OVERWEGINGEN
1.1. De Raad heeft vastgesteld dat in de tweede volzin van overweging 4.1 ten onrechte staat vermeld dat de juiste einddatum twaalf maanden eerder had moeten liggen. Hier moet staan: “De juiste einddatum had tien maanden eerder moeten liggen.”
1.2. Daarnaast heeft de Raad vastgesteld dat in overweging 4.3 ten onrechte staat vermeld dat het recht van appellante wettelijk eindigde op 3 december 2011. Hier moet staan: “[…] terwijl het recht van appellante wettelijk eindigde op 3 februari 2012 […].”
De Raad zal de onder 1.1 en 1.2 vermelde vergissingen herstellen door zijn uitspraak van 11 december 2013 in de hiervoor vermelde zin te rectificeren.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 11 december 2013, 13/1193 WW, als volgt:
Overweging 4.1, tweede volzin, wordt gewijzigd in: “De juiste einddatum had tien maanden eerder moeten liggen.”
Overweging 4.3 wordt gewijzigd in: “Het Uwv heeft, na afweging van de belangen, door de beëindiging van de WW-uitkering te bepalen op 10 mei 2012 terwijl het recht van appellante wettelijk eindigde op 3 februari 2012, in oversteenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehandeld.”
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en C.C.W. Lange en F.A.M. Stroink als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2014.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) D.E.P.M. Bary