ECLI:NL:CRVB:2013:CA1420

ECLI:NL:CRVB:2013:CA1420, Centrale Raad van Beroep, 28-05-2013, 11-3218 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 28-05-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11-3218 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 3 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0004045 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0007795 BWBR0015703 BWBR0019057 CELEX:32006L0123 EU:32006L0123

Samenvatting

Aan het betoog van appellant dat het Uwv te laat tot uitbetaling van de WW-uitkering is overgegaan en dat dit voor hem een principiële zaak is waarover hij een uitspraak van de Raad wenst kan, wat daar ook van zij, gelet op 4.1 geen procesbelang worden ontleend. De beroepsgrond van appellant dat hij de bijstand bruto moet terugbetalen, terwijl hij netto bijstand heeft ontvangen, had hij kunnen en moeten aanvoeren tegen het hier niet aan de orde zijnde terugvorderingsbesluit van 20 augustus 2009. Hieraan kan evenmin een procesbelang worden ontleend.

Uitspraak

11/3218 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 14 april 2011, 09/2229 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)

Datum uitspraak 28 mei 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.M.J. Graus, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaak 11/4742 WWB, plaatsgevonden op 16 april 2013. Voor appellant is verschenen mr. Graus. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.P.H.M. Quaedvlieg. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving met ingang van 14 december 2007 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande.

1.2. Nadat uit onderzoek was gebleken dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) appellant bij besluit van 11 november 2008 (alsnog) met ingang van 2 oktober 2007 (tot uiterlijk 28 april 2010) in aanmerking heeft gebracht voor een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW), heeft het college bij besluit van 8 juli 2009 de bijstand van appellant met ingang van 1 juni 2009 beëindigd (lees: ingetrokken). Bij besluit van 20 augustus 2009 heeft het college de over de periode van 14 december 2007 tot en met 31 mei 2009 gemaakte kosten van bijstand met toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de WWB van appellant teruggevorderd. Tegen het besluit van 20 augustus 2009 heeft appellant geen rechtsmiddel aangewend.

1.3. Bij besluit van 10 november 2009 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van appellant tegen het besluit van 8 juli 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

3. Appellant heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het is vaste rechtspraak van de Raad, zie bijvoorbeeld de uitspraken van 8 augustus 2006, LJN AY6077, en van 13 december 2011, LJN BU8633, dat sprake is van voldoende procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.

4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant, door de toekenning aan hem van een WW-uitkering met terugwerkende kracht tot 2 oktober 2007 en tot een bedrag dat hoger is dan de voor hem geldende bijstandsnorm, geen recht op bijstand had vanaf 14 december 2007, de datum met ingang waarvan hem bijstand is toegekend. De WW-uitkering is ook uitbetaald aan appellant.

4.3. Aan het betoog van appellant dat het Uwv te laat tot uitbetaling van de WW-uitkering is overgegaan en dat dit voor hem een principiële zaak is waarover hij een uitspraak van de Raad wenst kan, wat daar ook van zij, gelet op 4.1 geen procesbelang worden ontleend. De beroepsgrond van appellant dat hij de bijstand bruto moet terugbetalen, terwijl hij netto bijstand heeft ontvangen, had hij kunnen en moeten aanvoeren tegen het hier niet aan de orde zijnde terugvorderingsbesluit van 20 augustus 2009. Hieraan kan evenmin een procesbelang worden ontleend.

4.4. Gelet op 4.1 tot en met 4.3 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en J.J.A. Kooijman en A.M. Overbeeke als leden, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2013.

(getekend) C. van Viegen

(getekend) M. Sahin

IJ

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?