ECLI:NL:CRVB:2016:3483

ECLI:NL:CRVB:2016:3483, Centrale Raad van Beroep, 16-09-2016, 15/6559 AW-W

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 16-09-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/6559 AW-W
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Wraking
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing verzoek om wraking. Gelet op de gang van zaken valt niet in te zien dat mr. Kraan zich ter zitting zodanig heeft uitgelaten dat daaruit een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van mr. Kraan kan worden afgeleid.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb is de strekking van het middel van wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid.

2. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Volgens verzoeker is op de zitting duidelijk gebleken van vooringenomenheid van mr. Kraan, nu hij het college niet heeft opgeroepen op de zitting te verschijnen terwijl het college ook niet heeft gereageerd op het herzieningsverzoek. Door geen gebruik te maken van zijn onderzoeksmogelijkheden heeft mr. Kraan vooringenomenheid getoond.

Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechters die de zaak behandelen. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter dient voorts het uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is

(zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141).

De beslissing om het college niet op te roepen ter zitting te verschijnen, ook al heeft het college geen gebruik gemaakt van de door de Raad geboden mogelijkheid op het herzieningsverzoek van verzoeker te reageren, is een zogeheten procedurele beslissing. Het is vaste rechtspraak (zie onder meer de uitspraak van 20 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2517) dat wraking niet is bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen. Een dergelijke beslissing kan slechts leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als daaruit blijkt van vooringenomenheid van de rechter die de beslissing heeft genomen. Het enkele feit dat mr. Kraan het college niet heeft opgeroepen ter zitting te verschijnen, levert geen blijk van vooringenomenheid op.

Uit het proces-verbaal van de zitting van 7 juli 2016, waarvan verzoeker te kennen heeft gegeven zich hierin goed te kunnen vinden, blijkt niet dat mr. Kraan aan het begin van de zitting te kennen heeft gegeven dat het herzieningsverzoek weer niet zou slagen dan wel dat verzoeker alleen maar bezig is met ‘herziening op herziening’ aan te vragen. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt slechts dat mr. Kraan het toetsingskader van herzieningsverzoeken uiteen heeft gezet. Bovendien heeft hij toegelicht dat verzoeken om herziening niet gestapeld kunnen worden, zodat de Raad het verzoek om herziening van de uitspraak van 11 april 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6942) aanmerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 september 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BT6210). Tot slot heeft mr. Kraan toegelicht dat hij secuur zal kijken of in hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht, aanleiding bestaat om de uitspraak van 15 september 2011 te herzien. Gelet op deze gang van zaken valt niet in te zien dat mr. Kraan zich ter zitting zodanig heeft uitgelaten dat daaruit een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van mr. Kraan kan worden afgeleid.

Uit 3.1 tot en met 3.3 volgt dat het verzoek om wraking van mr. Kraan moet worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter en E.W. Akkerman en

G.M.G. Hink als leden, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2016.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) P. Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?