ECLI:NL:RVS:2026:670

ECLI:NL:RVS:2026:670

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer 202504751/2/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 in zaak nr. 24/9379. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

Uitspraak

202504751/2/A3.

Datum beslissing: 6 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 in zaak nr. 24/9379 in het geding tussen:

[appellant]

en

het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid.

Procesverloop

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 in zaak nr. 24/9379. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.

Het dagelijks bestuur heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

Het betreft de aanbiedingsbrief van 6 januari 2026 waarmee het dagelijks bestuur met een beroep op artikel 8:29 van de Awb een aantal stukken aan de Afdeling toestuurt.

[appellant] heeft een reactie ingediend.

Overwegingen

1. Het dagelijks bestuur heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. De Afdeling heeft kennis genomen van de aanbiedingsbrief. Zij is van oordeel dat voor een deel van de aanbiedingsbrief het belang van geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om kennis te nemen van deze informatie. Het gaat hier om de volgende passages uit de aanbiedingsbrief:

- de zinsnede die volgt na "1. Dossier 262178 - ";

- het tekstblok dat volgt na "3. Niet eerder gedeelte stukken uit dossier 283763".

4. Voor het overige is de Afdeling van oordeel dat het belang van geheimhouding minder zwaar weegt dan het belang dat partijen kennis nemen van het stuk.

5. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gedeeltelijk gerechtvaardigd.

6. De Afdeling zal in dat kader bepalen dat de aanbiedingsbrief wordt teruggestuurd aan het dagelijks bestuur en dat het dagelijks bestuur gelet op de goede procesorde aan de Afdeling en [appellant] afschrift verstrekt van het gedeelte van de aanbiedingsbrief waarvoor de beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd is.

7. De Afdeling bepaalt tot slot dat het dagelijks bestuur haar opnieuw de aanbiedingsbrief verstrekt waarvoor de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek toe wat betreft de in overweging 3 genoemde passages;

II. bepaalt dat het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid binnen 14 dagen na heden voldoet aan het verstrekken van het in overweging 6 genoemde stuk aan de Afdeling en [appellant];

III. bepaalt dat het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid binnen 14 dagen na heden voldoet aan het verstrekken van het in overweging 7 genoemde stuk aan de Afdeling;

IV. wijst het verzoek voor het overige af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.

w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer

w.g. Soffner

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026

818

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?