ECLI:NL:CRVB:2015:4141

ECLI:NL:CRVB:2015:4141, Centrale Raad van Beroep, 19-11-2015, 14-1056 AW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 19-11-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14-1056 AW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Herziening
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002170

Samenvatting

Verzoek om herziening van een uitspraak waarmee een eerder herzieningsverzoek is afgewezen. Alleen van een oorspronkelijke uitspraak kan om herziening worden verzocht en niet van een herzieningsuitspraak. Het voorliggend verzoek om herziening moet dan ook worden opgevat als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak. Het verzoek is onredelijk laat is ingediend en wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Namens verzoeker is op 19 mei 2011 een verzoek om herziening ingediend van de uitspraak van de Raad van 22 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM3643 (oorspronkelijke uitspraak). De Raad heeft dit verzoek afgewezen bij uitspraak van 21 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2151 (herzieningsuitspraak).

Op 16 januari 2014 heeft verzoeker een verzoek ingediend om herziening van de herzieningsuitspraak.

Zoals de Raad eerder heeft geoordeeld (uitspraak van 11 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP7934) kan alleen van een oorspronkelijke uitspraak om herziening worden verzocht en niet van een herzieningsuitspraak. Het voorliggend verzoek om herziening moet dan ook worden opgevat als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak.

Het verzoek om herziening heeft dus betrekking op een uitspraak van vóór de op

1 januari 2013 in werking getreden Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb 2012, 682) waarbij wijzigingen in onder meer de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet zijn aangebracht. Op grond van het overgangsrecht blijft dan, in verbinding met artikel 17 van de Beroepswet, artikel 8:88 van de Awb (in plaats van het huidige artikel 8:119 van de Awb) van toepassing op het verzoek om herziening.

Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 17 van de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 2 juni 2015 ECLI:NL:CRVB:2015:1702) mag van degene die herziening vraagt van een uitspraak worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met het indienen van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend verzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

Een verzoek om herziening als het voorliggende wordt in de regel geacht onredelijk laat te zijn ingediend, indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, dan wel nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nieuwe feiten of omstandigheden.

Verzoeker heeft zijn herzieningsverzoek gebaseerd op de brief van S van 13 mei 2011 en de brief met bijlagen van Van L van 26 februari 2011. Deze aan verzoeker gerichte brieven zijn hem meer dan een jaar voor de datum van indiening van zijn herzieningsverzoek bekend geworden. Nu de oorspronkelijke uitspraak ook dateert van meer dan een jaar voor de datum van het herzieningsverzoek, moet worden geoordeeld dat het verzoek om herziening onredelijk laat is ingediend.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit betekent dat de Raad niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om herziening.

De Raad herhaalt hier dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en ook niet om een discussie over de juistheid van de oorspronkelijke uitspraak te heropenen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma als voorzitter en J.A.A. Kooijman en

M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van C.A.W Zijlstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2015.

(getekend) J.N.A. Bootsma

(getekend) C.A.W. Zijlstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?