OVERWEGINGEN
De Raad is van oordeel dat de uitspraak van 5 juli 2013 vervallen dient te worden verklaard omdat hierin ten onrechte, zonder navraag bij appellante, is geoordeeld dat met de brief van 16 september 2011 ook is beoogd het van rechtswege ontstane beroep tegen de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 september 2011 in te trekken. Gebleken is dat appellante dat niet heeft beoogd.
Na de vervallenverklaring van de uitspraak van 5 juli 2013 zal de zaak door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart zijn uitspraak van 25 juli 2013, 12/4106, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2014.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) R.L. Rijnen