ECLI:NL:CRVB:2014:844

ECLI:NL:CRVB:2014:844, Centrale Raad van Beroep, 13-03-2014, 12-3763 AW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 13-03-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12-3763 AW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006516

Samenvatting

Overplaatsing. Niet is gebleken van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging dat appellant voorlopig op de functie van senior informatieverwerker (schaal 8) zou worden geplaatst.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is per 1 januari 2000 in dienst getreden bij het Klpd als allround politiemedewerker. Na een dienstongeval op 15 maart 2005 is appellant met ingang van

25 april 2008 aangesteld in de functie van informatieambtenaar bij de dienst Verkeerspolitie, unit Driebergen.

1.2. Bij besluit van 17 september 2010 is appellant met ingang van 1 september 2010 ontheven uit de functie van informatieambtenaar en geplaatst in de functie van vakman informatieverwerking BPZ, bij het Dienstinformatieknooppunt (DIK) van de unit EXO van de dienst Verkeerspolitie te Driebergen. Dit besluit is, na bezwaar, gehandhaafd bij besluit van

2 maart 2011 (bestreden besluit). Aan het bestreden besluit is artikel 64 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) ten grondslag gelegd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich op hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge artikel 64, voor zover hier van belang en zoals dat luidde ten tijde in geding, is de politieambtenaar, indien het belang van de dienst dit in bijzondere gevallen vordert, verplicht een andere functie dan die waarin hij is aangesteld te aanvaarden, mits dit redelijk is in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten. Volgens vaste rechtspraak (CRvB 28 januari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL2847) bestaat een overplaatsing zoals hier in geding uit twee componenten, te weten de ontheffing uit de ene betrekking en het opdragen van een andere betrekking.

Appellant heeft de ontheffing niet betwist. Tegen het opdragen van de functie van vakman informatieverwerking BPZ heeft hij aangevoerd dat hij ten onrechte niet eerst voorlopig is geplaatst in de functie van senior informatieverwerker (schaal 8) om vervolgens, na gebleken geschiktheid, vast in bedoelde functie te worden geplaatst. Volgens appellant is dit hem door leidinggevende M toegezegd in een gesprek op 22 juni 2009. Dat die toezegging is gedaan blijkt volgens hem ook uit de mail van M van 11 december 2009, de toelichting van M tijdens de hoorzitting in bezwaar en een schriftelijke verklaring van M van 17 januari 2014.

Een beroep op het vertrouwensbeginsel kan volgens vaste rechtspraak (CRvB 19 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK4735) alleen slagen, indien het tot beslissen bevoegd orgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen heeft gedaan, die bij de betrokkene gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt.

Uit de gedingstukken komt naar voren dat met appellant is gesproken over een beoordelingstraject van een half jaar voor de functie van senior informatieverwerker. De Raad concludeert echter, evenals de rechtbank, dat niet is gebleken van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging dat appellant voorlopig op die functie zou worden geplaatst. Bovendien, en zo heeft appellant ook ter zitting erkend, was M niet bevoegd hem een dergelijke toezegging te doen. Dat wel de indruk kan zijn gewekt dat M die bevoegdheid had, aangezien hij ten tijde van het gesprek op 22 juni 2009 verantwoordelijk was voor de inrichting, werving en selectie van het DIK, is onvoldoende om een beroep op het vertrouwensbeginsel te honoreren.

Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K.J. Kraan als voorzitter en J.J.A. Kooijman en C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2014.

(getekend) K.J. Kraan

(getekend) O.P.L. Hovens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?