ECLI:NL:CRVB:2016:43

ECLI:NL:CRVB:2016:43, Centrale Raad van Beroep, 12-01-2016, 14/5274 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 12-01-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/5274 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002221 BWBR0007335 BWBR0015703 BWBR0015711

Samenvatting

Afwijzing aanvraag om een bijstandsuitkering toe te kennen. Vermogen boven grens. Afkoopbare levensverzekering. Uitgesteld vermogen.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant heeft op 14 augustus 2013 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) aangevraagd naar de norm voor een alleenstaande.

Bij besluit van 22 oktober 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 12 december 2013 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant beschikt over vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft, samengevat, aangevoerd dat hij drie levensverzekeringen heeft afgesloten als pensioenvoorziening op het moment dat hij als zelfstandige werkzaam was. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte verwezen naar de uitspraak van 31 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3358, omdat in die situatie geen pensioenopbouw en boeteclausules aan de orde waren. Door voorts van appellant te vergen dat hij de levensverzekeringen afkoopt, ontstaat rechtsongelijkheid met (voormalige) werknemers waarvan niet wordt verlangd dat zij hun pensioenvoorziening aanspreken ter voorziening in hun levensonderhoud. Daarnaast meent appellant dat aan hem bijstand moet worden toegekend per de datum van zijn eerdere aanvraag om bijstand, omdat hij in die procedure door overmacht niet tijdig de gevraagde stukken heeft kunnen overleggen en die aanvraag dus ten onrechte buiten behandeling is gesteld.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Anders dan appellant heeft betoogd, heeft de rechtbank terecht verwezen naar de uitspraak van de Raad van 31 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3358. Zoals de Raad in deze uitspraak en ook al eerder (uitspraak van 29 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK0488) heeft overwogen, moet een levensverzekering als in aanmerking te nemen vermogen worden beschouwd als deze afkoopbaar is en deze afkoop redelijkerwijs kan worden gevergd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat aan de WWB het beginsel ten grondslag ligt dat een betrokkene in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is voor de voorziening in de kosten van het bestaan. In dat verband komt aan het belang van een eventuele toekomstige voorziening in de vorm van een levensverzekering, gelet op het actualiteitsprincipe en het sluitstukkarakter van de WWB, geen betekenis toe. Anders dan appellant stelt, kunnen de levensverzekeringen niet als pensioen worden aangemerkt. Levensverzekeringen hebben een ander karakter dan pensioenopbouw van werknemers omdat het doel daarvan, anders dan het geval is bij een werknemerspensioen, niet vastligt. De door appellant afgesloten levensverzekeringen moeten worden aangemerkt als uitgesteld vermogen.

Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat een eventuele afkoop niet van hem kan worden gevergd. Aan de omstandigheid dat met de afkoop van de levensverzekering in dit geval hoge kosten zijn gemoeid, komt in het licht van het onder 4.1 geschetste karakter van de WWB geen betekenis toe.

Omdat het college, zoals volgt uit 4.1 en 4.2, de aanvraag om bijstand op juiste gronden heeft afgewezen en van toekenning van bijstand dus geen sprake is, behoeft de beroepsgrond van appellant met betrekking tot de door hem gewenste ingangsdatum van bijstand geen bespreking.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van C. Moustaïne als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2016.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) C. Moustaïne

HD

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?