COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 mei 2020 in de zaken tussen
maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
uitspraak
zaaknummers: 18/1471-1474
en
(gemachtigde: A.H. Spriensma-Heringa).
Procesverloop
Bij besluiten van 2, 6, 9 en 16 december 2017 heeft verweerder op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 (de Regeling) aan appellante heffingen opgelegd van € 9.236,- voor periode 1, van € 67.584,- voor periode 2, van € 68.270,- voor periode 3 en van € 70.157,- voor periode 4.
Bij besluiten van 19 juni en 11 juli 2018 heeft verweerder de bezwaren van appellante tegen de besluiten van 2, 6, 9 en 16 december 2017 ongegrond verklaard.
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de besluiten van 19 juni en 11 juli 2018.
Bij besluit van 30 april 2019 heeft verweerder de eerder door hem genomen besluiten die zien op de periodes 1, 2 en 3 herzien en aan appellante heffingen opgelegd van onderscheidenlijk € 9.341,-, € 68.035,- en € 68.712,-.
Bij besluit van 25 mei 2019 heeft verweerder de eerder door hem genomen besluiten die zien op de periodes 2, 3, 4 en 5 herzien en appellante heffingen opgelegd van onderscheidenlijk € 68.261,-, € 68.938,-, € 70.382,- en € 7.323,-.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gesloten.Overwegingen
Inleiding
Beslissing
Het College
- verklaart het beroep tegen de besluiten van 19 juni en 11 juli 2018niet-ontvankelijk;
- verklaart het van rechtswege ontstane beroep tegen de besluiten van 30 april en 25 mei 2019 ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 170,- aan appellante dient te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Hagen, mr. M. van Duuren en mr. C.J. Borman, in aanwezigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2020.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.