de intensiteit van omliggende wegen als de N455. Ook is verkeer als gevolg van bouwplannen aan de Voorweg en de Lindelaan onvoldoende in het onderzoek betrokken. Verder brengen [appellant] en anderen naar voren dat er onvoldoende aandacht is voor voetgangers, door het gebrek aan een trottoir langs de Heerenlaan. [appellant] en anderen wijzen ook op mogelijke handhavingsproblemen bij de eenrichtingswegen en de daarmee samenhangende mogelijkheid voor sluipverkeer dat zich via de Burgemeester Warnaarkade naar de N209 begeeft, terwijl de raad dat in een eerder stadium nog onacceptabel vond. Tot slot is de wegbreedte van de Burgemeester Warnaarkade met een verhardingsbreedte van 5 m volgens [appellant] en anderen in strijd met de richtlijn van het CROW die 5,80 m voorschrijft.

14.1. In paragraaf 3.2.1 van de plantoelichting wordt beschreven hoe het verkeer dat de ontwikkeling genereert zal worden afgewikkeld. Daaruit volgt dat het aantal verkeersbewegingen met maximaal 340 motorvoertuigen per etmaal (hierna: mvt) zal toenemen. Het plan zal volgens de toelichting uit drie fases bestaan, die zijn uitgewerkt in het verkeerscirculatieplan. Dat plan beschrijft dat in de eerste fase, de bouwfase, een bouwweg wordt aangelegd vanaf de N209 naar het plangebied, om te voorkomen dat bouwverkeer zich mengt met gewoon verkeer. In fase 2 zijn de voorziene woningen in het plangebied gebouwd en bewoond, waarbij er gekozen is voor een pakket aan verkeersmaatregelen dat in het verkeerscirculatieplan variant E wordt genoemd. In die variant zal sprake zijn van eenrichtingsverkeer via de Sportparklaan (zuid-noord) en de Heerenlaan (noord-zuid), en eenrichtingsverkeer op het oostelijke deel van de Burgemeester Warnaarkade (west-oost). In variant E wordt volgens het verkeerscirculatieplan op geen enkele bij het onderzoek betrokken weg de maximaal toelaatbare intensiteit overschreden.

14.2. In het verkeerscirculatieplan zijn de huidige intensiteiten van de nabij het plangebied gelegen wegen opgenomen, waarbij voor de meeste wegen gebruik is gemaakt van verkeerstellingen uit september 2022. Daaruit volgt dat de getelde verkeersintensiteiten de toelaatbare intensiteiten niet overschrijden. De verkeersintensiteit van de Dorpsstraat-Oost is in het verkeerscirculatieplan gebaseerd op het verkeersmodel, waaruit volgt dat de maximaal toelaatbare intensiteit op de Dorpsstraat-Oost wordt overschreden. Daarom heeft de raad in oktober 2024 een nadere verkeerstelling uitgevoerd waaruit volgt dat de werkelijke verkeersintensiteit van de Dorpsstraat-Oost, de maximaal toelaatbare intensiteit niet overschrijdt.

Voor zover [appellant] en anderen betogen dat nu al sprake is van overbelaste wegen in en nabij het plangebied, waar de toekomstige bewoners van de woningen in het plangebied ook gebruik van zullen maken, overweegt de Afdeling als volgt. [appellant] en anderen hebben de getelde en de maximaal toelaatbare intensiteiten van de in het verkeerscirculatieplan betrokken wegen niet concreet betwist. Aangezien op geen van de wegen de maximaal toelaatbare intensiteit wordt overschreden, is geen sprake van reeds overbelaste wegen, zodat de Afdeling dat betoog van [appellant] en anderen niet volgt. Voor zover zij betogen dat alleen gebruik is gemaakt van een algemeen theoretisch kader, is dat gelet op de verrichte verkeerstellingen niet juist. Over het betoog dat de huidige verkeersintensiteit van de N209 (Gemeneweg) zou zijn onderschat, omdat op het moment van tellen slechts de helft van de toelaatbare intensiteit geteld is, overweegt de Afdeling dat die weg niet is betrokken in het verkeerscirculatieplan.

14.3. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat de verkeersintensiteiten van de betrokken wegen in fase 2 zijn onderschat, hebben zij dat niet onderbouwd. De raad heeft naar het oordeel van de Afdeling verder voldoende toegelicht dat de Middelweg (N455) en de Hogeveenseweg, anders dan [appellant] en anderen betogen, op een dusdanige afstand van het plangebied liggen, dat de impact van het plan op die wegen gering is en niet hoeft te worden betrokken in het onderzoek naar de verkeersgevolgen van het bestemmingsplan.

Over het betoog van [appellant] en anderen dat de verkeersgevolgen van de bouwplannen aan de Voorweg en de Lindelaan onvoldoende in het onderzoek zijn betrokken, overweegt de Afdeling als volgt. Over het bouwplan aan de Voorweg stelt de raad terecht dat uit de toelichting bij dat plan volgt dat slechts sprake is van een geringe toename aan verkeer, dat meerdere kanten uit kan, waardoor dat plan niet leidt tot aantoonbaar meer verkeer in de directe leefomgeving van [appellant] en anderen. Gelet daarop heeft de raad terecht aangenomen dat er geen gevolgen waren van dat bouwplan die in het verkeersonderzoek hadden moeten worden betrokken. Voor het bouwplan aan de Lindelaan was op het moment van vaststellen van voorliggend bestemmingsplan nog geen sprake van een concreet plan met planologische toestemming. Alleen al daarom had dat bouwplan niet betrokken kunnen worden in het verkeersonderzoek voorafgaand aan voorliggend bestemmingsplan.

Anders dan [appellant] en anderen betogen schrijft de richtlijn van het CROW geen minimale breedte van 5,8 m voor. De Burgemeester Warnaarkade is een erftoegangsweg. In de richtlijn staat daarvoor een minimale breedte van 4,8 m aangegeven. Niet in geschil is dat de Burgemeester Warnaarkade een wegbreedte van 5 m heeft. Er is daarom geen strijd met de richtlijn van het CROW.

Voor zover [appellant] en anderen vrezen dat auto's in strijd met de te nemen verkeersbesluiten tegen de richting in zullen rijden, betreft dat een kwestie van handhaving van verkeersregels die niet in deze procedure aan de orde kan komen. Overigens heeft de raad op de zitting desgevraagd toegelicht dat toezicht kan worden gehouden op het eenrichtingsverkeer, door het plaatsen van camera's die gedurende lange tijd de hele dag de wegen kunnen monitoren. Bovendien heeft de raad op de zitting toegelicht dat een wethouder tijdens een raadsvergadering heeft toegezegd dat na realisering van het plan, extra zal worden gehandhaafd op het overtreden van het eenrichtingsverkeer.

Hoewel de zorgen van [appellant] en anderen begrijpelijk zijn en het plan enige toename van verkeer zal veroorzaken, is er gelet op het voorgaande, geen aanleiding voor het oordeel dat het verkeerscirculatieplan gebreken bevat die maken dat de raad het niet aan het plan ten grondslag had mogen leggen. Verder volgt uit het verkeerscirculatieplan naar het oordeel van de Afdeling dat de raad voldoende onderzoek heeft gedaan naar de verkeersveiligheid en zich gelet op dat plan op het standpunt heeft kunnen stellen dat het mogelijk is om in fase 2 een situatie te creëren die wat betreft verkeer ruimtelijk aanvaardbaar is.

Het betoog in zoverre slaagt niet.

14.4. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat de veiligheid van voetgangers onvoldoende is gewaarborgd doordat er geen trottoir is voorzien langs de Heerenlaan, overweegt de Afdeling als volgt. Uit het verkeerscirculatieplan volgt dat de Heerenlaan als onderdeel van variant E zal worden heringericht, waarbij een trottoir zal worden toegevoegd om het verkeer op een veilige manier af te wikkelen. De raad heeft in het verweer eveneens toegelicht dat een trottoir zal worden aangelegd. Daaruit leidt de Afdeling af dat de raad de aanleg van een trottoir op de Heerenlaan noodzakelijk acht uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening. Gelet daarop had de raad de aanleg en de instandhouding daarvan in de planregels moeten borgen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076, onder 27.4). Dat heeft de raad ten onrechte niet gedaan.

Het betoog slaagt in zoverre.

Onvoldoende waarborgen rotonde en ontsluitingsweg

15. [appellant] en anderen betogen dat de raad heeft nagelaten voldoende waarborgen te bieden dat de voor het plan noodzakelijke rotonde en de ontsluitingsweg, zoals beschreven in de planfasering, tijdig gerealiseerd worden, waardoor fase 2 van het plan potentieel lang duurt. Daartoe voeren zij aan dat de aanleg van de rotonde en de ontsluitingsweg afhankelijk is van de provincie. Volgens [appellant] en anderen is er geen waarborg dat de veilige ontsluiting van fase 3 uit het bestemmingsplan gerealiseerd zal worden en binnen welke termijn. Om die reden had de rotonde eerst door de provincie gerealiseerd moeten worden, voordat het bestemmingsplan vastgesteld had kunnen worden.

15.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het woningbouwplan dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt niet afhankelijk is van de ontsluiting waar [appellant] en anderen op wijzen. Uit het verkeerscirculatieplan dat is opgesteld in voorbereiding op het bestemmingsplan, blijkt volgens de raad dat ook indien de noordelijke ontsluitingsweg en de rotonde niet worden gerealiseerd de verkeersveiligheid niet in het geding is.

15.2. Uit paragraaf 3.2.1 van de plantoelichting volgt dat er in fase 3 van het plan een rotonde bij de provinciale weg N209 zal zijn aangelegd. Die rotonde wordt door een nog aan te leggen ontsluitingsweg aangesloten op de Heerenlaan, waardoor het verkeer vanuit het plangebied en de omliggende scholen en sportverenigingen, via de Heerenlaan kan worden ontsloten richting de rotonde en de N209.

15.3. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat de rotonde en de ontsluitingsweg waar [appellant] en anderen op wijzen niet noodzakelijk zijn voor het creëren van een aanvaardbare verkeerssituatie in en rondom het plangebied. Daarvoor verwijst de Afdeling naar wat daarover onder 14.3 is overwogen. Daaruit volgt dat in fase 2 van de planfasering zoals beschreven in het verkeerscirculatieplan, een aanvaardbare verkeersituatie in en rondom het plangebied kan worden gecreëerd.

Het betoog slaagt niet.

Aantasting groen

16. [appellant] en anderen betogen dat de bebouwing die het bestemmingsplan mogelijk maakt, leidt tot een onaanvaardbare afname van groen en bomen, die niet wordt gecompenseerd. Daartoe voeren zij aan dat de woningbouw die mogelijk wordt gemaakt ervoor zorgt dat de nodige bomen, het gras van het voetbalveld en de groenstrook eromheen moeten verdwijnen voor onder andere parkeerplaatsen en tegels. De mogelijke groene aankleding van het plangebied kan het verlies aan groen volgens [appellant] en anderen niet compenseren. Daarbij wijzen [appellant] en anderen ook op de beperkte watercompensatie. Verder heeft de voorgenomen bebouwing een negatieve invloed op het ecosysteem en is het in strijd met het Alphense groenbeleid. Anders dan de raad stelt, staan deze nadelige gevolgen volgens [appellant] en anderen niet in verhouding tot de met het plan te dienen doel van woningbouw.

16.1. De raad stelt zich op het standpunt dat voor de realisatie van de woningen bomen zullen worden gekapt, maar dat er naar wordt gestreefd bomen te behouden en de gekapte bomen zoveel mogelijk te compenseren. Om aan de compensatie van die gekapte bomen invulling te geven hebben meerdere gronden binnen het plangebied de bestemming "Groen" gekregen. Over de beweerde beperkte watercompensatie, stelt de raad dat wordt voldaan aan de 15%-eis van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

16.2. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met het Alphense groenbeleid, hebben zij dat betoog niet onderbouwd. Over het betoog dat het plan een negatieve invloed heeft op het ecosysteem, overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft daarover terecht toegelicht dat uit de "Quickscan Natuurwetgeving Oostvaarderskwartier te Hazerswoude-Dorp", die als bijlage 7 bij de plantoelichting zit, volgt dat het plan geen negatieve impact heeft op de ecologische waarden in het gebied.

Over het betoog dat het plan leidt tot een onaanvaardbare afname aan groen en bomen, dat niet wordt gecompenseerd, overweegt de Afdeling als volgt. Op grond van het voorheen geldende planologische regime, te weten de beheersverordening "Hazerswoude-Dorp 2017", had het grootste deel van de gronden van het plangebied de bestemming "Sport", waarbij die bestemming geen groenvoorzieningen toeliet. Dat betekent dat er met dit bestemmingsplan geen groenbestemming verdwijnt. De Afdeling overweegt dat het bestemmingsplan met de bestemming "Groen" wel de mogelijkheid biedt voor groenvoorzieningen, om zo de bomen die verdwijnen te compenseren op de gronden die de bestemming "Groen" hebben. Naar het oordeel van de Afdeling bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat het plan leidt tot een onaanvaardbare afname aan groen dat niet wordt gecompenseerd, en dat dat reden had moeten zijn om het plan niet vast te stellen.

Over de beperkte watercompensatie overweegt de Afdeling dat in paragraaf 5.4 van de plantoelichting staat dat aan het vereiste om 15% van de toename aan verhard oppervlak aan watercompensatie te realiseren, wordt voldaan. Voor de voorgenomen woningen wordt volgens de toelichting 1.008 m2 aan watercompensatie gerealiseerd, daar waar 966 m2 is vereist. Voor de ontsluiting moet 109,2 m2 watercompensatie worden gerealiseerd. Dat zal worden gedaan door de aangrenzende watergangen te verbreden en verleggen. Verder heeft de raad in een nadere reactie van 30 oktober 2025 toegelicht dat de realisatie van water, ten behoeve van de compensatie, mogelijk is in de bestemming "Water" en de bestemming "Groen". De gronden met die bestemming bedragen samen 1.651 m2 en dus ruim voldoende om aan de 15%-eis te voldoen. Dat hebben [appellant] en anderen niet betwist.

Gelet op het voorgaande heeft de raad aan het belang van woningbouw meer gewicht mogen toekennen dan aan de door [appellant] en anderen gestelde negatieve gevolgen van het plan voor het groen.

Het betoog slaagt niet.

Geluid

17. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woongenot, vanwege de toename van geluidsoverlast, hebben zij dat betoog niet onderbouwd. Om die reden slaagt het betoog niet.

Vertrouwensbeginsel

18. [appellant] en anderen betogen dat de raad het bestemmingsplan in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft vastgesteld, omdat in gemeentelijke bijeenkomsten is toegezegd dat woningbouw op de locatie van het plangebied financieel en planologisch onhaalbaar zou zijn. Vervolgens is daar volgens [appellant] en anderen zonder toelichting op teruggekomen.

Daarnaast brengen [appellant] en anderen naar voren dat is toegezegd dat woningbouw niet zou plaatsvinden, voordat er een goede ontsluitingsweg zou zijn. Op deze toezegging is de raad volgens [appellant] en anderen eveneens zonder toelichting teruggekomen.

18.1. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij/zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe.

18.2. Naar het oordeel van de Afdeling hebben [appellant] en anderen niet aannemelijk gemaakt dat uitlatingen zijn gedaan door of namens de raad over de haalbaarheid van het plan waaruit zij hebben kunnen afleiden dat het plan niet zou worden vastgesteld. Bovendien kan uit dergelijke opmerkingen niet worden afgeleid dat woningbouw op de locatie van het plangebied, nooit financieel of planologisch haalbaar zou zijn. Ook de vermeende toezegging over een noodzakelijke ontsluitingsweg hebben [appellant] en anderen niet aannemelijk gemaakt.

Het betoog slaagt niet.

(Ongeoorloofde) staatssteun

19. [appellant] en anderen betogen dat zij twijfels hebben over mogelijke staatssteun. Daartoe verwijzen zij naar de zienswijzennota, waarin de raad toelicht dat de grond van het plangebied is getaxeerd op € 700.000. Volgens [appellant] en anderen zou die grond veel meer waard zijn.

19.1. Artikel 8:69a van de Awb luidt: "De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept."

Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) heeft de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant.

19.2. Indien een appellant stelt dat ongeoorloofde staatssteun aan de orde zou zijn, dient beoordeeld te worden of het relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het bestreden besluit op de grond dat het bestemmingsplan financieel-economisch niet uitvoerbaar is.

19.3. De belangen van [appellant] en anderen komen voort uit hun positie als eigenaar van een nabij het plangebied gelegen woning. Zij hebben niet gesteld en aannemelijk gemaakt dat zij zijn onderworpen aan een heffing die integrerend onderdeel uitmaakt van de door hen gestelde steunmaatregel. Het belang dat zij met hun beroepsgrond willen beschermen is niet het belang dat artikel 108, derde lid, van het VWEU beoogt te beschermen. [appellant] en anderen vallen daarom niet onder de beschermingsomvang van artikel 108, derde lid, van het VWEU (vergelijk de overzichtsuitspraak van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, onder 11.4). Dit artikel kent hen daarom geen rechten toe die zij voor de rechter kunnen afdwingen.

19.4. Nu artikel 108, derde lid, van het VWEU de belangen van [appellant] en anderen niet beschermt, laat de Afdeling met toepassing van artikel 8:69a van de Awb de door [appellant] en anderen naar voren gebrachte beroepsgrond over de ongeoorloofde staatssteun buiten beschouwing (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2609).

Evenredigheidsbeginsel

20. [appellant] en anderen betogen dat de nadelige gevolgen die het plan veroorzaakt voor hun woon- en leefklimaat, niet evenredig in verhouding staan tot de met het bestemmingsplan beoogde doelen, waaronder het voorzien in een behoefte aan woningen.

20.1. Gelet op wat de Afdeling hiervoor heeft overwogen is het bestemmingsplan, met uitzondering van wat onder 14.4 is overwogen, ruimtelijk aanvaardbaar. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij desondanks zodanig in hun belangen worden getroffen dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, zodat het bestemmingsplan ook niet om die reden hoeft te worden vernietigd. Naar het oordeel van de Afdeling maakt het in 14.4 geconstateerde gebrek niet dat [appellant] en anderen dusdanig in hun belangen zijn geraakt dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Het betoog slaagt niet.

Bestuurlijke lus

21. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De Afdeling ziet aanleiding toepassing te geven aan deze mogelijkheid.

22. In overweging 14.4 heeft de Afdeling een gebrek geconstateerd dat verband houdt met het uit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening noodzakelijke trottoir op de Heerenlaan. De aanleg en instandhouding van dat trottoir moeten in de planregels worden geborgd. Dit kan bijvoorbeeld door een voorwaardelijke verplichting in de planregels gekoppeld aan het gebruik van de nieuwe woningen in het plangebied, inhoudende dat dit gebruik uitsluitend is toegestaan indien het noodzakelijke trottoir is aangelegd en in stand wordt gehouden.

23. Afdeling 3.4 van de Awb behoeft bij de voorbereiding van een gewijzigd of nieuw besluit niet opnieuw te worden toegepast. Een dergelijk besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt en medegedeeld.

Proceskosten

24. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant] en anderen, voor zover dat beweerdelijk mede is ingesteld door [persoon A] en [personen C en D], niet-ontvankelijk;

II. draagt de raad van de gemeente Alphen aan de Rijn op om binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak:

- het onder 22 genoemde gebrek te herstellen met inachtneming van hetgeen over dat gebrek onder 14.4 is overwogen;

- de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Lap

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026

288-1157

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?