ECLI:NL:CRVB:2016:58

ECLI:NL:CRVB:2016:58, Centrale Raad van Beroep, 12-01-2016, 14/6704 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 12-01-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/6704 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Mededeling ontheffing en vakantieduur geen besluit. Bezwaar terecht niet ontvankelijk.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontvangt laatstelijk sinds 9 april 2009 en ten tijde hier van belang bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden.

Bij besluit van 11 november 2010 heeft het college appellant voor de periode van

11 november 2010 tot en met 11 november 2013 ontheven van de ingevolge artikel 9 van de WWB op hem rustende verplichtingen om werk te zoeken en te accepteren, en mee te werken aan een aangeboden traject. Hierbij heeft het college appellant meegedeeld dat hij in die periode met behoud van uitkering dertien weken per kalenderjaar buiten Nederland mag verblijven. Bij besluit van 24 februari 2014 heeft het college appellant tot pensioengerechtigde leeftijd ontheven van deze verplichtingen. Hierbij heeft het college appellant meegedeeld dat hij in de periode dat hij deze verplichtingen niet heeft met behoud van uitkering vier weken per kalenderjaar buiten Nederland mag verblijven (mededeling).

Bij besluit van 8 mei 2014 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 24 februari 2014 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan dit besluit ligt ten grondslag dat het bezwaar zich richt tegen de mededeling die niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen. De brief van

24 februari 2014 is een besluit, omdat appellant daarmee ontheffing is verleend van de verplichting om werk te zoeken en om aan een aangeboden traject mee te werken, zodat om die reden een rechtsmiddelenclausule moest worden vermeld. Voorts wordt het rechtsgevolg niet veroorzaakt door de mededeling, maar bevat de wet reeds het rechtsgevolg. Om die reden is de mededeling geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb en dus niet appellabel. Dat de vermelde vakantieduur een verslechtering betekent ten opzichte van de maximumvakantieduur in de periode van 11 november 2010 tot 11 november 2013, die overigens ook rechtstreeks voortvloeide uit de wet, doet aan het vorenstaande niet af. Het college heeft het bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant voert aan dat de mededeling wel op rechtsgevolg is gericht, omdat in het besluit van

24 februari 2014 een bezwaarclausule is opgenomen. Voorts voert appellant aan dat hij door de mededeling, waarbij de maximaal geldende verblijfsduur in het buitenland van dertien weken is teruggebracht tot een periode van vier weken, in een slechtere positie is komen te verkeren.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van deze gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. Daaraan voegt de Raad nog toe dat de rechtsgevolgen die zich door het verblijf in het buitenland kunnen voordoen, zoals een beƫindiging, intrekking of verlaging van de bijstand, pas kunnen intreden nadat door het bestuursorgaan een nadere afweging heeft plaatsgevonden. Dit gebeurt eerst indien duidelijk is dat de betrokkene is vertrokken, hoe lang hij feitelijk in het buitenland heeft verbleven en of daarbij de maximaal geldende vakantieduur is overschreden of verplichtingen zijn geschonden.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.G. Hink, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2016.

(getekend) G.M.G. Hink

(getekend) B. Fotchind

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?